Carel de Nerée tot Babberich

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Carel de Nerée tot Babberich
Carel de Nerée (1901)
Carel de Nerée (1901)
Persoonsgegevens
Volledige naam Christophe Karel Henri de Nerée tot Babberich
Geboren Zevenaar, 18 maart 1880
Overleden Todtmoos (Duitsland), 19 oktober 1909
Geboorteland Nederland
Beroep(en) tekenaar en schilder
Oriënterende gegevens
Jaren actief 1898-1909
Portaal  Portaalicoon   Kunst & Cultuur
La musique (1904)
Carel de Nerée: Extaze. Finale, 1900-'01
Inleiding tot Extaze. Een boek van geluk (1900-01)
Clownerie (1904)
Zelfportret (1904)

Christophe Karel Henri (Carel) de Nerée tot Babberich (Zevenaar, 18 maart 1880 - Todtmoos (Duitsland), 19 oktober 1909) was een Nederlands tekenaar en schilder. De Nerée behoorde tot de stroming van het symbolisme. Hij was bevriend met de Couperus-biograaf Henri van Booven. Zijn werk wordt wel gerekend tot de hoogtepunten van de Nederlandse kunst rond 1900.

Levensloop[bewerken]

Jeugd en studie[bewerken]

De Nerée was een lid van de familie De Nerée. De Nerée werd geboren in Zevenaar, op Huize Babberich als zoon van Frederik de Nerée tot Babberich (1851-1882), luitenant-ter-zee, en Constance van Houten (1858-1930). Hij stamde uit een Nederlands patricisch geslacht. Carel had twee broers, Richard (1878-1945) en Frans (1882-1929).[1] De laatste heeft gewerkt in een aan zijn broer verwante stijl[2]. Na de vroege dood van vader De Nerée verhuisde zijn moeder in 1894 met haar zonen naar Den Haag. Constance van Houten was een artistiek aangelegde vrouw die ontwerpen van Carel als borduurwerken uitwerkte. Na zijn dood is zij hiermee doorgegaan.

Op zijn vijftiende vertrok De Nerée naar Antwerpen om daar een opleiding aan de Handelsschool te doen. Veel tijd bracht hij echter door met lezen en uitgaan in het nachtelijke Antwerpen maar slaagde glansrijk voor de opleiding. Daarna legde hij in 1898 in Den Haag het consulair examen af en werd geplaatst op het ministerie van Binnenlandse Zaken.

Schrijver en beeldend kunstenaar[bewerken]

De Nerée maakte in 1898[3] voor het eerst beeldend werk maar had aanvankelijk meer literaire ambities. Hij is begonnen aan een roman genaamd Burgerdom maar heeft deze uiteindelijk verbrand. De Nederlandse schrijver Wim Meulenkamp inspireerde dit in 2004 tot het verhaal 'De Nerée schrijft' in zijn bundel Letterkundig Leven. Postuum werden nog twee Franstalige gedichten in La Revue de Hollande gepubliceerd. Uit wat overgeleverd is aan - niet gepubliceerd - literair werk en uit persoonlijke uitlatingen van De Nerée blijkt dat hij zich buitengewoon sterk liet inspireren door 'decadente' auteurs als Charles Baudelaire, Paul Verlaine ofGabriele d'Annunzio. Een soortgelijke inspiratie is nadrukkelijk te vinden in zijn beeldend werk en is uitzonderlijk in de Nederlandse kunstgeschiedenis. De Nerée en de schrijver Henri van Booven, met wie hij rond 1900 goed bevriend was, zijn in deze jaren ware dandy's. In deze jaren maakte De Nerée een reeks tekeningen gebaseerd op Couperus' roman Extaze. Ook door 'decadent' en mystiek werk van Henri Borel en Frederik van Eeden liet hij zich inspireren tot een reeks tekeningen die samen met de Extaze-tekeningen tot de hoogtepunt van zijn oeuvre behoren.

In 1901 werd De Nerée voor Buitenlandse Zaken tewerkgesteld in Madrid. Hij loopt daar tbc op: een ziekte die zijn verdere levensloop zou bepalen. In Madrid zoekt Van Booven hem ook op en zal daar weinig verhuld verslag van doen in zijn roman Een liefde in Spanje (1928). 'Joris van Ree' is hierin De Nerée en 'Frans van Oldenhove' Van Booven. De Nerée zou Van Booven overigens zijn hele leven bezighouden en de vrienden hebben sowieso een grote invloed op elkaar. De Nerée inspireerde Van Booven tot schrijven (o.a. de (proza)gedichtenbundel Witte Nachten uit 1901, de roman Tropenwee uit 1904) en Van Booven schenkt De Nerée The Early Work (1899) van Aubrey Beardsley, die aanvankelijk, tezamen met Francisco Goya en Jan Toorop veel invloed heeft op De Nerée's stijl. Later maakt hij zich meer van deze invloed los en toont hij zich een originele representant van het Europees symbolisme en decadentisme. Ondanks plannen in die richting van bevriende criticus Albert Plasschaert exposeerde hij tijdens zijn leven niet. Hoewel De Nerée een zeer gezien figuur was in Den Haag, wisten slechts enkelen van zijn artistieke activiteiten af.

Zijn unieke stijl maakte hem dankzij zijn eerste, postume, exposities al snel beroemd en werk van zijn hand was te zien op diverse belangrijke aan het symbolisme gewijde exposities. Ook is hij belangrijk geweest voor enkele Nederlandse kunstenaars die in zijn stijl doorwerkten waarvan René Gockinga en Otto Verhagen de voornaamste zijn.

Ziekte en overlijden[bewerken]

De Nerée pendelde de laatste acht jaar van zijn leven, strijdend tegen zijn ziekte, heen en weer tussen kuuroorden in Zwitserland, Duitsland en Italië. De zomers bracht hij meestal door in Den Haag en in het Nederlandse Babberich. Door zijn slechte gezondheid ging het tekenen en schilderen hem steeds moeilijker af. Wel bleef hij zich artistiek sterk ontwikkelen. De werken uit deze periode kenmerken zich onder andere door hun kleurgebruik en behoren tot zijn beste en meest bijzondere werk. De goudnuances en symboliek van deze werken roepen associaties op met Gustave Moreau en Gustav Klimt. In 1905 wist hij enkele werken in Duitsland te verkopen. Hij overleed op 19 oktober 1909 in het zuid-Duitse kuuroord Todtmoos en werd begraven in Clarens nabij Montreux.

Receptie[bewerken]

De eerste tentoonstelling van zijn werk vond een jaar na zijn dood plaats in Den Haag. De aard van zijn werk, de wending die hij aan Beardsley wist te geven en het 'decadente' karakter ervan deed de critici vrijwel unaniem beseffen dat er een bijzonder talent in De Nerée verloren was gegaan.Het Museum voor Moderne Kunst Arnhem heeft halverwege de twintigste eeuw een grote en belangrijke collectie werken van De Nerée verworven.

Bewonderaars van zijn werk waren Hendrik de Vries, Jan Engelman en W.F. Hermans (die over hem schreef in het verhaal Hundertwasser, hondervijf en meer. 'En wie, die midden tusschen de paardebloemen zit, beschouwt niet gaarne, een exotische orchidee?' schreef Engelman in 1935 treffend over de plaats van De Nerée in de Nederlandse kunstgeschiedenis.

Werken (selectie)[bewerken]

  • Henri van Booven als jonge priester (1900)
  • Walden, [niet gebruikt] boekomslag (1900)
  • Het Schoone Beeld (1900)
  • Inleiding tot Extaze. Een boek van geluk van Couperus (1900-01)
  • Extaze, finale (1900-01)
  • Zelfportret (1900-01)
  • Illustratie voor Le Jardin des Supplices (1899) van Octave Mirbeau (1900)
  • Liefdesspel nr. 1 (1900-01)
  • Zwarte zwanen (1901)
  • De bruid (1901)
  • Twee vrouwen (1901)
  • Salomé (1901)
  • Uil (1903)
  • Clownerie (1904)
  • La Musique (1904)
  • La rencontre (1904)
  • Sortie (1904)
  • Rococo (1904-05)
  • Rôdeuse (1904-05)
  • Portretstudie/zefportret (1905?)
  • Studie van een Sulamitische (1905?)
  • Le mauvais regard (1906?)

Exposities[bewerken]

  • Den Haag, Kunstkring, 1910
  • Amsterdam, Arti, 1910
  • Den Haag, d'Audretsch (met H. Daalhoff e.a.), 1914
  • Haarlem, Kunsthandel Du Bois,1936
  • Milaan & München, Galerie Levante, 1970
  • Laren, Singer Museum, 1974
  • Kleve, Städtliches Museum, 1975
  • Den Haag, Staalbankiers, 1982
  • Arnhem, Gemeentemuseum, 1986
  • Arnhem, Gemeentemuseum, juni-september 1999
  • Den Haag, Louis Couperus Museum, 2014-2015