Castoreum

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Parfum waarin castoreum is verwerkt

Castoreum of bevergeil is een uitscheidingsproduct van bevers. Het wordt gebruikt in parfum, sigaretten[1] en als smaakstof in consumptie-ijs. Het ruikt nog het meest naar de combinatie van schoensmeerolie en een ziekenhuisgeur.[2] Voor gebruik in parfums wordt het eerst omgezet in een resinoïde.

Bevers hebben een klier tussen de anus en geslachtsorganen waarin castoreum wordt gevormd. Bevers gebruiken dit voor het invetten van de vacht. Het castoreum wordt als bijproduct gewonnen; bevers worden primair bejaagd om hun pels.

Castoreum is een donkerbruine harsachtige substantie met een kenmerkende dierlijke zoete geur en een bittere sterke smaak, die kan worden vergeleken met die van muskus.

Vroeger was castoreum een ingrediënt in bittere dranken. In castoreum zit salicylzuur, een onderdeel van aspirine, die de bever binnenkrijgt door de consumptie van wilgenschors. Jacob van Maerlant schreef hierover in zijn Der Naturen Bloeme al: "Scorsen van bomen ende blade eti". Reeds in de Oudheid werd castoreum door artsen gebruikt, bijvoorbeeld bij het bestrijden van koorts. Dit wordt vermeld in de werken van onder meer Aristoteles en Plinius de Oudere. De Nederlandse schrijver Willem Bilderdijk beval het in zijn De ziekte der geleerden (1807) nog aan tegen kramp. Ook nu nog wordt het in alternatieve medicijnen gebruikt, het zou onder meer een afrodisiacum zijn.[bron?]

Tegenwoordig wordt castoreum onder meer voor vanille- en karamelsmaken gebruikt, zoals in ijs en aroma's.[3] Gebruik in parfum en drank is niet meer zo gebruikelijk wegens de hoge prijs.[bron?]