Cenakelkerk (Heilig Landstichting)
| Cenakelkerk | ||||
|---|---|---|---|---|
Cenakelkerk te Heilig Landstichting | ||||
| Locatie | ||||
| Land | ||||
| Plaats | Heilig Landstichting | |||
| Adres | Monseigneur Suysplein 3 | |||
| Coördinaten | 51° 49′ NB, 5° 53′ OL | |||
| Gewijd aan | Antonius van Padua | |||
| Onderdeel van | Heilig Landstichting (rijksmonumentcomplex) | |||
| Status en tijdlijn | ||||
| Gebouwd in | 1913-1915 | |||
| Restauratie(s) | laatste renovatie 2010 | |||
| Begraafplaats | oriëntaalse stijl | |||
| Monumentale status | rijksmonument (23 februari 2004) | |||
| Monumentnummer | 523627 | |||
| Bouwkundige informatie | ||||
| Architect(en) | Jan Stuyt i.s.m. Jos Margry en Piet Gerrits | |||
| Bouwmethode | Centraalbouw | |||
| Bouwmateriaal | o.a. beton | |||
| Toren | 45 m | |||
| Klokkentoren | twee vierkanten torens | |||
| Portaal | opgesierd met een mozaïek | |||
| Schip | rond | |||
| Interieur | ||||
| Doopvont | achthoekig, onder de toren | |||
| Altaar | Marmer | |||
| Diverse | onderdeel van het Rijksmonument Heilige Land Stichting, uniek koepelgewelf | |||
| Kerkprovincie en -genootschap | ||||
| Denominatie | Rooms-Katholieke Kerk | |||
| ||||
De Cenakelkerk is een parochie- en bedevaartskerk te Heilig Landstichting, een dorp dat tegenwoordig valt binnen de Nederlandse gemeente Berg en Dal (provincie Gelderland). De Cenakelkerk was een van de initiatieven van de hier gevestigde Heilig Land Stichting.
Deze kerk werd gebouwd tussen 1913 en 1915. De bouw ervan betekende de aanzet tot een groots bedevaartsoord waar het leven van Jezus uitgebeeld zou worden. Tegenwoordig is dit het gebied van de Cenakelkerk, de begraafplaats en het Bijbels Openluchtmuseum (het huidige Museumpark Orientalis).
Gedurende de zomermaanden worden in de Cenakelkerk rondleidingen gegeven.
Geschiedenis
[bewerken | brontekst bewerken]Voorgeschiedenis
[bewerken | brontekst bewerken]In 1911 besloot de Waalwijkse kapelaan Arnold Suys, die in de jaren daarvoor tweemaal een pelgrimstocht had ondernomen naar het Heilige Land (Palestina), om in Heilig Landstichting deze kerk als eerste te bouwen. Meteen nadat de benodigde statuten op 8 maart 1911 waren goedgekeurd, nam Suys contact op met de Dochters van Jezus' Heilig Hart in Berchem met het verzoek om de altijddurende aanbidding te komen verzorgen. De zusters waren bereid om hieraan gehoor te geven, op voorwaarde dat ze ter plekke hun eigen klooster zouden krijgen. Op 31 juli 1912 sloot het bestuur van HLS hierover een contract af met de zusterorde. Suys noemde de kerk zelf "Gedachteniskerk der Zaal van het Laatste Avondmaal of Het Laatste Avondmaal Heiligdom".[1]:118
Ontwerp en bouw
[bewerken | brontekst bewerken]De kerk zelf werd grotendeels ontworpen door Jan Stuyt. Jos Margry, Jan Wiebenga en Jules Bilmeyer werkten ook mee aan het ontwerp en de bouw ervan. De decoraties zijn van de hand van Piet Gerrits. Op 2 juni 1912 werden de eerste plannen voor het ontwerp van de te bouwen Cenakelkerk goedgekeurd. Op 24 februari 1913 werd de Ursuleberg, een kleine heuvelrug in Meerwijk, uitgekozen als de bouwlocatie.[2] Het voorstel om de Cenakelkerk halverwege de helling van deze heuvel te bouwen kwam van Margry; de top van deze heuvel moest gereserveerd worden voor de begraafplaats. Op 30 mei van dat jaar legde Suys op deze plek zelf de eerste steen voor de kerk, met het opschrift: "De voornaamste hoeksteen Christus-Jesus, Eph. II-XX". Ter gelegenheid hiervan verspreidde Suys ook een circulaire (die ook verscheen op de voorpagina van Annalen der Heilig Land Stichting) met Piet Gerrits daarop voorgesteld als een zaaier.[1]:124
Wiebenga berekende de betonnen constructie voor het koepelgewelf. In juni 1913 had Stuyt een nieuw ontwerp klaar, waarbij eerdere ontwerpen van Margry, Bilmeyer en hemzelf waren gecombineerd. Er was nu een ronde kerk met plat dak was voorzien, geïnspireerd op architectuur uit Palestina, evenals een pastorie die via een gang met de Aanbiddingskamer in de kerk in verbinding stond. Omdat de voorziene kosten erg hoog uitvielen, werd Stuyts oorspronkelijke ontwerp wat aangepast. Het oorspronkelijke geplande kerkgebouw werd in omvang met ca. een vierde verkleind. De kerk werd iets verlaagd en het aantal zitplaatsen werd teruggebracht van 600 naar 558. In de plaats van het voorziene platte dak met cassetten kwam een wat goedkopere koepel. Op 19 juli werd Stuyts ontwerp door het bestuur van HLS definitief goedgekeurd. Op 8 augustus was de aanbesteding van kerk, pastorie en klooster.[1]:123-128 Op 7 september werd er over de bouw een contract met de aannemer en architect Jacques van Groenendael gesloten. De schuin oplopende bouwgrond werd vlakker gemaakt. Op 31 oktober werd ook de koepel aanbesteed. Uiteindelijk kwamen de totale bouwkosten uit op 156.156 gulden.[3][1]:128 Volgens Stuyts oorspronkelijke plan zou de apsis aan de binnenkant worden voorzien van beeldengroepen die het Laatste Avondmaal voorstelden. Gerrits en bisschop Wilhelmus van de Ven keurden dit idee echter af. Zij waren van mening dat ook het interieur van de Cenakelkerk een oosters getint karakter moest krijgen, bovendien zouden de kosten erg hoog oplopen als Stuyts plan volledig werd gerealiseerd. In plaats daarvan werden er mozaïeken aangebracht (Gerrits had zelf bakstenen decoraties voorgesteld).[1]:179-180
Ingebruikname vanaf 1915
[bewerken | brontekst bewerken]Op 6 januari 1915 werd de voltooide Cenakelkerk ingezegend. Op initiatief van Van de Ven werd op diezelfde dag de parochie De Meerwijk opgericht, waar de kerk vanaf dan bij hoorde. Het altaarkruis, de godslamp en de kandelaars werden gedurende de eerste tijd geleend van de Utrechtse edelsmid Jan Eloy Brom. De samenwerking tussen Suys en Brom liep echter stuk toen Suys de geldende spullen te lang hield. Op 11 juni 1915 (een speciale Heilig Hart-feestdag) vond de consecratie van de kerk plaats. Twee dagen later (de feestdag van de Heilige Antonius, aan wie de kerk is gewijd) werd er voor het eerst een processie met het Allerheiligst Sacrament gehouden.[4][1]:127-130
Op 30 mei 1921 vierde Suys in de kerk zijn 25-jarige priesterschap.[1]:185
In 1928 waren de Dochters van Jezus' Heilig Hart verhuisd naar Berg en Dal. De zusters kanunnikessen verhuisden in dat jaar van de Hemelvaartkapel naar het klooster bij de Cenakelkerk en sloten op 1 februari een nieuw contract met de stichting. Zij namen nu de altijddurende aanbidding op zich, evenals de opvang van pelgrims en het meisjesonderwijs. De aanbiddingskapel werd nu omgevormd tot een priesterkoor en voorzien van een nieuw altaar.[1]:193
Wijding
[bewerken | brontekst bewerken]Hoewel de kerk de naam cenakel (eetzaal, dat wil zeggen die van het Laatste Avondmaal) heeft gekregen, is het gebouw om financiële redenen gewijd aan de Heilige Antonius. De Rotterdamse effectenhandelaar Grewen, een bekende van architect Jos Margry, was een groot vereerder van deze heilige en besteedde dus veel geld aan kerken toegewijd aan Sint Antonius. Grewen liet zijn geld ook na aan het bisdom 's-Hertogenbosch voor de bouw van een dergelijke kerk in Heilig Landstichting. Uiteindelijk werd er op initiatief van Suys een afzonderlijke kapel ingericht voor de verering van Antonius, zodat het priesterkoor als de Zaal van het Laatste Avondmaal in gebruik kon blijven.[4]
Restauratie
[bewerken | brontekst bewerken]In december 2010 werd een ingrijpende restauratie voltooid. Op zondag 27 februari 2011, een eeuw na de datering van de stichtingsakte, vond in de kerk een viering plaats speciaal ter gelegenheid hiervan.
Architectuur
[bewerken | brontekst bewerken]De kerk is een geval apart in de traditie van de Nederlandse kerkarchitectuur, in die zin dat de vormgeving en detaillering geënt zijn op de vroegchristelijke bouwkunst en Byzantijnse stijlen, iets wat bij Nederlandse bouwwerken zeer zeldzaam is.
De kerk is opvallend wit gepleisterd en heeft twee typisch Byzantijnse torens. De muren aan de binnenzijde daarentegen zijn door Piet Gerrits kleurrijk beschilderd met afbeeldingen van met name gebeurtenissen van de Handelingen van de apostelen, Stefanus en Paulus, waaronder de bekering van Saulus tot christen. Ook het interieur heeft veel duidelijk Byzantijnse kenmerken, zoals het mozaïek in de apsis. Ook een aantal andere muren is opgeluisterd met mozaïeken, zoals de Ontslapenis van de Moeder Gods, maar door geldgebrek is dit aantal beperkt. In de halfronde apsis wordt middels een voornamelijk goudkleurig mozaïek een aantal palmen en engelen uitgebeeld. Voor het altaar staat een menora-vormige kandelaar, boven het altaar hangt een houten baldakijn en achter het altaar bevindt zich een klein orgel. Voor de mozaïeken werkte Gerrits samen met de firma Rheinische Mosaikwerkstätte in Bayenthal (Keulen).[1]:181

Het koepelgewelf behoort tot de eerste schaaldaken in Nederlan, samen met het dak van de Wiebengahal van Société Céramique in Maastricht. De constructie van dit betondak is slechts 10 centimeter dik, wat voor de jaren 1910 zeer gewaagd was.
De schilderingen en mozaïeken onder de grote koepel, het gedeelte waar de kerkgangers zitting nemen, is catechetisch van aard, terwijl het priesterkoor volgens Byzantijnse kenmerken is versierd. De hele kerk kent rondom glas-in-loodramen waaronder drie ramen uit 1982 van de hand van Gerard Mathot.
De kapel met het tabernakel is vanaf het priesterkoor te bereiken middels een kleine doorgang. Ook is deze te bereiken via een trap aan de linkerzijde van het priesterkoor. Het tabernakel heeft twee grote engelen die het lijken te beschermen met aan de achterzijde een afbeelding van Maria. De doopkapel met doopvont bevindt zich ook aan de linkerzijde, vooraan in de kerk met een schildering van Jezus, gedoopt door Johannes de Doper. Het oksaal is opgesierd met een uit 1921 stammend mozaïek van het Laatste Avondmaal.
Piet Gerrits ontwierp speciaal voor deze kerk een monstrans, waarin twaalf kleine steentjes zijn gezet met de namen van de toenmalige elf Nederlandse provincies en de toenmalige kolonie Nederlands-Indië.
Klokken
[bewerken | brontekst bewerken]Vanaf 1929 had de kerk vier bronzen luidklokken: de parochieklok Antonius, de pelgrimsklok Jacobus, de Angelusklok Maria en de feestklok Paulus. Deze waren door Suys besteld bij een firma in Asten, en gegoten in Engeland. Het gieten, het luidwerk en de luidapparatuur kostten bij elkaar 10.000 gulden. Op 16 december van dat jaar werden de klokken geconsacreerd door bisschop Diepen.[1]:193-194 De toonhoogtes werden gebaseerd op Edvard Griegs Morgenstimmung.
Drie jaar later volgde de grootste klok, genaamd Margaretha-Maria Alacoque, een verwijzing naar de vormgeefster van de devotie aan het Heilig Hart. Deze 1800 kilo zware klok was bedoeld voor de nabijgelegen, nog te bouwen Heilig Hartbasiliek. Reeds in 1936 verhuisde deze klok naar een tijdelijke toren bij de aanbouw van de basiliek. De basiliek werd door geldgebrek niet verder gebouwd dan het atrium en het voorportaal.
Nadat in 1942 de inname van bronzen klokken begon op bevel van de Duitsers, probeerde men de klokken van deze kerk tevergeefs te behouden. De maker van de klokken, Koninklijke Eijsbouts, probeerde de bezetter te overtuigen van muzikale en ambachtelijke bijzonderheden. Na de oorlog zijn de vijf klokken opnieuw gemaakt. In 1949 gingen de vier kleinere klokken naar de Cenakelkerk en de Margaretha-Maria Alacoque werd tot 1970 ter aankondiging van rondleidingen door het park gebruikt. De klok bleek nadien te zwaar van toon en werd voorlopig buiten gebruik genomen vanaf 1976, totdat hij vanaf 2004 een plaats kreeg op de nabijgelegen begraafplaats om ter begeleiding een overledene de laatste eer te bewijzen.
Afbeeldingen
[bewerken | brontekst bewerken]- Vooraanzicht
- Interieur
- Koepel
- Het altaar met apsis
- Hoeksteen met inscriptie bij het koor
- 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 Willemsen, J. (2014). Het Heilige Land van Piet Gerrits (1878-1957), Kerkelijk kunstenaar bij de gratie Gods in Palestina en Nederland. Valkhof Pers. ISBN 978 90 5625 432 2.
- ↑ Geschiedenis Museumpark Orientalis, Erfgoed Heilig Landstichting
- ↑ Cenakelkerk, monumenten.nl
- 1 2 De Nijs, P., Barendsen, J. (2000). Van Heilig Woud tot Heilig Land. De geschiedenis van Heilig Landstichting en omgeving. Matrijs, Utrecht, "Van Heilig Land Stichting tot Bijbels Openluchtmuseum", p. 91-92. ISBN 9789053451700.