Centraal bediende treinaanwijzers in Nederland

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

De centraal bediende treinaanwijzer (afgekort CTA) is een op afstand bediend paneel dat vaak op stations boven perrons voor reizigerstreinen hangt. Het is een deel van de Dienstregelinginformatie over treinen in Nederland. Op de CTA staan de gegevens van de trein die binnenkort op dat spoor gaat vertrekken. Daarnaast staat het spoornummer en vaak is de CTA gecombineerd met een stationsklok. Bij de nieuwste generatie staat ook reeds de daaropvolgende trein aangekondigd.

Een nieuwe en een oude treinaanwijzer in Utrecht
Treinbeeldscherm perron met klok op Rotterdam Centraal

Geschiedenis[bewerken]

Voor de komst van de CTA, op sommige stations nog tot in de jaren zeventig, werd er gewerkt met metalen bordjes die door de perronopzichter aan een paal werden gehaakt. Aan de paal bevond zich een klok met wijzerplaat waarop de vertrektijd kon worden aangegeven. Op sommige stations in België, waaronder station Blankenberge, gebeurt dit nog steeds zo.

De CTA's worden bediend door NS Reizigers afdeling Reisinformatie. Die afdeling verzorgt ook de omroepberichten op de verschillende stations.

Typen[bewerken]

De oudste CTA's werkten met zwarte letters op een witte ondoorzichtige film, die op- en afgerold werd. Meestal hadden deze CTA's drie vakken: de bestemmingen, de vertrektijd en het type trein (zoals intercity, stoptrein of extra trein). Op kleinere stations stonden alleen de stations aangegeven waar de trein zou stoppen maar niet de vertrektijd. In Eindhoven werd gewerkt met televisieschermen van Philips.

In de jaren 1980 werden alle systemen geleidelijk vervangen door de eerste generatie CTA's.

Eerste generatie CTA's[bewerken]

CTA-scherm van de eerste generatie met vier regels, op station Utrecht Centraal. Links een vertreklicht.
CTA-scherm van de eerste generatie met drie regels boven het perron van Amsterdam Bijlmer ArenA

De eerste generatie CTA[bron?] was mechanisch en werkte door middel van flappenborden die automatisch doorgebladerd werden, totdat het juiste bordje verscheen. De eerste generatie-CTA's waren er in drie formaten: met twee, drie of vier regels. Het formaat dat werd toegepast was afhankelijk van de beschikbare ruimte en de hoeveelheid informatie die moest kunnen worden weergegeven.

Op de CTA werd voor de eerstvertrekkende trein tijdstip van vertrek, treinsoort (intercity, sprinter, etc.) en de stations waar de trein stopte vermeld. Als de trein een omweg maakte naar de eindbestemming werd soms een eerder station als eindbestemming vermeld (vooral bij de stoptrein Dordrecht-Schiphol-Hilversum-Utrecht hing de aangegeven bestemming sterk af van het station waar de CTA hing).

Daarnaast kon het bord zaken aangeven als de eventuele vertraging van een trein, het verplicht zijn van een toeslag, de locatie van de eersteklasrijtuigen en de aanwezigheid van bepaalde voorzieningen in de trein. CTA's werden ook gebruikt om aan te geven dat een trein niet voor vertrekkende reizigers bedoeld is ("Niet instappen") of dat er vertraging is ("+10 minuten"). Was er iets aan de hand dat niet door de CTA kan worden aangegeven, dan werden de wachtenden geattendeerd op omroepberichten met aanvullende informatie ("Let op omroepbericht").

Tussen 2010 en 2012 zijn op alle stations de mechanische CTA-bakken op de perrons vervangen door nieuwe "InfoPlus"-tft-schermen, de tweede generatie CTA's.

Tweede generatie CTA's[bewerken]

De tweede generatie CTA's werkt door middel van digitale schermen, die niet alleen op de perrons hangen, maar ook bij ingangen, en in de stationshal en dergelijke. De schermen maken deel uit van het "InfoPlus"-systeem van NS en Prorail. Bij de nieuwe schermen is nagedacht over de volgorde van de beeldschermen: hoe dichter de reiziger bij de trein op het perron komt, hoe gedetailleerder de informatie over de trein wordt. Bij de ingang van het station wordt alleen de eindbestemming van een trein met de belangrijkste tussenstations genoemd, samen met de vertrektijd, het juiste spoor en de treinsoort. Boven het perron worden alle tussenstations genoemd.

Verder vermeldt deze CTA de vertraging en de volgende trein die op dit spoor komt. Vertrekt een trein op een ander spoor dan gebruikelijk, dan wordt dat ook vermeld.

Er zijn verschillende soorten schermen:

Treinbeeldscherm[bewerken]

Een treinbeeldscherm op station Baarn

De treinbeeldschermen zijn de vervangers van de grote blauwe borden in de stationshallen. De treinbeeldschermen tonen de 7 volgende vertrekkende treinen op het station, en de belangrijkste tussenstations. Het uitgangspunt is dat deze schermen tonen welke treinen in ongeveer het komende half uur zullen vertrekken. Zodra er in een half uur meer dan 7 treinen vanaf dat station vertrekken, hangen er twee treinbeeldschermen naast elkaar, zodat alle treinen die het komende half uur vertrekken zichtbaar worden. Het gaat dan om TB14.[1] De heel grote stations hebben drie schermen naast elkaar waarop de eerstvolgende 21 vertrekkende treinen staan (TB21).[1] Op Utrecht Centraal is dit niet voldoende voor een half uur. Op Schiphol Airport worden deze schermen ook op en bij de perrons gebruikt, met alleen de treinen die van het betreffende perron vertrekken.

Het treinbeeldscherm geeft de volgende zaken weer:

  • De vertrektijd en de treinsoort (- Internationale trein, Hogesnelheidstrein, Intercity, Sneltrein, Stoptrein, Sprinter of speciale trein). Indien de trein vertraagd is gaat er een blauwe balk knipperen onder de treinsoort met de vertraging in een veelvoud van vijf minuten.
  • De eindbestemming met de belangrijkste tussenstations.
  • Het vertrekspoor. Een afwijking van het vertrekspoor zal om en om getoond worden met de tussenstations.
  • Het logo van de vervoerder.

Het scherm heeft de mogelijkheid om veranderingen in de reguliere route en/of de eindbestemming aan te geven.

Op Schiphol zijn er ook twee grote schermen naast elkaar met samen 20 treinen (één lange regel per trein).

Perronverwijzer[bewerken]

Perronverwijzer in de tunnel van station Amsterdam Centraal. Deze schermen maken gebruik van Led-technologie, nieuwere schermen maken gebruik van tft-schermen.

De perronverwijzers zijn de vervangers van de eerste generatie CTA-schermen in de wandelgangen van de grotere stations. Bij de toegang tot een perron vermelden een of meer perronverwijzers per perrongedeelte de gegevens van de eerste trein die vertrekt: de vertrektijd, bestemming, tussenstations en het logo van de vervoerder. Deze worden opgehangen op stations met meer dan drie sporen en meer dan vijf spoorfasen (A/B). Er bestaat ook een grotere uitvoering, welke een extra blauwe regel onder in het scherm kan weergeven, waarop af te lezen valt welke trein daarna vertrekt vanaf dat spoor of die spoorfase.

Treinbeeldscherm Perron[bewerken]

Een TBP-scherm met vertrektijd van de stoomtrein van de ZLSM te Valkenburg

De Treinbeeldscherm Perronschermen zijn de vervangers van de eerste generatie CTA-schermen op de perrons. De TBP-schermen tonen de treinsoort, het logo van de vervoerder, vertrektijd, de eindbestemming en alle tussenstations. Als de lijst van tussenstations te lang is voor één regel, zal de opsomming van tussenstations steeds een regel naar boven doorschuiven. De puntjes geven daarbij aan dat er nog meer informatie beschikbaar is en getoond zal worden. Een voordeel van de TBP-schermen is dat er ook extra informatie getoond kan worden, zoals meldingen dat een trein na een bepaald station op alle stations stopt, en dat er ruimte is voor een regel waarin de volgende trein met zijn eindbestemming en vertrektijd geplaatst kan worden. Ook spoorwijzigingen die betrekking hebben op dat spoor zijn af te lezen op de schermen. Op perrons en perrondelen zonder overdekking worden schermen geplaatst die gebruikmaken van Led-technologie, ter verbetering van de leesbaarheid bij veel tegenlicht.

Metrostations[bewerken]

Een PID op metrostation RAI in Amsterdam

Passagier Informatie Display[bewerken]

Het Passagier Informatie Display (PID), ook wel Passenger Information Display genoemd, is een soort van CTA voor het metrosysteem van Amsterdam. Vanaf 1977 werd gebruikgemaakt van oranje aanwijzers welke met flappenbordjes alleen de eindbestemming aangaven, eventueel met de rode tekst Korte trein of Niet instappen. De aanwijzers flapten pas kort voor vertrek op de juiste eindbestemming. Op het Centraal Station gaven 2 blauwe lampen aan welke metro het eerste vertrok als er 2 metro's gereed stonden. De laatste minuut voor vertrek gingen ze knipperen om onnodig rennen te voorkomen. Bij de komst van sneltramlijn 51 verschenen bij deze lijn een nieuw type aanwijzer, dat op het Buitenveldertse en Amstelveense traject nog steeds wordt gebruikt.

Bij de komst van metrolijn 50 verschenen op het nieuwe traject de eerste PID's. De oude oranje aanwijzers toonden steeds meer kuren en op het nieuwe station Duivendrecht werden in 1993 de aanwijzers vast gezet en voorzien van stickers met de tekst van de lijn en de eindbestemming. Naderhand werden ook alle overige aanwijzers vast gezet en voorzien van een sticker. Dit is de reden geweest dat de lijnen 53 en 54 zichtbaar een lijnnummer voor het publiek gingen tonen, eerst met borden achter de voorruit en in 2000 werden filmkasten ingebouwd.

Daarna werden de nieuwe PID's aangeschaft. De PID heeft hetzelfde doel als de CTA: de PID laat zien hoe laat de volgende 2 metro's vertrekken met lijnnummer en eindbestemming, uit hoeveel metrostellen de trein bestaat (aanvankelijk met gestileerde metrotreintjes en later met de huidige tekentjes) of toont een trein waarin de passagier niet mogen instappen (Niet Instappen). Op het Centraal Station wordt indien er 2 metro's vertrekken de tekst "Zie voorkant trein" getoond. De PID kan ook laten zien of er op het spoor deze dag geen metro's rijden (Ander spoor instappen) of bijvoorbeeld "Metro 51 vertrekt vanaf Spaklerweg,reis eerst met metro 53 of 54"

In 2015 zijn de huidige PID-schermen vervangen door tft-schermen.[2]

Dynamische reizigersinformatie[bewerken]

Een DRIM op metrostation Wilhelminaplein in Rotterdam

Bij de Rotterdamse metro wordt sinds 2002 gebruikgemaakt van DRIM's (Dynamisch ReizigersInformatiesysteem Metro). Deze geven de drie eerstvolgende eindbestemmingen met de resterende minuten voor vertrek weer met leds. Overige informatie als 'niet instappen' een vertraging of vertrek vanaf een ander perron worden daar ook op weergegeven. Verder wordt, als de metro binnen een minuut zal arriveren, het aantal rijtuigen weergegeven en waar de metro zal stoppen langs het perron. Op de onderste regel kunnen ook mededelingen worden getoond als een soort lichtkrant. In de stationshallen van de stations hangen ook lichtbalken met de eerstvolgende trein en waarop eveneens mededelingen kunnen verschijnen. Bij de haltes van de Rotterdamse tram, en bij de meeste haltes van de Rotterdamse bus, wordt dit systeem ook gebruikt. Ook bij de Haagse trams wordt dit systeem toegepast bij de haltes

Op de Randstadrail wordt dit systeem ook gebruikt, naast Metrolijn E ook bij de HTM-tramlijnen 3 en 4.

Zie ook[bewerken]