Carel Steven Adama van Scheltema (predikant)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Carel Steven Adama van Scheltema
Offenberg, J.W.F., Afb FT00100005000001.jpg
Algemene informatie
Geboren Den Haag, 25 januari 1815
Overleden Arnhem, 12 augustus 1897
Nationaliteit Nederlandse
Land Vlag van Nederland Nederland
Beroep predikant
Overig
Religie Nederlands hervormd
Portaal  Portaalicoon   Godsdienst

Carel Steven Adama van Scheltema (Den Haag, 25 januari 1815Arnhem, 12 augustus 1897) was een Nederlands hervormde predikant, man van het Réveil, voorman van de matigingsbeweging en samensteller van een groot aantal liedboeken.

Leven[bewerken | brontekst bewerken]

Carel Steven Adama van Scheltema was een zoon van Henricus Adama van Scheltema, kassier, later boekhouder bij de Landsdrukkerij, en Madelaine Petronella Perrenoud. Adama van Scheltema begon zijn studie theologie in Leiden in 1832. In 1839 werd hij hervormd predikant in Borssele. Vervolgens werd hij achtereenvolgens predikant in Colijnsplaat (1844), Hoorn (1845) en Amsterdam (1849). Als orthodox christen sympathiseerde Adama van Scheltema met Abraham Kuyper. De brede volkskerk die voor Adama van Scheltema sterk met zijn geloof en werk was verbonden, werd echter door A. Kuyper afgewezen. Van 1879 tot zijn dood was Adema van Scheltema een chronisch eczeem-lijder. Sinds zijn emeritaat in 1881 dat hij om gezondsheidsredenen had aangevraagd, woonde hij in Ede en na 1883 in Arnhem. Adama van Scheltema huwde op 1 augustus 1839 in Leiden met Hendrika Jacoba Stokhuyzen (1816-1872). Zij verdronk in 1872. Op 12 juni 1873 huwde hij Françoise Madelon baronesse van Eck (1832-1883).[1] Met Hendrika Stokhuyzen had hij veertien kinderen waarvan twee als baby stierven. Een van de zoons, de antiquair Frederik Adama van Scheltema, was de vader van Carel Steven Adama van Scheltema die als socialistisch dichter bekend is geworden.[2]

Bestrijding van drankmisbruik[bewerken | brontekst bewerken]

Adama van Scheltema was een veelzijdige en praktische theoloog en trok met volle overgave ten strijde tegen alles wat de beleving van het Evangelie in de gemeente in de weg stond.[2] Dat betrof in de eerste plaats drankmisbruik. Al in Zeeland had hij zich daaraan geërgerd. In navolging van Amerika werden in de eerste helft van negentiende eeuw de eerste Nederlandse drankbestrijdingsverenigingen opgericht. In 1842 ontstond de Nederlandsche Vereeniging tot Afschaffing van Sterken Dranken (NVSD). Adama van Scheltema werd in 1844 lid van de NVSD en kwam al spoedig in het bestuur.[2][3] In 1861 werd Adama van Scheltema geheelonthouder in navolging van J.B. Wightman uit Shrewsbury die bekend was om haar werk voor de Total Abstinence Society. Hij wees vanaf dat moment het gebruik van alle alcoholische dranken af, iets wat maar door weinigen werd begrepen.

Naar het voorbeeld van de Abstinence Society kwam het in 1862 in Amsterdam tot de oprichting van een Christelijke Wijkverbond, dat onder de hoede kwam te staan van een Christelijke Wijkvereniging.[2][3] De opzet was om rijken donateurs te laten worden ten bate van de armen in de gemeente. In 1864 werd ten behoeve van de bestrijding van het drankgebruik het wijkgebouw Koning Willems-huis in de Egelantiersstraat geopend. In dit gebouw werden verschillende activiteiten ontplooid waarbij naast evangelieverkondiging en sociale hulpverlening de christelijke geheelonthouding een belangrijke plaats innam. Daarnaast ondernam men ook de aanleg van een waterleidingnetwerk in een deel van de Jordaan. Het bestuur van het Christelijke Wijkverbond waarvan Adama van Scheltema voorzitter was, was kritisch over rijkdom en de bestaande maatschappijstructuur.[2]

Omdat het Adama van Scheltema niet lukte om de NVSD te winnen voor het ideaal van geheelonthouding, richtte hij in 1881 de Nationale Christen Geheel-Onthouders Vereeniging op.[3] Tot zijn dood was hij daarvan voorzitter, respectievelijk ere-voorzitter. Voor deze vereniging redigeerde hij eerst het maandblad De stem der liefde, en na 1891 het weekblad De Wereldstrijd. Samen met J.J. Ph. Valeton en M.W. de Ranitz kan Adama van Scheltema beschouwd worden als de grondlegger van de christelijke geheelonthouding in Nederland. Na veel onbegrip kwam in de jaren 1890 de geheelonthouding tot bloei en kreeg hij hiervoor erkenning.[2]

Proza, poëzie en liedbundels[bewerken | brontekst bewerken]

Adama van Scheltema heeft als man van het Réveil, een orthodoxe opwekkingsbeweging in protestants Nederland, veel stichtelijk proza en poëzie geschreven en vertaald uit het Engels, Duits en Frans.[2][4] Engeland was zijn belangrijkste inspiratiebron en hij maakte verscheidene reizen naar Engeland. Zo vertaalde hij werken van onder andere Henry Wadsworth Longfellow, John Bunyan, Harriet Beecher Stowe, Charles Haddon Spurgeon en William Booth.

Naast een warm voorstander van opbouwende volksliteratuur was hij ook een ijverig promotor van de volkszang.[2] Hij vond dat zangverenigingen er goed aan deden om eenvoudige liederen te zingen. Daarbij doelde hij erop een lied zowel qua tekst, muziek als inhoud binnen de belevingswereld van het volk paste. De liederen moesten nog dagen herinnerd worden zodat ze ‘een gezegende uitwerking kunnen hebben op hart en leven. In diverse liederen wijst Adama van Scheltema christenen nadrukkelijk op hun plicht om het evangelie te verkondigen aan de heidenen en op deze manier Gods rijk op aarde te stichten.[5] Ten aanzien van de melodieën in de Vervolgbundel op de Evangelische Gezangen zoals die in 1866 gepubliceerd werd, was hij kritisch. In zijn ogen was er daarbij alleen gelet op technische eisen en had de redactie van deze bundel zich niet bekommerd om het kerkvolk.[6]

In totaal gaf Adama van Scheltema 46 bundels uit met in totaal 2500 liederen.[4][7] Daarvoor vond hij niet alleen inspiratie in Nederland, maar ook in het buitenland. Adama van Scheltema heeft daarbij met name de Amerikaanse gospel hymns gepropageerd; iets wat ook gold voor Johannes de Heer. In de tweede helft van de negentiende eeuw raakten deze gospel hymns in Europa en ook in Nederland bekend.[8] In zijn bundel Voor huis en school nam hij diverse van deze liederen op; in 1870 en 1872 verscheen een deel daarvan. Belangrijker voor de verspreiding van de gospelhymns was de bundel In het land der vreemdelingschap (1871) met vertaalde liederen van Phillips. Twee jaar daarna verscheen nog de liedbundel Voor zang en bedestond, wederom met liederen van Phillip Phillips. Uit de voorrede van deze bundel blijkt dat Adama van Scheltema Phillips prijst omdat hij uitsluitend repertoire gebruikt dat voor de zondagsschool werd geschreven en dat hij niet zingt ‘wat niet door iedere eenigzins gevormde stem hem kan worden nagezongen’.

Ook in Zingt den Heer (1873) werd een aantal gospel hymns opgenomen. Van de 200 liederen zijn slechts circa 25 liederen van buitenlandse herkomst; de bundel bevat voor het merendeel oorspronkelijke liederen van Adama van Scheltema.[9] In 1875 en 1876 werden in diverse afleveringen de bundel Opwekkingszangen- Liederen van Ira D. Sankey uitgegeven met in totaal 100 gospel hymns. Adama van Scheltema bleef liederen van Ira David Sankey vertalen. In 1886 verscheen Nieuwe liederen van Ira D. Sankey met 25 liederen. In 1892/1893 verscheen Nieuwe Opwekkingszangen van Ira D. Sankey e.a. met 75 gospel hymns. Deze bundel werd niet populair. Klaarblijkelijk was het nieuwe eraf en was er weinig behoefte meer aan nieuwe gospel hymns.[10]

Naast de gospel hymns vertaalde Adama van Scheltema ook het werk van de Jubilee-zangers in De geschiedenis van de Jubilee-zangers met hunne liederen (1877), waarin tevens 104 Jubilee-liederen in het Nederlands vertaald waren. De Jubilee Singers maakten in de jaren zeventig van de negentiende eeuw de negrospiritual bekend in Europa. Ook in Nederland gaf deze groep in 1877 uitvoeringen onder andere in Utrecht, Leeuwarden, Sneek en Goes. Met zijn bundel probeerde Adama van Scheltema de Jubilee-liederen populair maken.[11]

Adama van Scheltema vertaalde niet alleen Engelse liederen, maar ook Franse liederen. Zo verscheen in 1881 de Harpe Zions, een vertaling van de Chants de Sion van Malan. Uit de voorrede van de Harpe Sions blijkt dat Adama van Scheltema aan de zoon van de auteur, César Malan jr., toestemming heeft gevraagd om deze bundel te mogen uitgeven. De toestemming werd verleend onder de voorwaarde dat de oorspronkelijke Franse woorden en melodieën niet veranderd zouden worden. Omdat de harmonisaties volgens César Malan jr. die tot dan toe verschenen waren, beneden de maat waren, heeft Adama van Scheltema de Nijmeegse musicus Johan Hendrik Götz (1814-1900) gevraagd om nieuwe vierstemmige harmonisaties te schrijven.[12]

C.S. Adama van Scheltema werd echter vooral bekend als auteur van de serie Neerbosch’ Zangen.[7] Deze serie is vernoemd naar de weesinrichting in Neerbosch. In 1870 kreeg de weesinrichting 1870 een eigen drukkerij, P.J. Milborn. Diverse weesjongens werden er tot drukker of boekbinder opgeleid. Tot de publicaties van de weesinrichting behoorden veel liedbundels, waaronder veel van Adama van Scheltema. Daarvan werden de jaargangen van Neerbosch’ Zangen bijzonder populair; Adama van Scheltema zorgde voor de teksten, A. Sneep voor de muziek. Bij de verspreiding heeft het zangkoor van de weesinrichting een belangrijke rol gespeeld; overal in het landen werden namelijk propaganda-bijeenkomsten georganiseerd waarbij het zangkoor en het muziekkoprs van Neerbosch optrad.[13] Veel van de liederenbundels van Adama van Scheltema zijn uitgegeven bij Neerbosch' Weesinrichting in Nijmegen.

Naast al deze vertaalbundels gaf Adama ook nog een aantal andere liedbundels uit. Zo verscheen in 1850 de Liederen voor Huiselijke en Godsdienstoefening in de Morgen- en Avondure uit, en in 1874 Ons Gezangboek. In het kader van zijn strijd tegen alcoholmisbruik gaf hij ook bundels met anti-alcoholliederen uit, zoals in Vrij en blij (circa 1870) en Onze geloofs- en strijdzangen; geheelonthoudersliederen (1892). Het waren liederen op basis van het boekje De jenever erger dan cholera van de predikant Ottho Gerhard Heldring uit 1838.[4] Een selectie van het liedmateriaal uit de verschillende liedbundels van Adama van Scheltema werd in 1889 gepubliceerd in de Gezangen Zions uit 1889.

Opname liederen in andere liedbundels[bewerken | brontekst bewerken]

Een aantal liederen van Adama van Scheltema werd opgenomen in de Evangelische Gezangen, twintig in de Zangbundel der Hersteld Evangelisch Lutherse gemeente en één in de hervormde bundel van 1938 (gezang 5). Bijna 100 liederen van Adama van Scheltema uit de Gezangen Zions werden in de Zangbundel ten dienste van Huisgezin en Samenkomsten van Johannes de Heer opgenomen.[14]

Tractaatgenootschap en Nederlandse Zondagsschool Vereniging[bewerken | brontekst bewerken]

Adama van Scheltema was 45 jaar bestuurslid van het Nederlandsch Godsdienstig Tractaatgenootschap, een genootschap dat bestond van 1822 tot iets na 1900.[2][15] Als secretaris daarvan heeft hij vele Bijbelsche Almakken volgeschreven. In de Bijbelsche Almanak, die jaarlijks werden uitgegeven, publiceerde Adama van Scheltema onder andere vertalingen van gospelhymns.[9] Verder was hij naast Philippus Jacobus Hoedemaker, T.M. Looman en E. van Weede Dijkveld mede-oprichter van de Nederlandse Zondagsschool Vereniging in 1865 en bekleedde het voorzitterschap daarvan.[2][16] Deze vereniging stelde zich ten doel om de evangelische bijbelkennis te verspreiden evenals liefde voor geloofswaarheid onder de jeugd door middel van zondagsscholen. Met het eigen maandblad De Christelijke Familiekring wilde men niet alleen de kinderen, maar via hen ook de ouders bereiken.[16] Adama van Scheltema was ook mederedacteur van dit maandblad.[2] Er werd gestimuleerd dat zondagsschoolonderwijzers de kinderen thuis bezochten. Daarmee probeerden men een nauwe relatie te leggen tussen zondagsschool en huis.[16]

Werken[bewerken | brontekst bewerken]

  • Liederen voor Huisselijke en Godsdienstoefening in de Morgen- en Avondure, D.H. Fikkert, Amsterdam (1850).
  • Voor Huis en School. Liederen uit den Bijbelschen Almanak, L.J. Eckel, Amsterdam (1870/1872).
  • Vrij en blij. Liederen van gemengden aard voor den gezelligen kring. Aan de Amsterdamsche Afdeeling van de Nederl. Vereeniging tot Afschaffing van den Sterken Drank, als feestgave aangeboden door C.S. Adama van Scheltema, P.M. van der Made, Amsterdam, circa 1870.
  • In het land der vreemdelingschap. Zangen des geloofs naar Philip Phillips. L.J. Eckel, Amsterdam (1871).
  • Zingt den heer. Twee Honderd voor orgel en piano gezette vierstemmige liederen, ten gebruike in zondagschool, bidstond en huisgodsdienst. Naar het Engelsch. L.J. Eckel, Amsterdam (1873).
  • Voor zang en bedestond. Naar Philip Phillips, Amsterdam (1873).
  • Ons Gezangboek. Psalmen en gezangen voor bijzonder en openbaar gebruik (1874).
  • Opwekkingszangen. Liederen van Ira D. Sankey nagezongen door C.S. Adama van Scheltema. Neerbosch’ Boekhandel (1875).
  • Neerbosch’ Zangen. Liederen der weezen te Neerbosch, ten voordeele der weeschinrichting, P.J. Milborn, Nijmegen (1879)
  • De Harpe Zions (Chants de Zion) van Cesar Malan vrij gevolgd door C.S. Adama van Scheltema, P.J. Milborn, Nijmegen (1881).
  • De geschiedenis van de Jubilee-zangers met hunne liederen, Het Evangelisch Verbond (1877).
  • Keur van Slavenzangen, door Negers in de Zuidelijke Staten van Amerika in hunnen staat van dienstbaarheid gezangen. Het Evangelisch Verbond, Amsterdam (1877). [De liederen in deze uitgave zijn tevens gepubliceerd in de bundel De geschiedenis van de Jubilee-Zangers met hunnen liederen.
  • Nieuwe liederen van Ira D. Sankey, P.J. Milborn, Nijmegen (1886).
  • Gezangen Zions: Liederen ten gebruike voor Godsdienstoefeningen, Zang- en Bedestond. Het internationaal Traktaatgenootschap, Chicago/London/Hamburg/Kaapstand (1889).
  • Vijf en Twintig Liederen op keur van Evangelische Gezangen- melodieën. Voor Gemengd Koor, Orgel of Piano gezet door G.B. van Krieken. Organist te Rotterdam. P.J. Milborn, Nijmegen (1891).
  • Onze geloofs- en strijdzangen; geheelonthoudersliederen. Samengesteld door C.S. Adama van Scheltema en J.J.P. Valenton (1892).
  • Nieuwe Opwekkingszangen van Ira D. Sankey e.a. nagezongen door C.S. Adama van Scheltema, P.J. Millborn, Nijmegen (1893).
  • Geloofsroem in Verdrukking. Den jubilézangers nagezongen. Kousbroek, Leiden (1894).
  • Bloemlezing uit de Harpe Sions. Liederen van César Malan. Vrij gevolgd. P.J. Milborn, Nijmegen (1898).
  • Trichordium. Zestig liederen voor driestemmig vrouwen-, mannen- en gemengd kinderkoor. Neerbosch' Boekhandel, Neerbosch, zonder jaar.
  • Zangen van Philip Phillips. P.J. Milborn, Nijmegen, zonder jaar.
  • Dient den Heer; Liederen en verhalen voor de jeugd, L.J. Eckel, Amsterdam, zonder jaar.