Charles van der Voort

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Charles van der Voort (Leiden, 26 maart 1959) is een Nederlands officier van justitie.

Als zodanig gaf hij met politiecommissaris Tom Driessen leiding aan het Copa-team. Dit team begon in de zomer van 1992 vanuit een voormalig onderkomen van de hondenbrigade aan het Bouterse- onderzoek. Copa staat voor Colombia-Paramaribo, de route die de cocaïne aflegt voordat het in Nederland aankomt. Vijfendertig rechercheurs, voornamelijk agenten uit Rotterdam, Den Haag en van de FIOD maken deel uit van het team. Doel van het team is het in kaart brengen van activiteiten van een drugsbende die opereert in een land waar geen van de opsporingsambtenaren is geweest en ook geen onderzoek kan worden verricht doordat het rechtshulpverdrag is opgeschort. De officiële tweeledige 'doelstelling' van Copa is door Van der Voort en Driessen beschreven in een methoden-proces-verbaal:

  1. Het uitschakelen van de criminele organisatie, het zogenoemde 'Suriname-kartel'.
  2. De opsporing en aanhouding van de belangrijkste drugscriminelen die deel uitmaken van en/of werkzaam zijn voor dit kartel.

Op 2 november 1995 is Van der Voort in het openbaar verhoord door de parlementaire enquêtecommissie opsporingsmethoden (commissie Van Traa). Van der Voort heeft in dit verhoor openheid gegeven over de voortgang in het onderzoek tegen Bouterse en de gebruikte opsporingsmethoden.

Van der Voort was in dezelfde tijd betrokken bij een geval van obstructie van de rechtsgang. Hij liet mogelijk bewijsmateriaal vernietigen bij de Leidse Balpenmoord. Van der Voort in 1997 door minister Winnie Sorgdrager (Justitie) op non-actief gesteld, mede wegens de zaak van de balpenmoord. Later in 1997 werd hij weer benoemd als officier van justitie in het arrondissementsparket te Breda.[1] In november 2018 treedt hij terug als hoofd-officier van het arrondissement Zeeland-West-Brabant wegens een verstoord werkklimaat. [2]