Carnaval in Aalst

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Praalwagen in 2010 met als thema de bibliotheek
Kleine Groep Carnaval 2010
Carnaval 2009
Station Aalst tijdens het carnaval in 2010
Eirg 2013

Carnaval in Aalst is het bekendste en grootste carnavalsevenement in België. Het vindt jaarlijks plaats in Aalst gedurende de drie dagen voor aswoensdag. De openingsstoet van Aalst carnaval lokt zowat 80.000 toeschouwers uit heel België en buitenland.

Geschiedenis[bewerken]

Het Aalsters carnaval ontstond in de middeleeuwen. Cavalcades (vanaf 1851) werden nog niet georganiseerd door het stadsbestuur. Pas sinds 1923 telt men de vieringen. Vanaf dan organiseert het bestuur van de stad Aalst de stoet. Carnaval Aalst is vooral een straatgebeuren: de vierders dansen op de pleinen en trekken van het ene café naar het andere. Sinds 2010 is het carnaval van Aalst opgenomen in de lijst van meesterwerken van het orale en immateriële erfgoed van de mensheid van de UNESCO. In 2019 heeft Aalst aangegeven zich daaruit te willen terugtrekken wegens kritiek op de een praalwagen van de carnavalsgroep Vismooijlen met joodse personages.[1]

Incidenten met thema's[bewerken]

In 2013 nam een wagen deel aan de stoet, die geleek op die waarmee tijdens de Shoah joden gedeporteerd werden naar de concentratiekampen tijdens de Tweede Wereldoorlog. De leden van de carnavalvereniging liepen er naast, verkleed als SS officieren of als orthodoxe joden.

Tijdens het carnaval van 2019 nam een wagen deel aan de stoet met twee poppen die traditionele joden voorstelden, met herkenbaar joodse hoofddeksels en kapsel. De kromme neuzen en de grote geldkist achter hen vielen niet in de smaak van twee joodse organisaties die een klacht indienden bij Unia (Centrum voor Gelijke Kansen). Volgens deze organisaties doen deze karikaturale voorstelling sterk denken aan het antisemitisme in Der Stürmer, het naziweekblad, in 1939. De Europese Commissie noemde het "ondenkbaar dat dit nog te zien is in Europa, 74 jaar na de Holocaust".[2]

Volgens Unia (Centrum voor Gelijke Kansen) zijn er geen wetten overtreden omdat het in de specifieke context van Aalst carnaval geplaatst moet worden. De carnavalsgroep had volgens Unia geen kwaadwillige intentie.[3]

Raadszitting[bewerken]

Zaterdagavond voor carnaval heeft in de grote zaal van het cultureel centrum De Werf een ludieke gemeenteraadszitting plaats, waar Prins Carnaval de sleutel van de stad ontvangt en de plaatselijke politici, meer bepaald het stadsbestuur, op het podium op de hak genomen worden. De zitting verloopt in het Aalsters dialect en is georganiseerd door een groep doorgewinterde carnavalisten in samenwerking met de stadsdienst 'evenementen', uiteraard zonder inspraak van de burgemeester en de schepenen.

Optochten[bewerken]

Op carnavalszondag trekt de grote carnavalstoet door de straten met op kop de Aalsterse Gilles. Jaarlijks komen hier tienduizenden mensen uit heel Vlaanderen en buitenland op af. De deelnemende groepen komen sinds de jaren 1970 uitsluitend uit Aalst en maken jaarlijks nieuwe kostuums en nieuwe praalwagens. In de stoet rijden meer dan honderd wagens mee. De thema's die gebruikt worden zijn lokaal, nationaal en internationaal.

De zogenaamde 'losse groepen' doen niet mee aan de competitie en kunnen, doordat ze pas zeer laat hun onderwerp kiezen, inspelen op de actualiteit. Ze horen klein en wendbaar te zijn, om de stoet niet te hinderen. De losse groepen worden lokaal het peper en zout van de stoet genoemd omdat ze meer op spot en satire focussen dan op praal. Zij maken een onlosmakelijk deel van de stoet uit en zijn als zodanig officieel erkend. De wagens en de vaste groepen worden beoordeeld door juryleden, die zich verspreid over de omloop opstellen. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen grote, middelgrote en kleine groepen. De groepen zijn verspreid over een A-, B- of C-indeling. Elke indeling heeft dus eerst een aantal 'kleine' groepen, daarna een kleiner aantal 'middelgrote' groepen om daarna af te sluiten met een nog kleiner aantal 'grote' groepen. Dit onderscheid ligt vooral in de lengte van de praalwagens. De grote groepen mogen maximum 50 meter wagenlengte bouwen, maar een 'kleine' groep mag gerust met honderd deelnemers aanwezig zijn.

Op maandag wordt de maandagstoet georganiseerd. De stoet, die eigenlijk dezelfde is als de zondagstoet, heeft toch zijn eigen sfeertje. Zo rijden de wagens helemaal niet meer op volgorde. 's Avonds worden de prijzen uitgedeeld aan de hand van de punten op zondag. Ook op maandag is er de jaarlijkse bezemdans van de Aalsterse Gilles gevolgd door de alom bekende "ajuinenworp". De prins en de feestcomitéleden gooien vanop het balkon van het stadhuis verpakt snoepgoed ter grootte van een ajuin uit over het volk. In een paar verpakkingen zitten nummers die overeenstemmen met verschillende prijzen waaronder het felbegeerde juweeltje (een gouden ajuintje ofwel de gaan ajoin genoemd in de volksmond). Dat juweeltje wordt jaarlijks door een ontwerper gemaakt en is dus uniek. 's Avonds wordt dan weer stevig gefeest op allerhande plaatsen in de stad, met de Grote Markt als place to be.

Dinsdag trekt de Stoet van de Voil Jeanetten door de stad. Hierin lopen mannen verkleed als vrouwen met als attributen een vogelkooi (voegelmoit) met een haring (eirink), valse borsten (tetten), korsetten (korseis), een bontjas (velle frak), een versleten paraplu (kapotte paraplie) en een kinderwagen (kinjerkoesj). Deze traditie komt voort uit de geschiedenis van Aalst. De arbeidersklasse was te arm om een prachtig carnavalskostuum te kopen of te maken. Daarom deden de mannen oude en versleten kledij van hun vrouw aan. In andere steden (Brussel, Gent, ...) is deze traditie samen met de carnavalviering verdwenen. 's Avonds vindt de traditionele popverbranding plaats waarmee het carnavalsfeest wordt afgesloten. Er wordt dan luid gefloten en geroepen om zo lang mogelijk tijd te rekken, maar eens de pop vuur heeft gevat rolt er uit de ogen van menig Aalstenaar toch een traan. Nadien wordt opnieuw voor een derde keer stevig feest gevierd.

Carnavalsgroepen[bewerken]

Aalst telt verschillende carnavalsverenigingen. De officiële groepen (zonder de losse groepen) worden ingedeeld in 3 klassen: de kleine, middelgrote en grote groepen. Elk jaar worden prijzen uitgereikt aan de beste kleine, middelgrote en grote groep. Sinds 2014 werd de 'groepenstop' opgeheven; in plaats van 70 vaste groepen mogen er sinds dat jaar meer groepen meedoen. In 2017 werd er een stop opgezet. Zo kunnen er geen groepen meer bijkomen, alleen maar verdwijnen. Er zijn in 2018 dan ook 4 groepen gestopt. De stoet telde in 2018, 76 groepen. De losse groepen, waarvoor ook sedert 2017 een numerus clausus geldt, protesteren tegen deze groepenstop, die ze ondemocratisch vinden.

Prinsen en keizers[bewerken]

Prins Carnaval werd in Aalst voor de eerste maal verkozen in 1953. In 2012 werd voor het eerst in de geschiedenis een vrouw tot prins carnaval verkozen.[4] Om tot Prins Carnaval van Aalst te kunnen worden verkozen moet men in het bevolkinsregister van Aalst staan ingeschreven, geen politiek mandaat uitoefenen, geen strafregister bezitten en minstens 18 jaar zijn. Wanneer iemand drie maal tot prins verkozen is wordt deze tot keizer gekroond. Aalst heeft (tot 2016) twee keizers gehad: Frans, ook wel Fransky genoemd, De Boitselier, van 1956 tot 1962, nadat hij in 1954, 1955 en 1956 tot prins verkozen was en Kamiel Sergeant, verkozen als Prins Carnaval in 1963,1966 en 1968, en keizer van 1969 tot 2014.

Voor 2018 werd Alex De Kegel tot Prins Carnaval verkozen.

Muziek[bewerken]

Rond het carnaval van Aalst bestaat een uitgebreide collectie van meer dan 5.250 carnavalsliederen, allemaal gezongen in het Aalsterse dialect. Zo'n drie maanden voor het carnaval gaan er ook twee speciale carnavalsradio in de ether: Ajoin Music en Oilsjt Mjoezik. Die brengen 24 uur per dag carnavalsmuziek en zelfs de reclameblokken worden voor de gelegenheid in het Aalsters ingesproken. Jaarlijks worden er ook cd's uitgebracht met campagneliedjes, stoetliedjes en andere liedjes in het Aalsters.

Stadhuis[bewerken]

Jaarlijks wordt ook het stadhuis versierd. Het stadhuis speelt ook verder een rol tijdens carnaval, omdat er vanop het balkon de "ajoinenworp" plaatsvindt. In 2013 besloot men de oude decoratie van het stadhuis weg te halen omdat deze versleten was, en er een soort poppentheater van te maken. Dit poppentheater speelt om het uurtje als de muziek van het belfort weerklinkt. Men ziet dan drie personen verschijnen onder het doek die op de Aalsterse muziek dansen: Eerst Kamiel Sergant, dan een Aalsterse Gilles en als laatste de voil jeanet.

Stadhuis Aalst tijdens de Carnavalsperiode

Voil Janet[bewerken]

Een voil janet (vuile janet) is een van de belangrijkste kenmerken van Aalst Carnaval. Een voil jeanet is een man die zich opzichtig en slonzig verkleedt in een vrouw. Op dinsdag is er altijd een Voil Jeanettenstoet. Tijdens de stoet is bijna alles toegelaten, op gebruikte tampons na, wat vroeger wel kon.[bron?] Vandaar zegt men nu de "proepere voil jeanet".

4 december 2017 werd het allereerst boek volledig gewijd aan dé Voil Jeanet uitgebracht door Uitgeverij The Flying Pencil. Het boek bevat een historisch overzicht van de Voil Jeanet en is aangevuld met prachtige foto's van Pascal Moens.

Trivia[bewerken]

  • Tijdens de 91ste stoet van Aalst Carnaval op 3 maart 2019 namen de acteurs van F.C. De Kampioenen (televisieserie) enkele scènes op voor hun vierde film ‘FC De Kampioenen 4: Viva Boma!' die eind 2019 in première gaat.

Externe links[bewerken]

Voetnoten[bewerken]