Cellulose

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Cellulose
Structuurformule en molecuulmodel
Cellulose is een polymeer van β-D-glucose
Cellulose is een polymeer van β-D-glucose
Algemeen
Molecuulformule
     (uitleg)
(C6H10O5)n
Andere namen abicel, ß-amylose, arbocel, avicel, celufi, CEPO, elcema, onozuka P 500, solka-floc
CAS-nummer 9004-34-6
EG-nummer 232-674-9
Beschrijving veelvoorkomend polysacharide dat zorgt voor stevigheid en structuur
Vergelijkbaar met amylose, amylopectine, glycogeen
Waarschuwingen en veiligheidsmaatregelen
Omgang gewone veiligheidsmaatregelen en vermijden van vonken in de nabijheid (vooral bij het gebruik van fijn cellulosepoeder)
LD50 (ratten) (oraal) > 5000 mg/kg
(Intraperitoneaal) > 31600 mg/kg
LD50 (konijnen) (huid) > 2000 mg/kg
Fysische eigenschappen
Aggregatietoestand vast
Kleur wit
Dichtheid 1,5 g/cm³
Onoplosbaar in water
Waar mogelijk zijn SI-eenheden gebruikt. Tenzij anders vermeld zijn standaardomstandigheden gebruikt (298,15 K of 25 °C, 1 bar).
Portaal  Portaalicoon   Scheikunde

Cellulose is een polysacharide die door nagenoeg alle planten wordt gemaakt (vooral bomen). De stof zit in veel natuurlijke vezels. Hout bestaat voor een groot deel uit cellulose, maar bevat ook andere stoffen als lignine en hemicellulose. Katoen en watten zijn nagenoeg zuivere cellulose. Cellulose is ook een van de stoffen die zich bevindt in de celwand van planten. Cellulose is slechts een van de polymeren die kunnen worden gemaakt van glucose; andere zijn bijvoorbeeld zetmeel en glycogeen.

Cellulose is het meest voorkomende natuurlijke polymeer ter wereld.[1]

In tegenstelling tot andere polymere vormen van glucose, zoals zetmeel en glycogeen, is cellulose slecht afbreekbaar. Mensen kunnen het bijvoorbeeld in het geheel niet verteren doordat ze het enzym 'cellulase' missen. Herkauwers maken gebruik van micro-organismen in de maag (pens) of dikke darm om cellulose te verteren. Deze symbiotische bacteriën beschikken daarvoor wel over over de vereiste enzymen. In gematigde streken wordt hout meestal door kevers en micro-organismen zoals schimmels afgebroken; in tropische gebieden vervullen termieten hierin een belangrijke rol. Ook bij termieten zijn het symbiotische micro-organismen die de cellulose afbreken.

Cellulose is bijna niet oplosbaar in klassieke oplosmiddelen. Daarom worden ionische vloeistoffen vaak als solventen gebruikt.[2]

Toepassingen[bewerken]

Het wordt onder andere gebruikt voor de fabricage van papier, textiel, watten, viscose, en celluloid.

Zie ook[bewerken]