Carry van Bruggen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Carry van Bruggen
Carolina Lea de Haan
Carry van Bruggen
Algemene informatie
Geboren 1 januari 1881
Overleden 16 november 1932
Land Nederland
Werk
Jaren actief 1907-1932
Dbnl-profiel
Portaal  Portaalicoon   Literatuur

Carry van Bruggen, schrijversnaam van Carolina Lea de Haan (Smilde, 1 januari 1881Laren, 16 november 1932) was een Nederlandse schrijfster. Ze schreef ook onder de pseudoniemen Justine Abbing en May. Ze was de bijna een jaar oudere zus van de Nederlandse schrijver, jurist, significus en politicus Jacob Israël de Haan, die geboren werd op 31 december van hetzelfde jaar.

Jeugd en ontwikkeling[bewerken | brontekst bewerken]

Van Bruggen bracht haar jeugd door in Zaandam en was een van de zestien kinderen van een streng joods-orthodoxe voorzanger (chazan). Ze was een zus van Jacob Israël de Haan en van Mies de Haan (1891-1957), welke laatste zowel over haar zus Carry als haar broer Jacob Israël publiceerde. In 1900 werd ze onderwijzeres in Amsterdam en in 1904 trouwde ze met de journalist en schrijver Kees van Bruggen. Met hem ging ze in Nederlands-Indië wonen.

Boeken[bewerken | brontekst bewerken]

In 1907 kwamen Carry en Kees van Bruggen terug naar Nederland, toen ook haar eerste boek werd gepubliceerd, In de schaduw. In 1914 (in dat jaar schreef zij Het Joodje) verhuisde het echtpaar van Amsterdam naar het Noord-Hollandse Laren, maar het was geen goed huwelijk: hun scheiding werd uitgesproken op 29 december 1916 en ingeschreven op 24 februari 1917.[1] In haar boek Een coquette vrouw (1915) verwerkt zij haar ervaringen van haar mislukte huwelijk.[2] Ze hertrouwde in 1920 met kunsthistoricus Adriaan Pit en nam de naam Carry Pit-de Haan aan, maar bleef schrijven onder de naam Carry van Bruggen. In deze periode schreef ze onder andere Prometheus (1919), Eva (1927) en haar bekendste werk Het huisje aan de sloot (1921). Het laatste is een verhalenbundel met 25 korte episodes uit het leven van "een meisje en haar tweelingbroertje", ofwel herinneringen uit haar jeugd in Zaandam. Haar 'taalboek' Hedendaagsch Fetischisme (1925) bevat een kritische beschouwing over taal en taalkunde. Ook vertaalde zij De drie musketiers van Alexandre Dumas, uitgegeven in 1932 door de Wereldbibliotheek.

Depressiviteit[bewerken | brontekst bewerken]

Van Bruggen door J.D. Hendriks (ca. 1920)

Van Bruggen leed aan klinische depressie en vanaf 1928 werd ze regelmatig in verpleeghuizen opgenomen. In 1932 overleed ze in haar woonplaats Laren aan een longontsteking, opgelopen nadat ze door een overdosis slaapmiddelen in coma was geraakt. Gezien haar regelmatig gebruik van een groot aantal slaapmiddelen (barbituraten) is het niet zeker of het om zelfdoding gaat. Ze ligt –onder haar schrijversnaam Carry van Bruggen– begraven op het algemene gedeelte van het Sint Janskerkhof in Laren.

Canon van de Nederlandse letterkunde[bewerken | brontekst bewerken]

Carry van Bruggen is opgenomen in de Canon van de Nederlandse letterkunde, die in 2002 door de leden van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde werd omschreven. Als auteur staat zij op plaats 46. In de lijst van Literaire werken staan haar studie Prometheus- een bijdrage tot het begrip der ontwikkeling van het individualisme in de literatuur (op 83) en haar roman Eva (op 107).

Standbeeld[bewerken | brontekst bewerken]

Sinds 1997 staat er ter herinnering aan Carry van Bruggen in de Zaandamse spoorbuurt een bronzen beeld door Helen Frik van een boekenkast met haar werken. Naast het Carry van Bruggenhof in Laren zijn er ook in andere plaatsen (waaronder Assen, Den Haag, Utrecht, Apeldoorn, Zwolle, Castricum, Hoofddorp, Wormerveer en Smilde) straten naar haar vernoemd.

Bibliografie[bewerken | brontekst bewerken]

  • 1907 In de schaduw
  • 1910 De verlatene
  • 1914 Het Joodje
  • 1915 Een coquette vrouw
  • 1918 Om de kinderen
  • 1919 Prometheus
  • 1920 Uit het leven van een denkende vrouw
  • 1921 Het huisje aan de sloot, 25 verhalen, herinneringen uit haar jeugd in Zaandam
  • 1922 Avontuurtjes'
  • 1925 Bitterkruid (in: Winterboek 1925-26), Wereldbibliotheek, Amsterdam
  • 1925 Hedendaagsch Fetischisme, een kritische beschouwing over taal en taalkunde
  • 1927 Eva

Postume herdrukken en bloemlezingen[bewerken | brontekst bewerken]

  • 1981 Avontuurtjes, Querido, Amsterdam, Salamanderpocket 508
  • 1984 Aan een draadje, Den Haag, Mikadopers, bibliofiele uitgave (18 pp, 89 exx), eerder verschenen in het Algemeen Dagblad van 11 mei 1918
  • 1985 Carry van Bruggen, Nijgh & van Ditmar, ISBN 978 90 2365616 6
  • 2007 Verhalend proza: De verlatene, Het huisje aan de sloot, Eva, bezorgd door J.M.J. Sicking, Delta/Van Oorschot, Amsterdam
  • 2020 Eva, heruitgave als Salamander Klassieker, Querido
  • 2021 Een coquette vrouw, heruitgave als Salamander Klassieker, Querido, in samenwerking met schrijverscollectief Fix dit.

Literatuur[bewerken | brontekst bewerken]

  • Mies de Haan, Carry van Bruggen, mijn zuster; Amsterdam, [1959].
  • M.-A. Jacobs, Carry van Bruggen. Haar leven en literair werk. Hasselt, [1962].
  • Jan Fontijn en Diny Schouten (samenstelling en inleiding), Carry van Bruggen. Een documentatie. In: De Engelbewaarder, kwartaalschrift van de Stichting Vrienden van het Amsterdams Litterair Café De Engelbewaarder, jrg.3 nr 13, Amsterdam, 1978; uitgebreide (3e) druk Nijgh & Van Ditmar, 's-Gravenhage 1985.
  • Ruth Wolf, Van alles het middelpunt : over leven en werk van Carry van Bruggen. Amsterdam, 1980.
  • Jan Noordegraaf, 'Nog eens 'Hedendaagsch Fetischisme', in: Voortgang, jaarboek voor de neerlandistiek 4 (1983), 193-230. Herdrukt in Jan Noordegraaf, Van Hemsterhuis tot Stutterheim. Over wetenschapsgeschiedenis. Münster: Nodus Publikationen 2000, p. 126-157).
  • Elrud Ibsch, 'Carry van Bruggen', in: Douwe Fokkema en Elrud Ibsch, Het Modernisme in de Europese letterkunde. Amsterdam, De Arbeiderspers, 1984, p. 223-251.
  • Rob Wolfs, De slingerslag in Eva. Dichten en denken van Carry van Bruggen. Leiden, 1989.
  • J.M.J. Sicking, Overgave en Verzet. De levens- en wereldbeschouwing van Carry van Bruggen. Groningen, 1993.
  • Jan Noordegraaf, 'Tekenen des onderscheids. Hedendaagsch Fetischisme herlezen', in: In de marge 11 (2002), 3, p. 18-25.
  • Wouter de Koning, ' 'Meisjes kussen elkaar toch niet op de lippen?' Biseksualiteit in het werk van Carry van Bruggen', in: Lover, tijdschrift over feminisme 29 (2002) 1 (maart), p. 42-45, 57.
  • Madelon de Keizer, De dochter van een gazan. Carry van Bruggen en de Nederlandse samenleving 1900-1930. Amsterdam, 2006.
  • Heleen van Duijn, 'De Sprachskepsis voorbij. Onderzoek naar de functies van taal in Eva en To the Lighthouse'. Voortgang, jaarboek voor de neerlandistiek 25 (2007), 89-121
  • Damescompartiment, Carry van Bruggen (1881-1932)', Atria 2017.
  • Barber van de Pol, Er is geen ander zijn dan anders zijn. Denken met Carry van Bruggen. Amsterdam, Querido, 2020.

Bronnen[bewerken | brontekst bewerken]

Zie de categorie Carry van Bruggen van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.