Carel Goseling

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Carel Goseling
Mr. C.M.J.F. Goseling
Mr. C.M.J.F. Goseling
Algemene informatie
Naam Carolus Maria Joannes Franciscus (Carel) Goseling
Geboren Amsterdam, 10 juni 1891
Overleden Buchenwald, 14 april 1941
Partij RKSP
Portaal  Portaalicoon   Politiek
Nederland

Mr. Carolus Maria Joannes Franciscus (Carel) Goseling (Amsterdam, 10 juni 1891 - Buchenwald, 14 april 1941) was een Amsterdamse advocaat die al op jeugdige leeftijd partijvoorzitter en fractievoorzitter van de RKSP werd en vervolgens minister van justitie.

Goseling was een groot voorstander van de rechtse samenwerking. Hij bewerkstelligde in 1937, tegen de zin van Colijn, dat er een einde kwam aan de samenwerking van 'rechts' met de vríjzinnigen. Hij was een doortastende minister van Justitie in het vierde Kabinet Colijn, die een terughoudend vreemdelingenbeleid voerde. Hij kwam (mede door een lastercampagne door de NSB-pers en een kritisch-wantrouwige reactie door met name De Telegraaf) in opspraak door de affaire-Oss, waarbij aan de opsporingsbevoegdheid van de Marechaussee in Oss was ingetrokken. Deze zaak vormde mede aanleiding tot zijn dood. In augustus 1939 werd hij gemobiliseerd als reserve-kapitein. Na de val van Nederland in 1940 werd hij als bekende Nederlander opgepakt, aanvankelijk als misverstand; de Duitsers zochten een 'gewissen Herrn Oss'. Toch werd hij in november 1940 als zogenaamde Indische gijzelaar geïnterneerd in Buchenwald, waar hij in april 1941 overleed aan een longontsteking.

Loopbaan[bewerken]

Partijpolitieke functies[bewerken]

Nevenfuncties[bewerken]

Gedelegeerde commissies[bewerken]

  • Voorzitter vaste commissie voor Privaat- en Strafrecht (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van september 1932 tot juni 1937
  • Lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van september 1936 tot mei 1937
  • Ondervoorzitter van de ministerraad, van 24 juni 1937 tot 25 juli 1939

Opleiding[bewerken]

Activiteiten[bewerken]

als parlementariër[bewerken]

  • Was justitie-woordvoerder van de RKSP-Tweede Kamerfractie. Hield zich verder onder meer bezig met economische zaken (handel) en defensie.
  • Behoorde in 1930 tot de minderheid van zijn fractie die vóór een amendement-Boon c.s. stemde die de benoeming van vrouwen tot burgemeester of gemeentesecretaris mogelijk maakte

als bewindspersoon[bewerken]

  • Trachtte tevergeefs op te treden tegen wilde bussen (buslijnen zonder vergunning). Door hem genomen maatregelen werden door de Hoge Raad onverbindend verklaard.
  • Zette, ondanks kritiek in de Tweede Kamer, het beleid van zijn voorganger van een restrictief toelatingsbeleid voor vluchtelingen voort.

Wetenswaardigheden algemeen[bewerken]

  • Was als waarnemend fractievoorzitter betrokken bij de kabinetsformatie-Aalberse in 1935
  • Kwam in 1939 in opspraak, nadat aan een brigade van de Marechaussee de opsporingsbevoegdheid was ontnomen met betrekking tot criminele activiteiten in Oss. De meerderheid van de Tweede Kamer oordeelde dat de minister weliswaar ter goede trouw was geweest, maar zijn beslissing niet voldoende onderbouwd had. Door de val van het kabinet kwam hij niet voor de vraag te staan of hij consequenties moest trekken uit dit oordeel.

Wetenswaardigheden uit de privé-sfeer[bewerken]

Anekdotes[bewerken]

  • Liet zich, nadat hij in 1937 minister was geworden, ook door voormalige collega-Kamerleden met wie hij op goede voet stond, aanspreken als excellentie.

Niet-aanvaarde politieke functies[bewerken]

Woonplaats(en)/adres(sen)[bewerken]

  • Amsterdam, Cornelis Schuytstraat 60, omstreeks 1931 en nog in 1936
  • 's-Gravenhage, Joh. van Oldenbarneveltlaan 19, omstreeks 1938

Ridderorden[bewerken]

Rang(en) reserve-officier[bewerken]

Externe links[bewerken]

  • Profiel bij Parlement & Politiek
  • Biografie in het Biografisch Woordenboek van Nederland
Bronnen, noten en/of referenties
  • J.H. Roes, Goseling, Carolus Maria Joannes Franciscus (1891-1941), in: Biografisch Woordenboek van Nederland, deel I.
  • J. van Merriënboer, Mr. C.J.M.F. Goseling: Parlementslid, partijvoorzitter en fractievoorzitter van de RKSP en minister van justitie in de jaren dertig, in: Jaarboek Katholiek Documentatie Centrum 20 (1990) 97-121
  • P.J. Oud, Het Jongste Verleden, deel VI
  • De informatie op deze pagina, of een eerdere versie daarvan, is geheel of gedeeltelijk afkomstig van www.parlement.com. Overname is toegestaan met bronvermelding.
Voorganger:
J. van Schaik
Minister van Justitie
1937-1939
Opvolger:
J.A. de Visser