Naar inhoud springen

Cecil Powell

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Nobelprijswinnaar  Cecil Powell
Cecil Powell (1950)
Cecil Powell (1950)
Persoonlijke gegevens
Geboortedatum 5 december 1903Bewerken op Wikidata
Geboorteplaats Tonbridge
Overlijdensdatum 9 augustus 1969Bewerken op Wikidata
Overlijdensplaats Valsassina
Land Engeland
Academische achtergrond
Alma mater Universiteit van Cambridge
Universiteit van Bristol
Sidney Sussex College
The Judd SchoolBewerken op Wikidata
Promotor Ernest Rutherford[1]
Wetenschappelijk werk
Vakgebied natuurkundeBewerken op Wikidata
Nobelprijs voor Natuurkunde
Jaar 1950
Reden Voor zijn ontwikkeling van de fotografische methode om kernprocessen te bestuderen en zijn ontdekkingen over mesonen met deze methode
Voorganger(s) Hideki Yukawa
Opvolger(s) John Cockcroft en Ernest Walton
Portaal  Portaalicoon   Natuurkunde

Cecil Frank Powell (Tonbridge in Kent, 5 december 1903 – Valsassina, 9 augustus 1969) was een Britse natuurkundige die in 1950 de Nobelprijs voor Natuurkunde kreeg voor zijn ontwikkeling van de fotografische methode bij het bestuderen van nucleaire processen en voor de ontdekking van het pion, een zwaar subatomair deeltje, die daaruit resulteerde.

Powell was de zoon wapensmid Frank Powell en Elizabeth Caroline Biscare. Hij ging naar een lokale basisschool en won op 11-jarige leeftijd een studiebeurs voor de Judd School in Tonbridge. Vandaar won hij beurzen voor het Sidney Sussex College in Cambridge, waar hij in 1925 cum laude slaagde voor zijn bachelorgraad in de natuurwetenschap.

Powell werkte aansluitend als postgrad-student in het Cavendish-laboratorium bij zowel C.T.R. Wilson alsmede Lord Rutherford. Hij promoveerde in 1927 en ging naar de universiteit van Bristol waar hij de onderzoeksassistent werd van Arthur Mannering Tyndall (1881-1961) in het H.H. Wills Physical Laboratory. Daaruit volgend werd hij benoemd tot docent en lector. Hij bezocht in 1936 de West-Indië als seismoloog van een geologisch expeditie die onderzoek deed naar vulkanische activiteiten.

Een jaar later keerde hij terug in Bristol en in 1948 werd hij benoemd tot Melville Mills Professor van de leerstoel natuurkunde, een positie die hij behield tot aan zijn overlijden in 1969 toen hij tijdens het wandelen in de Valsassina in Italië door een hartinfarct werd getroffen. Hij was sinds 1932 gehuwd met Isobel Therese Artner (1907-1995), die hem had geassisteerd bij zijn onderzoek. Ze hadden twee dochters.

Powell verbeterde tijdens de Tweede Wereldoorlog de techniek om sporen van deeltjes op een fotografische emulsie vast te leggen. Op het moment dat een elektrisch geladen deeltje deze emulsie raakt, activeert het deeltje met het zilverzout wat, na ontwikkelen, op de film zichtbaar wordt als een donkere streep. Hoewel deze techniek reeds bekend was in de jaren dertig gaven fysici later de voorkeur aan de nevelkamer voor de bestudering van hoogenergetische deeltjes. Samen met W. Heitler en G. Fertel verrichtte Powell experimenten om deeltjes van kosmische straling op fotografische emulies vast te leggen. Hij zette zijn onderzoek daarna voort met Giuseppe Occhialini, Hugh Muirhead en César Lattes en zij maakten daarbij van dezelfde techniek gebruik. Zij publiceerden in 1947 hun ontdekking van het pion en dat het uiteen valt. Het instabiele pion bleek het deeltje te zijn dat al twaalf jaar eerder door de Japanse fysicus Hideki Yukawa in zijn theorie van de kernfysica was voorgesteld. Pionen ontstaan wanneer kosmische straling in de bovenste laag van de aardatmosfeer atomen raakt.

Powell speelde een belangrijke rol bij de oprichting van het Europese onderzoekscentrum voor kernonderzoek CERN in Genève en was betrokken bij de voorbereiding van de eerste Pugwash Conferences on Science and World Affairs en medeoprichter van de World Federation of Scientific Workers, waarvan hij voorzitter was.

Powell werd in 1949 gekozen tot lid van de Royal Society, in datzelfde jaar onderscheiden met de Hughes Medal en in 1961 met de Royal Medal. Hij ontving verder eredoctoraten van de universiteiten van Dublin, Bordeaux en Warschau. Hem werd in 1967 de Gouden Lomonosov-medaille van de Russische Academie van Wetenschappen toegekend.

  • 1947 – Nuclear Physics in Photographs, met Occhialini
  • 1951 – The Cosmic Radiation
  • 1959 – The Study of Elementary Particles by the Photographic Method, met Fowler en Perkins
  • 1972 – Selected Papers of C.F. Powell, postuum