Canon van de Nederlandse letterkunde

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De Canon van de Nederlandse literatuur werd in 2002 door de leden van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde omschreven. De Canon omvat de volgens stemmers ruim 100 meest klassieke literaire auteurs en de 125 meest klassieke literaire werken uit het Nederlands taalgebied. De volgorde en samenstelling in de beide onderdelen van de Canon is tot stand gekomen op basis van de uitgebrachte stemmen.

Op 1 juli 2015 zag een nieuwe Canon van de Vlaams-Nederlandse literatuur (ook: De canon van de Nederlandse Literatuur vanuit Vlaams perspectief) met 51 titels het licht, waarin ruimere aandacht wordt besteed aan het Vlaamse literaire erfgoed. Deze lijst werd samengesteld in opdracht van de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde in Vlaanderen en het Vlaams Fonds voor de Letteren.

Canon door Maatschappij der Nederlandse Letterkunde (2002)[bewerken]

Auteurs[bewerken]


Literaire werken[bewerken]

1. Multatuli, Max Havelaar (1860)
2. Van den vos Reynaerde (13de eeuw) (anoniem, Willem die Madocke maecte)
3. Gerard Reve, De avonden (1947)
4. Joost van den Vondel, Gysbreght van Aemstel (1637)
5. W.F. Hermans, De donkere kamer van Damokles (1958)
6. Nicolaas Beets (Hildebrand), Camera Obscura (1839)
7. Beatrijs (midden 13de eeuw) (anoniem)
8. Karel ende Elegast (einde 12de eeuw) (anoniem)
9. W.F. Hermans, Nooit meer slapen (1966)
10. P.C. Hooft, Lyriek [w.o. liederen, sonnetten]
11. Mariken van Nieumeghen (begin 16de eeuw) (anoniem)
12. Louis Couperus, Eline Vere (1889)
13. Herman Gorter, Mei (1889)
14. Betje Wolff & Aagje Deken, Sara Burgerhart (1782)
15. Louis Couperus, Van oude menschen, de dingen die voorbijgaan (1906)
16. Joost van den Vondel, Lucifer (1654)
17. Elckerlijc (15de eeuw) (anoniem)
18. G.A. Bredero, Spaanschen Brabander (1617)
19. Louis Paul Boon, De Kapellekensbaan (1953)
20. Hugo Claus, Het verdriet van België (1983)
21. Nescio, De uitvreter (1918)
22. Harry Mulisch, De ontdekking van de hemel (1992)
23. Louis Couperus, De kleine zielen (1901)
24. Willem Elsschot, Lijmen (1924)
25. P.C. Hooft, Nederlandsche historien (1642-1647)
26. Nescio, Titaantjes (1918)
27. F. Bordewijk, Karakter (1938)
28. E. du Perron, Het land van herkomst (1935)
29. F. Bordewijk, Bint (1934)
30. Willem Elsschot, Het been (1938)
31. Frederik van Eeden, De kleine Johannes (1885-1906)
32. Het Wilhelmus (ca. 1572) (anoniem)
33. Gerard Reve, Nader tot U (1966)
34. Theo Thijssen, Kees de jongen (1923)
35. Harry Mulisch, Het stenen bruidsbed (1959)
36. Ida Gerhardt, Verzamelde gedichten (1980)
37. G.A. Bredero, Groot Lied-boeck (postuum, 1622)
38. Nescio, Dichtertje (1918)
39. Willem Elsschot, Kaas (1933)
40. Simon Vestdijk, Terug tot Ina Damman (1934)
41. Harry Mulisch, De aanslag (1982)
42. Hadewijch, Strofische gedichten (13de eeuw)
43. Abele spelen (ca. 1400) (anoniem)
44. Herman Gorter, Verzen (1890)
45. Marcellus Emants, Een nagelaten bekentenis (1894)
46. Multatuli, Woutertje Pieterse (1862-1877)
47. J.H. Leopold, Gedichten (postuum, 1983)
48. Louis Couperus, De stille kracht (1900)
49. Martinus Nijhoff, Awater (1934)
50. J.C. Bloem, Verzamelde gedichten (1947)
51. Penninc & Pieter Vostaert, Roman van Walewein (begin 13de eeuw)
52. 'Egidius, waer bestu bleven' (ca. 1350) (anoniem)
53. Desiderius Erasmus, Lof der Zotheid (1509)
54. Willem Elsschot, Villa des Roses (1913)
55. J.J. Slauerhoff, Verzamelde gedichten (postuum, 1947)
56. Willem Elsschot, Verzameld werk (1957)
57. Gerrit Achterberg, Verzamelde gedichten (1962)
58. J.J. Voskuil, Het Bureau (1996-2000)
59. Joost van den Vondel, Hekeldichten (1646)
60. Simon Vestdijk, Anton Wachter-cyclus (1934-1960)
61. Gerard Reve, Op weg naar het einde (1963)
62. Jacob van Lennep, Ferdinand Huyck (1840)
63. Multatuli, Ideën (1862-1877)

64. François HaverSchmidt (Piet Paaltjens), Snikken en grimlachjes (1867)
65. Herman Heijermans, Op hoop van zegen (1900)
66. Johan Huizinga, Herfsttij der Middeleeuwen (1919)
67. Maurice Gilliams, Elias, of het gevecht met de nachtegalen (1936)
68. Martinus Nijhoff, Het uur U (1936)
69. M. Vasalis, Parken en woestijnen (1940)
70. Martinus Nijhoff, Verzameld werk: gedichten (1954)
71. Jan Wolkers, Terug naar Oegstgeest (1965)
72. W.F. Hermans, Onder professoren (1975)
73. Ulenspieghel (ca. 1519) (anoniem)
74. P.C. Hooft, Granida (1603-1604)
75. P.C. Hooft, Geeraerdt van Velsen (1613)
76. P.C. Hooft, Warenar (1617)
77. Joost van den Vondel, Palamedes (1625)
78. Statenbijbel (1637) (diverse vertalers)
79. Hieronymus van Alphen, Kleine gedigten voor kinderen (1778-1782)
80. Jacob van Lennep, De roos van Dekama (1836)
81. Frederik van Eeden, Van de koele meren des doods (1900)
82. J.H. Leopold, Cheops (1916)
83. Carry van Bruggen, Prometheus (1919)
84. Paul van Ostaijen, Verzameld werk: poëzie (postuum, 1952)
85. Anne Frank, Het Achterhuis (postuum, 1947)
86. Hella Haasse, Oeroeg (1948)
87. Hella Haasse, Het woud der verwachting (1949)
88. Simon Vestdijk, De kellner en de levenden (1949)
89. Hugo Claus, Oostakkerse gedichten (1955)
90. Jan Cremer, Ik, Jan Cremer (1964)
91. Frans Kellendonk, Mystiek lichaam (1986)
92. Jacob Cats, Trouringh (1637)
93. Constantijn Huygens, Korenbloemen (1658, 1672)
94. Pieter Langendijk, Wiskunstenaars of 't gevluchte juffertje (1715)
95. Hendrik Tollens, Overwintering der Hollanders op Nova Zembla (1819)
96. Gerrit van de Linde, Gedichten van den schoolmeester (1859)
97. P.A. de Genestet, Dichtwerken (postuum, 1869)
98. Jacques Perk, Mathilde (ca. 1879)
99. Cd. Busken Huet, Het land van Rembrand (1882-1884)
100. Lodewijk van Deyssel, Een liefde (1887)
101. Arthur van Schendel, Een zwerver verliefd (1904)
102. Louis Couperus, De berg van licht (1905-1906)
103. Louis Couperus, Iskander (1920)
104. Paul van Ostaijen, Bezette stad (1921)
105. J.C. Bloem, 'De Dapperstraat' (1924)
106. Martinus Nijhoff, Vormen (1924)
107. Carry van Bruggen, Eva (1927)
108. J.J. Slauerhoff, Schuim en asch (1930)
109. J.J. Slauerhoff, Het verboden rijk (1932)
110. Forum (1932-1935) (tijdschrift)
111. Gerard Walschap, Houtekiet (1939)
112. Jan de Hartog, Hollands glorie (1940)
113. Godfried Bomans, Erik of Het klein insectenboek (1941)
114. Willem Elsschot, Het dwaallicht (1946)
115. Simon Vestdijk, De vuuraanbidders (1947)
116. W.F. Hermans, De tranen der acacia's (1949)
117. Simon Vestdijk, De koperen tuin (1950)
118. Louis Paul Boon, Menuet (1955)
119. Remco Campert, Het leven is vurrukkulluk (1961)
120. Nescio, Verzameld werk (postuum, 1996)
121. Hugo Claus, Omtrent Deedee (1963)
122. Frank Martinus Arion, Dubbelspel (1973)
123. Lucebert, Verzamelde gedichten (1974)
124. Maarten 't Hart, Een vlucht regenwulpen (1978)
125. Tessa de Loo, De Tweeling (1993)


Auteurs van de Vlaams-Nederlandse literatuurcanon (2015)[bewerken]

  1. Hendrik van Veldeke, Sente Servas (1170/1180)
  2. Penninc en Pieter Vostaert, Walewein (13e eeuw)
  3. Hadewijch, Liederen (ca. 1240)
  4. Jacob van Maerlant, Der naturen bloeme (ca. 1270)
  5. Van den vos Reynaerde (ca. 1260)
  6. Karel ende Elegast (vóór 1325)
  7. Jan van Ruusbroec, Die geestelike brulocht (ca. 1343)
  8. Beatrijs (vóór 1374)
  9. Lanseloet van Denemerken (ca. 1400)
  10. Gruuthuseliedboek (ca. 1400)
  11. Elckerlijc (tweede helft 15e eeuw)
  12. Mariken van Nieumeghen (ca. 1515)
  13. Anna Bijns, Refreinen (eerste bundel)(1528)
  14. Antwerps Liedboek (Antwerpen: Jan Roulans, 1544)
  15. Geuzenliederen (een uitgave met het Wilhelmus) (1577-1578/1626)
  16. Gerbrand Adriaensz. Bredero, Spaanschen Brabander (1617)
  17. P. C. Hooft, Gedichten van den heere P.C. Hooft (1636)
  18. Joost van de Vondel, Poëzy of verscheide gedichten (1650)
  19. Constantijn Huygens, Trijntje Cornelis (1653)
  20. Joost van de Vondel, Lucifer (1654)
  21. Hendrik Conscience, De Leeuw van Vlaenderen (1838)
  22. Multatuli, Max Havelaar (1860)
  23. Herman Gorter, Verzen (1890)
  24. Willem Kloos, Verzen (1894)
  25. Guido Gezelle, Rijmsnoer (1897)
  26. Louis Couperus, De stille kracht (1900)
  27. Cyriel Buysse, Het gezin van Paemel (1903)
  28. Karel van de Woestijne, Het vader-huis (1903)
  29. Nescio, Dichtertje, De Uitvreter, Titaantjes (1918)
  30. Stijn Streuvels, Het leven en de dood in den ast (1926)
  31. Paul van Ostaijen, Nagelaten gedichten (1928)
  32. Martinus Nijhoff, Nieuwe gedichten (1934)
  33. Maurice Gilliams, Elias of het gevecht met de nachtegalen (1936)
  34. F. Bordewijk, Karakter (1938)
  35. Gerard Walschap, Houtekiet (1939)
  36. Gerrit Achterberg, Eiland der ziel (1939)
  37. M. Vasalis, Parken en woestijnen (1940)
  38. Richard Minne, Wolfijzers en schietgeweren (1942)
  39. Willem Elsschot, Het dwaallicht (1946)
  40. Gerard Reve, De avonden (1947)
  41. Hella S. Haasse, Oeroeg (1948)
  42. Lucebert, apocrief/de analphabetische naam (1952)
  43. Louis Paul Boon, De Kapellekensbaan (1953)
  44. Ida M. Gerhardt, Het levend monogram (1955)
  45. Hugo Claus, De Oostakkerse gedichten (1955)
  46. Ivo Michiels, Het boek alfa (1963)
  47. J.C. Bloem, Verzamelde gedichten (1965)
  48. Willem Frederik Hermans, Nooit meer slapen (1966)
  49. Jef Geeraerts, Gangreen 1. Black Venus (1968)
  50. Harry Mulisch, De aanslag (1982)
  51. Hugo Claus, Het verdriet van België (1983)

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]