Centrale Raad van Beroep

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De Centrale Raad van Beroep (afk. CRvB) is de hoogste rechterlijke macht in Nederland in een deel van de bestuursrechtelijke geschillen en spreekt recht in een deel van de zaken waarop de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is. Het gaat hierbij met name om zaken op het gebied van sociale zekerheid, bijstand en ambtenarenrecht. Ook is de Centrale Raad van Beroep onder meer de eerste en enige rechter in geschillen betreffende de uitvoering van wetten voor oorlogs- en vervolgingsgetroffenen.

Tegen uitspraken van de rechtbank op het gebied van sociaal zekerheids- en ambtenarenrecht staat dus hoger beroep open bij de Centrale Raad van Beroep.

De Centrale Raad van Beroep wordt geleid door een bestuur; bestaande uit de presidentvoorzitter, de drie sectievoorzitters, een coördinerend vicepresidentvoorzitter, belast met kwaliteit, en de directeur bedrijfsvoering. De Centrale Raad van Beroep kent als organisatorische eenheden drie secties, een Bedrijfsbureau en een Wetenschappelijk Bureau.

De Centrale Raad van Beroep is gevestigd te Utrecht.

Presidentvoorzitters[bewerken]

De volgende personen waren achtereenvolgens presidentvoorzitter van de Centrale Bureau van Beroep vanaf 1903: Eduard Fokker (1903-1914), Rudolph Pabus Cleveringa (1914-1919), Hendrik Reuyl (1919-1933), Antonius Ignatius Maria Josephus van Wijnbergen (1933-1939), Charles Bijleveld (1939-1940), Egbertus Johannes Beumer (1940-1946), Gerard Antoine Marie Smeenk (1946-1949), Jan Kuiper (1949-1956), H.L. Hoogenhuis (1956-1970), Albert Blom (1970-1975), Carel Johannes Anthonius Koning (1975-1984), Wim Schipper (1984-1990), Adriaan Gijsbert van Galen (1990-1995), H. Bekker (1995-2001) en Jan Gerrit Treffers (2001-2007). Thans is T.G.M. Simons de presidentvoorzitter van de Centrale Raad van Beroep.

Sectie I[bewerken]

Binnen sectie I zijn kamers werkzaam die in hoger beroep geschillen behandelen over onder meer de bijstandswetgeving, de Wet voorzieningen gehandicaptenvoorzieningen, de Wet medisch-wetenschappelijk onderzoek met mensen, de ziekenfonds, de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten, de premieheffing, de verzekeringsplicht en het dagsalaris. Tevens behandelt die kamer zaken waarin onderwerpen van internationaal recht aan de orde zijn.

Sectie II[bewerken]

Binnen sectie II zijn kamers werkzaam die deels in hoger beroep en deels in eerste aanleg geschillen behandelen over onder meer de (militaire) ambtenarenwet, de werkloosheidswet en de wetten betreffende oorlogs- en vervolgingsslachtoffers.

Sectie III[bewerken]

Binnen sectie III zijn kamers werkzaam die in hoger beroep geschillen behandelen over onder meer de arbeidsongeschiktheidswetgeving (AAW, WAO, WAZ, WAJONG, WIA, Wga en ZW) en de Toeslagenwet. Een kamer is daarnaast belast met zaken betreffende de studiefinanciering.

Bedrijfsbureau[bewerken]

Bij het Bedrijfsbureau van de Centrale Raad van Beroep zijn de volgende taken ondergebracht:

  • personeelsbeheer, werving en selectie, Arbobeleid, personeelsbeleidsadvisering;
  • communicatie en managementinformatie;
  • bestuursondersteuning, kwaliteitszorg en controlling;
  • financiën;
  • automatisering;
  • huisvesting;
  • repro;
  • bodedienst.

Wetenschappelijk Bureau[bewerken]

De medewerkers van het Wetenschappelijk Bureau van de Centrale Raad van Beroep verrichten onderzoekswerk voor, en bieden tevens ondersteuning aan, interne commissies van de Centrale Raad van Beroep, waaronder de commissie bestuursrecht en bestuursprocesrecht. Deze commissies van de Centrale Raad van Beroep zijn ingesteld voor de advisering over algemene onderwerpen die de gehele Centrale Raad van Beroep aangaan. Met soortgelijke bureaus bij de andere hoger beroepscolleges (Hoge Raad, Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en het College van Beroep voor het bedrijfsleven) worden contacten onderhouden.

Externe link[bewerken]