Carel Vosmaer

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Portret van Carel Vosmaer
J. Ph. Koelman (beeldhouwer). De Vosmaer-bron. Scheveningse Bosjes, Den Haag.

Carel Vosmaer (Den Haag 20 maart 1826Territet bij Montreux 12 juni 1888), oomzegger van Jacob Vosmaer, was een Nederlands auteur.

Biografie[bewerken]

Vosmaer was een zoon van Gualterus Vosmaer en Wilhelmina Dana Rademacher. Hij trouwde in 1853 met Abrahamina Cornelia Charlotte Georgette Clant.

Hij studeerde in de rechten te Leiden sinds 1844, promoveerde op 18 januari 1851 en vestigde zich als advocaat in zijn geboorteplaats. Van 1853 tot 1856 was hij griffier bij het kantongerecht te Oud-Beijerland, daarna substituut-griffier, eerst bij het Hof in Den Haag, in 1866 bij de Hoge Raad, totdat hij dit ambt neerlegde in 1873 om verder uitsluitend te leven voor de studie van kunst en letteren.

Vooral zijn 25-jarige betrekking als redacteur van De Nederlandsche Spectator waar hij zijn 'Vlugmaren' onder het pseudoniem Flanor publiceerde is van grote invloed geweest op dit blad en zijn lezers. Aldus ambteloos en onvermoeid werkzaam, werd deze geleerde en minzame kenner van kunst en letteren een man van grote betekenis, totdat zijn gezondheid hem noodzaakte Den Haag te verlaten en herstelling in het buitenland te zoeken. Hij overleed te Montreux op 12 juni 1888.

Zijn naam is ook verbonden aan de postume publicatie van Jacques Perks Gedichten uit 1882 waarvoor hij de 'Voorrede' en Willem Kloos de beroemde 'Inleiding' schreef.

Vosmaerbron[bewerken]

Door de bekende kunstenaar Lourens Alma Tadema, een goede vriend van Vosmaer, werd ter zijner nagedachtenis een waterbron ontworpen. Een zuil van twee meter hoog met daarop een buste van Vosmaer, gemodelleerd door Johan Philip Koelman. Op de zijden van de abacus, tussen het kapiteel en het borstbeeld, stonden in goud de namen Rembrandt, Homeros, Nanno en Amazone. Vóór de zuil een bronzen bekken, welke voortdurend zou worden gevuld door een waterstraal vanuit de zuil. Het kunstwerk zou verrijzen in de Scheveningse Bosjes. Nadat de Haagse Gemeenteraad in eerste instantie negatief oordeelde over het plan, werd in 1890 toch toestemming verleend. (de gemeenteraad had liever een herdenkingsbank gezien) Naar aanleiding hiervan werd later dat jaar bij de onthulling de schrijver Conrad Busken Huet aangehaald: Onze beste kans is, dat men, evenals voor Cremer, een bank voor ons opricht in de Scheveningse boschjes. Dan kunnen de Nederlanders op ons gaan zitten, en ons warm houden. Oók over die bank moest gij eens een artikeltje schrijven, en over het verkiezen van die bank boven eene fontein. Dit zijn van die nationale karaktertrekken, die mij steeds amuseeren. De Vosmaerbron is tijdens de Tweede Wereldoorlog gesneuveld. Het park waarin het lag, werd door de bezetter tot Sperrgebiet verklaard, waarna er geen onderhoud plaatsvond. Normaal gesproken werd het monument tijdens de winter in hout verpakt tegen de vorst. Toen dat achterwege werd gelaten barstte het monument en werd het in 1944 afgebroken.[1]

Bibliografie[bewerken]

  • 1856 - Eene studie over het schoone en de kunst
  • 1860 - Eenige schetsen
  • 1893 - Rembrandt Harmensz. van Rijn, ses précurseurs et ses années d'apprentissage
  • 1868 - Rembrandt Harmensz. van Rijn, sa vie et ses œuvres (Den Haag)
  • 1868 - De schilderschool
  • 1872-1876 - Vogels van diverse pluimage (3 delen, Leiden)
  • 1874 - Een zaaier, studiën over Multatuli
  • 1875 - Londinias
  • 1879-1881 - Vlugmaren (met twee vervolgen, Den Haag)
  • 1880 - Amazone (roman)
  • 1883 - Nanno, een Grieksche idylle
  • 1887 - Gedichten
  • 1888 - Inwijding (onvoltooide roman).

Externe link[bewerken]