Castellammarijnse oorlog

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Jump to search

De Castellammarijnse oorlog was een oorlog tussen twee maffiabendes, die plaatsvond in 1930 en 1931.

Het ontstaan[bewerken]

De oorlog begon toen Salvatore Maranzano naar New York werd gestuurd door Vito Cascio Ferro, met de opdracht de controle over de Amerikaanse maffia te verkrijgen. Joe Masseria was daar toen capo di tutti capi (baas der bazen). Maranzano verklaarde de oorlog aan Masseria en een van de bloedigste bendeoorlogen was een feit.

Luciano[bewerken]

Lucky Luciano was een maffioso die onder Masseria diende ten tijde van de Castellammareoorlog. Hij werd op een dag door enkele mannen van Maranzano in elkaar geslagen, met de bedoeling hem te doden. (Er bestaan theorieën dat het niet Maranzano was geweest.) Dit omdat Luciano had geweigerd van partij te wisselen en Maranzano te gaan dienen. Hij bleef in leven, al hield hij blijvend letsel aan zijn rechterwang en rechteroog. Luciano bedacht daarna een plan om beide maffiabazen uit de weg te ruimen. Anderhalf jaar later at hij met Masseria, excuseerde zich en ging naar het toilet. Ondertussen snelden vier gewapende mannen naar Masseria en schoten hem dood. Deze vier waren drie van Masseria's eigen mensen: Joe Adonis, Albert Anastasia, Vito Genovese en Bugsy Siegel. Luciano sloot hierna vrede met Maranzano. Hierna herstructureerde Maranzano de Amerikaanse maffia en deelde deze in vijf families in.

Maranzano's dood[bewerken]

Salvatore Maranzano, die nu capo di tutti capi van New York was, begon Lucky Luciano en zijn handlangers te vrezen. Hij vond dat Luciano een gevaar voor hem begon te vormen omdat hij steeds meer macht verzamelde. Maranzano stelde een lijst op van mensen die vermoord moesten worden. Op deze lijst stonden onder anderen Lucky Luciano, Al Capone, Frank Costello, Vito Genovese, Joe Adonis en Dutch Schultz. Maranzano huurde de Ierse huurmoordenaar Vincent "Mad Dog" Coll in om deze klus te klaren. Tommy Lucchese, Luciano's insider, kwam hierachter en lichtte Luciano in. Deze handelde vervolgens snel en was Maranzano een stap voor. Luciano's mannen, vermomd als belastingfunctionarissen en politiemannen, kwamen Maranzano's kantoor binnen en vermoordden hem. Lucky Luciano greep de macht en was nu capo di tutti capi.