Charles Winckel

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Onderweg naar Finland namens het Rode Kruis, 1940

Charles Willem Frederik Winckel ('s-Gravenpolder, 13 februari 1882Blaricum, 30 april 1959) was een Nederlands arts. Hij werkte voor het Rode Kruis in Den Haag en werd in 1937 bestuurslid.

Familie[bewerken]

Winckel was een lid van de in het Nederland's Patriciaat opgenomen familie Winckel. Hij was een zoon van dominee W.F.A. Winckel (1852-1945), die ook privésecretaris was van Abraham Kuyper. Hij trouwde in 1907 met Käthe Lina Schwarz (1883); zij waren de ouders van Fritz, Lies en Flip Winckel. De grootvader van Winckel was kolonel Christiaan Philip Winckel (1799-1861), Ridder Militaire Willems-Orde; als Commandant van het 4de Regiment Infanterie en van de Vesting Bergen-op-Zoom werd hij geridderd voor zijn aandeel in de onderdrukking van de Belgische Opstand (1830-31).

Zijn leven[bewerken]

Van 1907-1914 was Winckel Officier van Gezondheid bij het Oost-Indisch leger, en daarna werkte hij bij het Instituut Pasteur. Tijdens de Eerste Wereldoorlog richtte Winckel namens het Rode Kruis nood-ziekenhuizen op ter behandeling van militairen.

Na de oorlog werd hij Inspecteur bij de Dienst der Volksgezondheid. hij reisde veel en beschreef zijn ervaringen onder meer in medische tijdschriften, vaak voor het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde. Het ging meestal over ziektes en hygiënische toestanden in arme landen. Veel studie had te maken met onderzoek naar malaria en hondsdolheid.

In 1932 kwam hij terug naar Nederland. Hij woonde in Amsterdam en werkte voor het Tropeninstituut waar ook Käthe en hun zoon Flip werkten.

Tijdens de Abessijnse-Italiaanse oorlog kreeg Winckel de leiding over een team van acht artsen en verplegers, onder meer dr. Henk Veeneklaas en Nol Colaço Belmonte. Op 3 december 1935 vertrok een schip vanuit Rotterdam om een ambulance, medische goederen en personeel naar Abessinië te brengen. Prinses Juliana sprak een afscheidswoord. Na de oorlog keerde Winckel aan boord van de S.S. Palembang naar Rotterdam terug. Winckel beschreef zijn ervaringen in zijn boek, dat hij samen met Belmonte schreef: Het Nederlandsche Roode Kruis In Ethiopie, Waar Onze Vlag Eens Wapperde.

In 1937 trad hij toe tot het Dagelijks Bestuur van het Rode Kruis in Den Haag.

In 1939 werd Winckel door de regering naar Curaçao gestuurd ter voorbereiding van de Openbare Gezondheidsdienst.

In 1954 werd hij onderscheiden met de Commandeur Ster van Ethiopie die hij uit handen van Keizer Haile Selassie ontving tijdens zijn staatsbezoek aan Nederland.

Winckel overleed in 1959 op 77-jarige leeftijd in zijn woning in Blaricum.[1]

Onderscheidingen[bewerken]

Winckel ontmoet keizer Haile Selassi