Carel Adolph Lion Cachet

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Carel Adolph Lion Cachet
zelfportret
zelfportret
Persoonsgegevens
Geboren Amsterdam, 28 november 1864
Overleden Vreeland, 15 mei 1945
Beroep(en) ontwerper
RKD-profiel
Portaal:  Kunst & Cultuur

Carel Adolph Lion Cachet (Amsterdam, 28 november 1864 - Vreeland, 15 mei 1945) was een Nederlands kunstenaar.[1]

Geboren als Carel Adolph Cachet liet hij in 1901 de achternaam Lion toevoegen. Na tussen 1880 en 1885 met goed gevolg een opleiding tot onderwijzer gevolgd te hebben aan de Amsterdamse Kweekschool, werd hij tekenleraar aan diverse scholen in Amsterdam.

Daarna ontwikkelde hij zich tot een sierkunstkunstenaar: hij batikte, was houtgraveur, ontwierp behangselpapier, tapijten, sieraardewerk, meubels, bankbiljetten, affiches, was boekbandontwerper en maakte complete ontwerpen voor het inrichten van salons op Nederlandse passagiersschepen, onder andere Stoomvaart Maatschappij Nederland.

Levensloop[bewerken]

Cachet werd op 28 november 1864 te Amsterdam geboren als tweede kind van Carel Cachet en Johanna van Doorn. Zijn vader was hoofdonderwijzer aan een openbare lagere school eerste klasse in de Willemstraat, midden in de Jordaan in Amsterdam. Ook zijn moeder heeft enige jaren als handwerkonderwijzeres op deze school gewerkt[2]. Van Cachet werd verwacht dat hij in de voetsporen van zijn vader zou treden en werd dan ook naar de Kweekschool voor onderwijzers en onderwijzeressen in Amsterdam gestuurd. Hij was hier alleen geïnteresseerd in de tekenlessen van Hendrik A.C. Dekker (1836-1905) en Ben Wierink (1856-1939). Door Wierink kwam Cachet in aanraking met Japanse en oosterse kunst. Ook liet hij Cachet kennis maken met verschillende technieken zoals batikken en lithografie.

Na het behalen van zijn L.O.-tekenakte en M.O.- tekenakte heeft Cachet nog op verschillende scholen les gegeven. Van 1887-1890 volgde Cachet lessen aan de ‘Rijksnormaalschool voor tekenonderwijzers’. Hier raakte hij bevriend met Gerrit Dijsselhof (1866-1924). Via Dijsselhof leerde Cachet Theo Nieuwenhuis (1866-1951) kennen. Dit drietal was erg hecht en hebben enkele decennia nauw met elkaar samengewerkt.[3] Cachet’s succesvolle loopbaan is echter niet alleen te danken aan zijn artistieke kwaliteiten maar ook aan zijn goede sociale vaardigheden. Hij wist in zijn carrière een groot netwerk op te bouwen welke voornamelijk bestond als Amsterdamse ondernemers en handelslieden.[4]

Beginjaren[bewerken]

C.A. Lion Cachet
(foto door Jacob Merkelbach)

Al tijdens zijn lessen van Wierink maakte hij een aantal tekeningen. Aanvankelijk maakte hij veel werken met schepen in de haven erop. Zijn eerste grafisch ontwerp, een boekomslag, vervaardigde hij voor een openbare lagere school waar hij zelf ook werkzaam was. Uit deze tijd zijn ook een aantal studies van schoolkinderen bekend.[5] Cachet had twee mecenassen: de Amsterdamse medicus dr. Willem van Hoorn (?-1901) en Klaas Groesbeek (1868-1936) directeur van onder andere kunsthandel E.J. van Wisselingh & Co. Via deze mecenassen kreeg Cachet een aantal belangrijke opdrachten binnen voor het maken van oorkonden. Via de firma Van Wisselingh & Co. heeft Cachet in 1896 ook een aantal opdrachten gekregen voor het maken van interieurs. De eerste interieur opdracht krijgt Cachet van de heer en mevrouw Cordes-Bok (voltooid in 1898). Later konden de meubels en interieurs gemaakt worden in de werkplaats welke Van Wisselingh & Co. had opgericht voor Cachet, Dijsselhof en Nieuwenhuis in 1898.[6]

Meubel- en interieurontwerpen[bewerken]

Cachet’s eerste ontwerpen voor meubels dateren vermoedelijk uit 1895.[7] In deze ontwerpen is de invloed van H.P. Berlage goed te zien. De meubels zijn doelmatig en ornamenten zijn nauwelijks te vinden. De meubelen doen denken aan de negentiende eeuw, waarin de voorkeur uitging naar historische stijlen. Het is duidelijk dat Cachet nog geen eigen stijl had gevonden. Cachet ging dan ook door met het experimenteren met meubelontwerpen.[8] Hij ging steeds meer gebruikmaken van duurdere materialen en versierde hij zijn meubelen met vele ornamenten. Zo zien we in zijn werk veel ivoor en coromandelhout en motieven van leeuwen, planten en vissen.

Scheepsinterieurs[bewerken]

Met de opkomst van de stoommachine had de intercontinentale scheepvaart in de loop van de tweede helft van de negentiende eeuw een stormachtige ontwikkeling doorgemaakt. Door de openstelling van de Suezkanaal in 1869 werd de reis naar Nederlands-Indië sterk verkort. In Nederland werden er dan ook nieuwe boten gebouwd om aan de vraag, voor reizen naar dit gebied, te kunnen voldoen. Het was traditie om een cruiseschip van binnen in te richten naar de laatste mode. Cachet had al een grote naam opgebouwd toen hij de opdracht kreeg een aantal scheepsinterieurs te ontwerpen voor de Stoomvaart Maatschappij Nederland (S.M.N.) en haar dochterondernemingen de Koninklijke Pakketvaart Maatschappij (K.P.M.) en de Java-China-Japan-Lijn (J.C.J.L.). Helaas zijn door de Tweede Wereldoorlog en de afbraak van deze schepen geen van deze interieurs bewaard gebleven. Een van de interieurs die wel grotendeels bewaard zijn gebleven is dat van de salonboot Clasina, in gebruik als klassieke rondvaartboot vanuit Heeg in Friesland, ontworpen en gebouwd op Werf 'de Amstel' van J.P.G. Thiebout.

Oeuvre[bewerken]

Cachet heeft een omvangrijk oeuvre. Zo ontwierp hij meubels, behang, tapijten, ceramiek, postzegels, bankbiljetten en glas-in-loodramen. Helaas zijn er van Cachets scheepsinterieurs alleen foto’s overgebleven.

Beknopte biografie in jaartallen[bewerken]

  • 28-11-1864: geboren in Amsterdam.
  • 1880-1885: leerling aan de kweekschool voor onderwijzers en onderwijzeressen te Amsterdam.
  • 1887-1890: studeert aan de rijksnormaalschool voor tekenonderwijzers.
  • Circa 1890: begint met batikexperimenten en is daarmee de eerste kunstenaar in Europa die in deze techniek werkt.
  • 1898: Van Wisselingh & Co richt een werkplaats in om de ontwerpen van onder andere Cachet uit te voeren
  • 1900: wordt lid van Architectura et Amicitia
  • 1908: begint bij keramiekfabriek ‘De Porceleyne Fles’ te Delft
  • 1910: is medeverantwoordelijk voor de inrichting van het Nederlandse paviljoen op de Wereldtentoonstelling te Brussel
  • 1912: wordt hoofdontwerper bij keramiekfabriek ‘de distel’ te Amsterdam.
  • 1913: krijgt van de K.P.M. de opdracht voor het ontwerpen van de inrichting van de eersteklasaccommodatie van de ‘Melchior Treub’: zijn eerste grote project voor deze maatschappij (voltooid in 1915)
  • 1918: betrokken bij de oprichting van het tijdschrift Wendingen
  • 1924: ontvangt het erelidmaatschap van de V.A.N.K. ter gelegenheid van zijn zestigste verjaardag.
  • 1940: leidt na het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog een teruggetrokken leven in Vreeland
  • 1945: overlijdt kort na de bevrijding op 20 mei in de ouderdom van 80 jaar in huize Schoonoord[9]

Werk in openbare collecties (selectie)[bewerken]

Literatuur[bewerken]

  • Bois, Mechteld de (red.), C.A. Lion Cachet 1864-1945, Van Gorcum & Comp., Assen 1994
  • Diverse auteurs; C.A. Lion Cachet 1864-1945, Drents Museum Assen - Museum Boijmans Van Beuningen Rotterdam 1994. ISBN 90 70884 58 5
  • R.W.P. de Vries jr., Meubelen en metaalwerk van G.W. Dijsselhof, Th. Nieuwenhuis en C.A. Lion Cachet bij de Firma Van Wisselingh te Amsterdam II, De Amsterdammer, (4 dec.1904), p.
  • Anoniem, Kunstnijverheid Ontwerpen van G.W. Dijsselhof, C.A. Lion Cachet en T. Nieuwenhuis, uitgevoerd in de werkplaats van E.J. van Wisselingh & Co, Amsterdam z.j.[1904]
  • J. Veth, Hollandsche teekenaars van dezen tijd, Amsterdam 1905, p. 60-61
  • J. Gratama, 'Een interieur in het huis van Mr. Th.G. Dentz van Schaik te Amsterdam. Ontwerp van C.A. Lion Cachet', Onze Kunst 5 (1910), p. 167
  • R.W.P. de Vries jr, 'C.A.Lion Cachet', Elsevier's Geïllustreerd Maandschrift 43 (1912), p. 193-211
  • Anoniem, 'Geweven en geknoopte stoffen van C.A. Lion Cachet', Maandblad van Beeldende Kunsten, Januari 1924, p. 16-22
  • S. van Ravesteyn, De sierkunst op Nederlandsche Passagiersschepen, Rotterdam 1927
  • B.W. Wierink, I. Het Ornament; zijn Opbouw en Beteekenis. II. C.A. Lion Cachet, Groningen 1931
  • J.H. Maronier, 'C.A. Lion Cachet', Maandblad voor Beeldende Kunsten 22 (1946), p. 82-86
  • A. van der Boom, C.A. Lion Cachet 1864-1945, Bussum 1952
  • B. Polak, Het Fin-de-Siècle in de Nederlandse Schilderkunst. De symbolistische beweging 1890-1900, 's-Gravenhage 1955, p. 226, 239, 284, 287, 288
  • C. Lion Cachet, 'C.A.Lion Cachet', Ons Amsterdam 16 ( 1964), p. 322-237
  • L. Gans, Nieuwe Kunst. De Nederlandse bijdrage tot de Art Nouveau. Dekoratieve kunst, kunstnijverheid en architektuur omstreeks 1900, Utrecht 1966, p. 18 en passim
  • M. Heijder, 'Een interieur van Lion Cachet in het Beursgebouw', Ons Amsterdam 20 (1968), p. 220-222
  • P.G. Pulle, Scheepsinterieurs en Lion Cachet, [ongepubl. doct.scr. R.Univ.] Leiden 1971
  • J.M. Joosten, 'De batik en de vernieuwing van de nijverheidskunst in Nederland 1892-1905', Nederlands kunsthistorisch Jaarboek dl. 23 (1972), p. 407-429
  • E. Braches, Het boek als Nieuwe Kunst 1892-1903. Een studie in Art Nouveau, Utrecht 1973 [diss.], p. 75-80 en passim
  • E. Lewin, 'De inrichting van passagiersschepen', Spiegel Historiael 12 (1977), p. 416-423
  • D. de Boer, B.H. Spaanstra-Polak e.a., Nederland rond 1900. Contouren van een cultuur. Kunst Literatuur Muziek Film, Haarlem 1979, p. 65 en passim
  • H. Olyslager en M. Wardenaar, De werkplaats van Wisselingh en Co. Gedeeltelijke reconstructie van het voormalige pand Frederiksplein 48-50 ingericht door C.A. Lion Cachet en Th. Nieuwenhuis, Deelverslag werkcollege 'Meubel- en Interieurkunst eerste decennia 20ste eeuw' , Vu Amsterdam najaar 1981 [1982]
  • H. Olyslager en M. Wardenaar, ' Van Wisselingh en Co. Een meubelwerkplaats voor drie kunstenaars, 1898-1924', Ons Amsterdam 36, nr. 2 (1984), p. 47-50 [betr. G.W. Dijsselhof, C.A. Lion Cachet en Th.W. Nieuwenhuis]
  • M. Dominicus-van Soest, 'C.A. Lion Cachet. Stofaanbidder en 'ver-sierder', Vitrine nr. 1, 1994, p. 11-13
  • L. Bogle, 'De restauratie van een tegeltableau van C.A. Lion Cachet', Vormen uit vuur nr. 154, 1994, p. 22-36
  • Y. Koopmans, H.A. van den Eijnde 1869-1939, Assen 1994, p. 79, 97, 98, 143
  • E.P. Tibbe, R.N. Roland Holst: arbeid en schoonheid vereend: opvattingen over gemeenschapskunst, Amsterdam 1994, p. 129, 314, 315
  • J.F. Heijbroek en E.L. Wouthuysen, Portret van een kunsthandel. De firma Van Wisselingh en zijn compagnons 1838-heden, Zwolle 1999, p. 93 en passim
  • A. de Haan, C.A. Lion Cachet (1864-1945), ontwerper, [ongepubl. doct.scriptie R.Univ.], Leiden 1990
  • J.J. Heij, Vernieuwing en bezinning. Nederlandse beeldende kunst en kunstnijverheid ca.1885-1935 uit de collectie van het Drents Museum, [ Drents Museum, Assen], Zwolle 2004, p. 153-154
  • F. Leidelmeijer en D. van de Cingel, Art Nouveau en Art Deco in Nederland: verzamelobjecten uit de vernieuwingen in de kunstnijverheid van 1880 - 1940, Amsterdam 1983, p. 87-91
  • P. W. Schipper e.a., Klokken, zilver, sieraden uit de Nederlandse Art Nouveau en Art Deco 1900/1930, (Nederlands Goud-, Zilver-, en Klokkenmuseum Utrecht), Utrecht 1976, p. 6
  • M. de Bois e.a., Carel Adolph Lion Cachet, Assen/Rotterdam 1994 [met uitv.bibliografie]
  • Y. Koopmans, Muurvast & gebeiteld. Beeldhouwkunst 1840-1940, Rotterdam 1997 [diss.], p. 95 en passim
  • T.M. Eliëns, T.A.C. Colenbrander (1841-1930) ontwerper van de Haagse Platteelbakkerij Rozenburg, Zwolle/Den Haag 1999, p. 51 en passim
  • J.J. Heij [red. ] [e.a], Theo van Hoytema, 1863-1917, Zwolle/Den Haag/Assen 1999, p. 31, 54, 63, 65
  • J.J. Heij (red.) e.a, George Rueter 1875-1966, Zwolle (Waanders), Haarlem (Teylers Museum), Assen (Drents Museum) 1999, p. 8 en passim
  • H. Vogels, Van decor naar design: kunstenaars in de Goudse aardewerkindustrie 1898-1940, Zwolle 2001, p. 110
  • Y. Brentjens, Dwalen door het paradijs. Leven en werk van G.W. Dijsselhof (1866-1924), Den Haag/Zwolle 2002, p. 10 en passim
  • M. Didier, 'Indië in de Nieuwe Kunst', Origine (2005) 5, p. 18 en passim
  • J. van Es, Samuel Jessurun de Mesquita (1868-1944).Tekenaar, graficus, sierkunstenaar, Zwolle 2005, p. 7 en passim
  • Y. Brentjens en T.M. Eliëns, K.P.C. de Bazel (1869-1923). Ontwerpen voor het interieur, Zwolle/Den Haag 2006, p. 32 en passim
  • L. Bosch, 'Ruzie op de werkplaats: de kunsthandel E.J. van Wisselingh en Co als mecenas van drie vernieuwende sierkunstenaars', RKD Bulletin 2009, nr. 1, p. 16-32
  • M. Jonkman, E. Geudeker, Mythen van het atelier. Werkplaats en schilderpraktijk van de negentiende-eeuwse Nederlandse kunstenaar, Zwolle 2010, p. 53 en passim
  • G. Hartong en H. de Hoog, ‘Nederlandse boekenleggers van grafisch kunstenaars (7). Carel Lion Cachet’, Boekenpost 18 (2010), nr. 106 (maart/april), p. 32-33