Carel Lodewijk de Pagniet

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Carel Lodewijk de Pagniet
Carel Lodewijk de Pagniet.jpg
Algemene informatie
Volledige naam Carel Lodewijk de Pagniet
Geboren 10 juni 1715
Overleden 26 maart 1789
Politieke functies
1749-1789 Lid vroedschap van Tiel
1749-1760 Schepen van Tiel
1761-1762 Burgemeester van Tiel
1763-1768 Schepen van Tiel
1769 Burgemeester van Tiel
1770-1773 Schepen van Tiel
1774 Burgemeester van Tiel
1775-1777 Schepen van Tiel
1778 Burgemeester van Tiel
1779-1781 Schepen van Tiel
1782 Burgemeester van Tiel
1783-1785 Schepen van Tiel
1786 Burgemeester van Tiel
1787-1789 Schepen van Tiel
1753 Benoemd tot drost, richter, dijkgraaf en stadhouder van de vrije heerlijkheid Lede en Oudewaard en de hoge heerlijkheid Lienden.
1762-1763 Lid van de Staten-Generaal voor Gelderland
1765-1786 Lid van de Staten-Generaal voor Gelderland
Parlement & Politiek - biografie
Portaal  Portaalicoon   Politiek
Nederland

Carel Lodewijk Baron de Pagniet (Nijmegen, 10 juni 1715 - Tiel, 26 maart 1789), heer van Kermestein en IJzendoorn, was een lid van de Staten-Generaal voor Gelderland, burgemeester van Tiel en bewindhebber van de W.I.C. te Amsterdam.

Familie[bewerken]

Carel Lodewijk de Pagniet was een zoon van Abraham de Pagniet (1662-1724), majoor van het regiment infanterie Friesheim, en Dorothea Henriëtte van Brakell, vrouwe van Kermenstein (1677-1751).

Hij trouwde op 17 september 1750 met Henrietta Margaretha van Haeften, vrouwe tot Wadenoijen (1725-1785), dochter van Barthold van Haeften, heer van Wadenoijen, Ophemert, Zennewijnen en Delwijnen (1692-1772) en Margriet baronesse van Lynden, vrouwe van Hemmen (1700-1761). Zijn zus, Maria Louisa de Pagniet (1720-1766), trouwde met Alexander van Capellen (1713-1772), zij waren de ouders van Jhr. Theodorus Frederik van Capellen (1761-1824).

Het echtpaar kreeg acht kinderen, waaronder:

Loopbaan[bewerken]

Carel Lodewijk de Pagniet begon zijn loopbaan in zijn woonplaats Tiel. In 1749 trad hij toe tot de vroedschap en werd hij schepen. Tot aan zijn graf was hij telkens om en om, schepen of burgemeester van Tiel. Naast zijn politiek carrière werd hij in 1750 bewindhebber van de W.I.C. Dit duurde voort tot 1753. In hetzelfde jaar kocht hij het "Ingensche veer" over van David ten Hove, die het veer in 1750 geërfd had van zijn vader, Melchior ten Hove. In 1786 verkocht De Pagniet het veer aan zijn schoonzoon Vincent Maximiliaan van Tuyll van Serooskerken. Na de aankoop in 1753 is het veer tot 1912 binnen de familie gebleven.

Op 23 augustus 1757 werd De Pagniet benoemd tot drost, richter, dijkgraaf en stadhouder van de vrije heerlijkheid Lede en Oudewaard en de hoge heerlijkheid Lienden.

In 1758 werd hij lid van de admiraliteit te Rotterdam, hiervan bleef hij een jaar lid, waarna hij in 1763 vervolgens lid werd van de admiraliteit te Amsterdam. Hier bleef hij lid tot 1 mei 1765. Ondertussen was hij op 17 november benoemd tot lid van de Staten-Generaal voor Gelderland, van 17 november 1762, wat hij tot 1786 bleef, met een tussenstop in 1763-1765.