Certificaat van onderzoek

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf Certificaat van Onderzoek)
Ga naar: navigatie, zoeken

Aan boord van een binnenschip moet zowel in Nederland als in België een geldig Certificaat van Onderzoek aanwezig zijn. Het is verboden een binnenschip te gebruiken waarvan de toestand, het gebruik en de uitrusting niet in overeenstemming zijn met hetgeen is vastgelegd in het certificaat van onderzoek.

Keuring[bewerken]

Elk schip dat ervoor in aanmerking komt dient te worden gekeurd. Het Certificaat van Onderzoek wordt afgegeven door de Commissie van Deskundigen van een van de lidstaten van de Centrale Commissie voor de Rijnvaart (Duitsland, België, Frankrijk, Nederland of Zwitserland) indien het schip wordt goedgekeurd. Dit attest is 3 tot 10 jaar geldig en kan na een nieuw onderzoek verlengd worden. Jaarlijks worden 1500 tot 2000 van zulke scheepsattesten afgegeven.

Inhoud van het Certificaat van Onderzoek[bewerken]

In dat Certificaat van Onderzoek worden die voorschriften opgenomen, die bij het gebruik van het binnenschip in acht moeten worden genomen, alsmede in voorkomende gevallen de toegestane afwijkingen en te treffen voorzieningen met vermelding van de binnenwateren en de periode, waarvoor deze gelden.

Verplichte meldingen[bewerken]

Aan de overheid moet gemeld worden:

  • belangrijke schade en herstel daarvan;
  • verbouwing en andere ingrijpende wijzigingen;
  • overgang van de eigendom.

Onderbreken van een reis[bewerken]

Het gebruik van een schip op de binnenwateren wordt onderbroken door het certificaat in te trekken, indien bij het onderzoek blijkt dat bij gebruik van het schip de veiligheid van de vaart in gevaar wordt gebracht of de veiligheid van zijn omgeving onmiddellijk gevaar loopt. In zo'n geval moet het schip onverwijld en met inachtneming van de aanwijzingen naar een aangewezen plaats worden gebracht en moet het daar blijven liggen, totdat naar het oordeel van de overheid de redenen die aanleiding waren voor de onderbreking zijn weggenomen.

Certificaten van buiten de Europese Unie[bewerken]

In afwachting van de sluiting van overeenkomsten tussen de Europese Unie en derde landen inzake de wederzijdse erkenning van scheepscertificaten, kunnen scheepscertificaten van vaartuigen van derde landen voor het bevaren van de binnenwateren worden erkend.

Ontwikkelingen na 30 december 2008[bewerken]

Op 30 december 2008 werd de Europese richtlijn 2006/87/EG van kracht. De Nederlandse uitwerking van de Europese richtlijn vindt plaats door middel van de Binnenvaartwet, die per 1 juli 2009 de Binnenschepenwet heeft vervangen. In de Binnenvaartwet staat, dat schepen op de binnenwateren voorzien moeten zijn van een geldig certificaat van onderzoek en dat het schip niet gebruikt mag worden op een andere manier dan in het certificaat vermeld staat. Er is met ingang van die datum een Certificaat van Onderzoek verplicht voor:

  • alle vaartuigen met een lengte van 20 m of meer
  • alle vaartuigen waarvan het product van de lengte, de breedte en de diepgang meer dan 100 m3 bedraagt (dus ook korter dan 20 m)
  • alle sleep- en duwboten ongeacht de lengte
  • alle passagiersschepen (vervoer van meer dan 12 passagiers)
  • drijvende inrichtingen

Dit betekent dat nu ook pleziervaartuigen van 20 meter lengte of meer aan technische eisen moeten voldoen. Voor pleziervaartuigen korter dan 20 meter geldt dit alleen als het product van de lengte, de breedte en de diepgang groter is dan 100 m3.

De eisen waaraan elk schip moet voldoen bepaalt de eigenaar van het schip zelf, namelijk door aan te geven hoe hij het gebruikt. Hij kan kiezen tussen de technische eisen die in de Europese richtlijn 2006/87/EG vermeld staan in bijlage II voor de volgende scheepstypen:

  • Vrachtvaart: technische eisen vermeld in hoofdstuk 3 t/m 14
  • Passagiersschepen: technische eisen vermeld in hoofdstuk 15
  • Zeilende passagiersschepen: technische eisen vermeld in hoofdstuk 15a
  • Sleep- en duwboten: technische eisen vermeld in hoofdstuk 16
  • Schepen die andere schepen langer dan 20 m willen slepen, duwen of langszij mee nemen: technische eisen vermeld in hoofdstuk 16
  • Drijvende werktuigen: technische eisen vermeld in hoofdstuk 17
  • Schepen bestemd voor bouwwerkzaamheden: technische eisen vermeld in hoofdstuk 18
  • Historische schepen: technische eisen vermeld in hoofdstuk 19, dit is echter nog leeg.
  • Pleziervaartuigen: technische eisen vermeld in hoofdstuk 21

Het schip kan als een kameleon van functie veranderen, waarmee dan telkens aan andere eisen moet worden voldaan.

Pleziervaart[bewerken]

Pleziervaartuigen die nu voor het eerst aan technische eisen moeten gaan voldoen behoeven dat niet meteen aan aan alle eisen. Zij kunnen een certificaat van onderzoek ontvangen met een bijlage, waarin staat aan welke eisen ze niet voldoen. Dat krijgen ze, tenzij het schip klaarblijkelijk gevaar oplevert. Daarmee mogen ze blijven varen. Deze overgangsregeling voor pleziervaartuigen duurt 10 jaar. Een schip dat daarna alsnog in de pleziervaart gaat moet meteen aan alle eisen voldoen.

Sleep- en duwboten[bewerken]

Als ze uitsluitend voor de pleziervaart worden gebruikt en bovendien:

  • niet langer zijn dan 20 meter en
  • als het product lengte * breedte * diepgang > 100 blijft

kunnen ze eenmalig een verklaring van de Minister aanvragen en vallen ze daarmee onder de pleziervaartregels.

Aantallen[bewerken]

De Inspectie Verkeer en Waterstaat geeft aan dat in de database van alle in Nederland verstrekte scheepscertificaten, in totaal 5207 schepen met een geldig Certificaat van Onderzoek (CvO) voor de Rijnvaart geregistreerd staan:

  • 3461 schepen gebouwd vóór 1985
  • 617 schepen gebouwd tussen 1985 en 1995
  • 1129 schepen gebouwd tussen 1995 en heden [1]

De Inspectie heeft nog geen zicht op de te keuren aantallen pleziervaartuigen, omdat die over het algemeen niet zijn geregistreerd. Wel is inmiddels bekend dat er in Nederland 939 schepen van 20 meter en langer rondvaren in de recreatie, die in 2013 de subsidie voor een Automatic Identification System transponder hebben aangevraagd.

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Brief van de Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat, mw. J.C. Huizinga-Heringa aan de Tweede Kamer, van 24 juni 2009. Onderwerp: crisis en overgangsvoorschriften binnenvaart. Bijlage 2.
  • Binnenschepenwet, Binnenvaartwet en Europese richtlijn 2006/87/EG