Chevrolet Caprice

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Chevrolet Caprice
Caprice Classic van de vierde generatie (1991-1996)
Algemeen
Merk Chevrolet
Holden
Vlag van de Verenigde Staten Verenigde Staten
Midden Oosten
Andere namen Chevy Caprice
Productiejaren 1965-1996, 2000-2017
Verwant
Platform GM B-body (1966-1996)
GM V-body (2000-2006)
GM Zeta platform (2007-2017)
Portaal  Portaalicoon   Auto

De Chevrolet Caprice, later Chevrolet Caprice Classic, was een automodel van het Amerikaanse merk Chevrolet. De Caprice werd in zes generaties gebouwd tussen 1964-1996 en tussen 2000-2017. De Caprice was in de jaren '60 en begin jaren '70 de populairste auto in de Verenigde Staten.

De Chevrolet Caprice vind zijn oorsprong als een luxe vierdeurs hardtop model van de Chevrolet Impala en werd in 1966 een apart model van Chevrolet en werd geleverd als coupé en als stationwagen. De modellen van 1971 tot -76 waren de grootste Chevrolets die gebouwd werden. Na een restyling in 1977 en 1991 werd de Caprice in 1996 stopgezet door de opkomst van SUV's en door de lage verkoopcijfers.[1]

In 2009 werd bekend dat de Chevrolet Caprice weer zou terugkeren, enkel als politieauto.[2] De nieuwe Caprice was een speciale versie van de Holden Caprice/Statesman, die al enkele jaren populair was in het Midden-Oosten en in Australië. De productie van de Chevrolet Caprice vond plaats tussen 2011 en 2017.[3]

Geschiedenis[bewerken | brontekst bewerken]

Over de oorsprong van de naam Caprice zijn er twee meningen. Een is dat Bob Lund, de verkoopmanager van General Motors, de Chevrolet Caprice vernoemde naar een restaurant die hij vaak bezocht in New York City. De andere is dat de naam komt van autoverkoper James P. Chapman's dochter, Caprice Chapman.

De naam Caprice werd in 1965 geïntroduceerd als Caprice Custom Sedan, een speciale vierdeurs hardtop versie van de Chevrolet Impala. De speciale versie bevatte een zwaarder uitgevoerd frame, betere vering, een zwarte grille, Caprice naamplaatjes en decoratie op de deuren.

De Caprice werd de concurrent van de Ford LTD, Playmouth VIP en de AMC Ambassador.

Eerste generatie (1966-1970)[bewerken | brontekst bewerken]

Eerste generatie
Chevy Caprice uit 1966
Algemeen
Merk Chevrolet
Vlag van de Verenigde Staten Verenigde Staten
Type Caprice I
Productiejaren 1965-1970
Koetswerkstijl
Tweedeurs coupé
vierdeurs hardtop (sedan)
vierdeurs stationwagen
Verwant
Technisch
Motor
4,6 - 7.4 L V8
Overbrenging
Schakelbak: 3 versnellingen
Automaat: 4 versnellingen
Wielbasis 3.023 mm
Portaal  Portaalicoon   Auto

1966[bewerken | brontekst bewerken]

De Chevrolet Caprice werd in 1966 geïntroduceerd als topklasse full-size sedan. De Caprice-serie bestond uit een zes- of negenpersons stationwagen en een tweedeurs coupé. Deze modellen werden op de markt gebracht als Caprice Custom

De Caprice Custom Estate (stationwagen) was de eerste auto met houtbewerking sinds de Chevrolet Woody Wagon uit 1954. De stationwagens werden met vinyl bekleed en hadden standaard twee rijen driepersoonsbanken met een extra optie voor een extra bank. De Caprice's werden standaard geleverd met een 4.6 L V8 motor die 325 PK leverde. De Chevrolet Caprice werd uitgerust met een automatische versnellingsbak, stuurbekrachtiging, witte banden en een vinyl-dak. Als optie kon er gekozen worden om een airco, elektrische ramen, een cruise control, automatische stoelen en een stereo in de auto te bouwen.

De Caprice kreeg een gereviseerde grille en voorbumper t.o.v. de Chevrolet Impala. Ook werd de Caprice niet uitgerust met de driedubbele ronde achterlichten die standaard waren op de Impala. De sedans en coupes kregen luxe bekleding en vinyl stoelen met armsteunen. Tevens bestond de optie op de twee armsteunen van de voorstoelen neer te klappen waardoor er een extra passagier meekon.

De Chevrolet Caprice was samen met zijn verwanten tussen 1965 en 1970 de vierde bestverkochte auto, na de Volkswagen Kever, Ford Model T en de Lada Riva.

1967-1968[bewerken | brontekst bewerken]

In 1967 ontving de Chevrolet Caprice enkele herontwerpen. Zo kreeg het voertuig wat meer rondere vormen t.o.v. het 1966 model, een nieuwe grille, nieuwe achterlichten en een ander instrumentenpaneel inclusief nieuw stuur. Ook kreeg de Caprice dubbele cilinderremmen, met schrijfremmen bij de voorwielen als optie. Verder konden een 8-track cassettespeler, elektrische sloten en een glasvezel-alarmsysteem als optie worden ingebouwd. Het interieur en de motoren bleven hetzelfde als bij de 1966 variant.

De 100 miljoenste GM voertuig die in de Verenigde Staten geproduceerde was, was een metallic-blauwe Chevrolet Caprice Coupé. Dit voertuig rolde op 12 april 1967 de fabriek te Janesville, Wisconsin uit.[4] Echter, de echte 100 miljoenste GM voertuig, was een 1966 Oldsmobile Toronado, die in Maart 1966 de Canadese fabriek uitrolde.[4]

In 1968 ontving de Caprice een kleine facelift, met nieuwe achterlichten en koplampen achter de grille. De Caprice Coupé's werden standaard geleverd met een ventilatiesysteem, waardoor het ventilatieglas (kwartglas) verwijderd kon worden. Verder kreeg de Caprice markeringslampen aan de zijkant van het voertuig, nadat dit standaard werd op alle voertuigen in de Verenigde Staten. Ook kreeg de Caprice wederom een nieuw instrumentenpaneel met een horizontale snelheidsmeter, een nieuwe brandstofmeter en een tachometer.

1969 Chevrolet Caprice.

1969-1970[bewerken | brontekst bewerken]

In 1969 kreeg de Caprice wederom een facelift, met nieuwe carrosserievormen en een voorbumper die om de grille werd gebouwd. Ook was er weer een optie om de koplampen achter de grille in te bouwen, waarbij enkel in 1969 ook ruitenwissers aan toegevoegd konden worden. De stationwagen werd opgesplitst en kreeg de naam Chevrolet Kingswood Estate. En behield als enige Caprice de houtafwerking aan het interieur en exterieur. Verder kregen de voorstoelen een hoofdsteun, werd het contact van het dashboard naar achter het stuur verplaatst en kwam er een stuurslot als de sleutel niet in het contact zat. Dit moest gedaan worden om aan de opkomende Federale Wet te voldoen.

De 1969 Caprice kreeg ook een door GM ontworpen stuurbekrachtig en een optie om een machine te installeren, die een de-icing goedje over de achterbanden spoot als het vroor. Er kon gekozen worden om een 5.4L, 5,7L, 6,4L of een 7L V8 motor te installeren. Alle motoren kregen een drietraps Turbo Hydramatic automaat als versnelling.

De 1970 Caprice kreeg een kleine facelift waarbij er weer een normale voorbumper geïnstalleerd werd, de koplampen weer zichtbaar werden en nieuwe, verticale achterlichten kwamen. De voorwielen kregen standaard schijfremmen en er kwamen banden met een fiber beschermlaag (witte banden).

Tweede generatie (1971-1976)[bewerken | brontekst bewerken]

Tweede generatie
Caprice Classic uit 1972.
Algemeen
Merk Chevrolet
Vlag van de Verenigde Staten Verenigde Staten
Type Caprice II
Productiejaren 1971-1976
Koetswerkstijl
tweedeurs coupe
tweedeurs cabriolet (tot 1975)
vierdeurs hardtop
vierdeurs sedan
vierdeurs stationwagen
Verwant
Technisch
Motor
5,0 - 7,4 L V8
Afmetingen
Afmetingen (L×B×H) Lengte
5,585 mm (1972)
5,636 mm (1973)
5,657 mm (1974-75)
5,662 mm (1976)
Breedte
2,019 mm
Hoogte
1,356–1,374 mm m
Wielbasis 3.086 mm
Portaal  Portaalicoon   Auto

1971-1972[bewerken | brontekst bewerken]

In 1971 werd de Chevrolet Caprice volledig hernieuwd, met een verlengde wielbasis en een Chrysler-achtige romp styling. De Caprice kreeg voor het eerst verzonken deurhendels een een dubbel dak. De Caprice kreeg ook een 'erg-crate' grille met het Caprice embleem in het midden van het voertuig. Verder kwamen er aanpassingen aan het frame en wielophanging om het rijgedrag te verbeteren en de geluidsoverlast te verminderen.

Het interieur ontving ook enkele aanpassingen, zo werd er een nieuw stuur geïnstalleerd, kwam er een stoffen-vinyl bekleding en het dashboard, stuur en deurpanelen werden met hout afgewerkt. De sedans kregen een armsteun tussen de voorstoelen.

De Caprice werd standaard uitgerust met schijfremmen voor en een 225 pk 400 cubic-inch Turbo Fire V8 motor. Deze motor is ontworpen om op gelode, ongelode en loodvrije benzine (octaangehalte E91 of hoger). General Motors was de eerste van de Big Three (General Motors, Ford Motor Company & Chrysler) die dit toepaste op hun modellen om zo te voldoen aan de (toekomstige) strenge emissie-eisen te voldoen.

In 1972 kreeg de Caprice weer een facelift waarbij er een nieuwe voorbumper kwam, die de veiligheid verhoogde bij aanrijdingen.

Stationwagen[bewerken | brontekst bewerken]

De stationwagen kreeg een unieke wielbasis van 3.200 mm en was dus groter dan de vorige generatie. De stationwagen behield wel zijn naam Kingswood Estate, maar was nog wel onderdeel van de Caprice-productie. De nieuwe stationwagen werd uitgerust met een clamshell-design, ofterwijl de Glide Away Tailgate. Dit was een uniek type achterbak, waarbij de achterbak 'verdween' als het geopend werd. Dit kwam doordat de achterbak inschuifbaar was, waardoor als het geopend werd, de achterbak onder de laadvloer verdween. Eerst moest dit met de hand bediend worden, maar in de latere jaren, kwam er standaard een elektrische bediening voor de achterklep.

De Kingswood Estate werd standaard uitgerust met een 6.6L dubbelloops carburateur motor, maar er kon ook gekozen worden voor de motoren die op de sedans en coupé's werden toegepast. In 1972 werd de sedan versie geïntroduceerd.

1973-1974[bewerken | brontekst bewerken]

Alle Chevrolet Caprice modellen werden in 1973 omgedoopt tot Caprice Classic. De stationwagen werd omgedoopt tot Caprice Estate, waarmee de naam Kingswood Estate niet meer werd toegepast. Ook werd in 1973 een cabriolet-variant van de Caprice geïntroduceerd.

1973 Caprice Classic Cabriolet

De 1973 variant bevatte een nieuwe grille, een nieuwe voorbumper en nieuwe, vierkante achterlichten. De nieuwe emissienormen zorgden ervoor dat het aantal pk's verlaagd moest worden en een uitlaatgasrecirculatie toegevoegd werd. Een nieuwe optie voor de sedans en coupé's was een 50/50 achterbank. Het interieur en instrumentenpaneel kon in verschillende kleuren geleverd worden om meer in het interieur te passen. Ook kwam er een nieuw stuur met meer grip. Verder werden de voorstoelen verplaatst om meer ruimte te bieden aan lange bestuurders.

1974 Caprice Classic Coupé

Het 1974 model ontving een nieuwe, gerasterd grille. De richtingaanwijzers voor werden van de bumper naar de koplampen verplaatst en de achterlichten werden naar boven de achterbumper verplaatst. De Caprice Coupé ontving een nieuw ontwerp waarbij de dakstijlen verwijderd werden. De overige varianten kregen geen aanpassingen aan het design. Het 1974 model kreeg ook volwaardige gordels (voorheen waren het alleen gordels die om het middel van de inzittenden werd gedaan) en kwam er een Interlock systeem; Dit was een systeem waarbij de auto alleen gestart kon worden als de bestuurder en de bijrijder de gordel omdeden. Dit systeem was echter zo onpopulair dat het alleen op het 1974 model is toegepast. Een andere optie was om besturing aan te brengen voor de voorspiegels.

1975-1976[bewerken | brontekst bewerken]

Het 1975 model kreeg een nieuwe voorkant, waarbij de richtingaanwijzers weer terugkeerden naar de bumper en een nieuwe grille en koplampen kwamen. Verder kwamen er nieuwe achterlichten en kreeg de Caprice Classic Sedan Sport een ovaal raam in de D-stijlen. Het dashboard, radio en de climate control werden vernieuwd. Ook kwam er een nieuwe snelheidsmeter die tot de 100 m/u (160 km/u) ging. De Caprice cabriolet werd in 1975 stopgezet wegens lage verkoopkosten. Er werden maar 8.350 cabrioletten verkocht in 1975.

Door de Oliecrisis van 1973 was Chevrolet gedwongen om de Caprice van een kleinere motor te voorzien. Alle Caprice modellen, behalve de stationwagens, kregen een 5.7L V8 motor met een tweeloops carburateur die 145 pk leverde. In Californië was er ook een vierloops carburateur V8 motor te verkrijgen die 155 pk leverde. Verder waren er alleen maar een 6.6L V8 175 pk motor (kwam standaard op de stationwagens) en een 7,4L V8 175 pk motor te verkrijgen. Alle motoren, behalve de 7.4L motor, hadden een enkele uitlaat met een katalysator. De stationwagens die de 7.4L motor hadden, kregen een dubbele uitlaat.

Ook introduceerde GM dat jaar een elektrische ontstekingssysteem en radiaalbanden in het kader van het nieuwe "Chevrolet's New Efficiency System." Verder kwamen er in 1975 twee nieuwe optiepakketten beschikbaar in het thema van zuinigheid. Het eerste pakket heette het Ecominder pakket en bevatte o.a. een eco-modus. Het tweede pakket bevatte een systeem dat de bestuurder waarschuwt als het rijgedrag veranderd, waardoor de motor meer verbruikt.

In 1975 kwam er ook een 'Landau' editie van de Caprice op de markt. Deze editie bleef tot 1976 op de markt en omvatte speciale kleurschema's, sportieve buitenspiegels (incl. besturing), een vinyl-dak en pinstriping. Het interieur kreeg gekleurde gordels en automatten.

In 1976 kwam de laatste Caprice van de tweede generatie op de markt. Het 1976 model was vrijwel gelijk aan het 1975 model, maar er kwam een nieuwe grille, dat vrijwel gelijk was aan de grille van de Cadillac Calais. De 1976 Caprice Hardtop Sport Sedan was het laatste Chevrolet model dat geen dakstijlen had.

Derde generatie (1977-1990)[bewerken | brontekst bewerken]

Chevrolet Caprice
1981-85 Caprice Sedan
Algemeen
Merk Chevrolet
Vlag van de Verenigde Staten Verenigde Staten
Type Caprice III
Productiejaren 1977-1990
Koetswerkstijl
tweedeurs coupé
vierdeurs sedan
vierdeurs stationwagen
Verwant
Technisch
Motor
4.1L Turbo-Thrift I6
3.8L Chevrolet 90° V6
4.3L Chevrolet 90° V6
4.4L Small Block V8
5.0L Small Block V8
5.0L Oldsmobile V8
5.7L Small Block V8
5.7L Oldsmobile Diesel V8
Vermogen in pk 105 - 190
Vermogen in kW 78 - 127
Koppel 230 - 366 Nm
Overbrenging
automaat: drie versnellingen
automaat: vier versnellingen
Wielbasis 2.946 mm
Portaal  Portaalicoon   Auto

De nieuwe Caprice, was aanzienlijk verkleind, wat ten koste ging van het gewicht en de afmetingen. Wel zorgde dit ervoor dat er meer hoofdruimte, beenruimte en kofferruimte beschikbaar kwam. Dit project heette Project 77 en GM investeerde $600 miljoen (tegenwoordig $3.124.175.746,92 of €3.111.043.696,56) om de nieuwe Caprice te ontwikkelen. De coupé's werden 277 kg lichter, de sedans werden 289 kg lichter en de stationwagens werden 395 kg lichter.

1977-1979[bewerken | brontekst bewerken]

Het speciale glas dat op de coupé's is gebruikt

De nieuwe coupé's kregen een unieke achterruit, die uit drie kanten bestond. Dit glas werd speciaal omgebogen via een "hot-wire" buigproces. De Caprice Coupé kwam in twee varianten: de Sport Coupé en de Landau Coupé. De Landau Coupé was een luxere versie met een complete vinyl dak.

De stationwagens kregen een nieuw soort achterklep die op drie verschillende manieren geopend kon worden. De Glide Away Tailgate werd niet meer toegepast. De stationwagens kregen twee banken die plaats boden aan 6 passagiers; drie per bank. Ook was er een optie om in de achterbak twee extra stoelen neer te zetten, waardoor er in totaal 8 passagiers meekonden. Door Project 77 werd het laadcapaciteit verlaagd naar 2500 L. Ook kregen de stationwagens nu dezelfde vering als de coupé's en sedans.

De V8 motoren werden voor het eerst sinds 1965 niet meer standaard geleverd op de Caprice. Er waren nu ook een I6 en een V6 motor beschikbaar voor de Caprice. Alle Coupé's en Sedans uit 1977 werden standaard geleverd met een 4.1L I6 (zes cilinders) motor die 110 pk leverde. De stationwagens werden standaard geleverd met de 5.0L Small Block V8 motor die 145 pk leverde. Alle motoren werden standaard geleverd met een Turbo HydraMatic drietraps automaat.

Met deze nieuwe motoren en het lichtere gewicht beloofde Chevrolet dat de 1977 modellen veel zuiniger waren dan de 1976 modellen, maar beter konden presteren. De nieuwe Caprice reed 14L per 100 km in de stad en 11L per 100 km op de snelweg. Ook waren de 1977 modellen sneller dan de 1976 modellen. Zo kon een 1977 Caprice tussen de 10.8 en 11.4 seconden (hangt van de motor af) van 0 naar 100 km/u gaan, terwijl de 1976 modellen er 10.8-12.9 seconden over deden.

De 1977 Chevrolet Caprice was onwijs populair en werd de best verkochte auto in de Verenigde Staten in 1977. Er werden 660.000 modellen in 1976 geproduceerd, waarvan 212.840 sedans werden geproduceerd. De Caprice Sedan was dan ook het populairste type. In 1987 waren er al meer dan 1 miljoen Caprices van de derde generatie verkocht. In 1977 werd de Chevrolet Caprice door Motor Trend uitgeroepen tot de auto van het jaar.

Het 1978 model kreeg kleine aanpassingen aan het front en de achterzijde. Een nieuwe optie was om een FM/AM radio te installeren.

Het 1979 model kreeg alleen wat aanpassingen aan de motor.

1980-1985[bewerken | brontekst bewerken]

1984 Caprice Classic Sedan

Het 1980 model kreeg voor het eerst sinds 1977 grote aanpassingen. Om de nog zuiniger te maken, werd de auto lichter en meer aerodynamisch gemaakt. Door de motorkap te verlagen en de achterkant te verhogen, werd de auto meer aerodynamisch. Door steeds meer aluminium in de auto te gebruiken werd het voertuig 45 kg lichter dan het 1979 model.

Ook bevatte deze herstyling een vergrootte achterbak voor de coupé's en sedans. Deze vergroting was nodig om het reservewiel, die nu standaard bij de auto werd geleverd, te huisvesten. Tevens kregen de coupé's en sedans een nieuwe, zuinigere Chevrolet 3.8L V6 motor die 116 pk kon leveren, samen met een 91L tank. In Californië kregen de coupé's een Buick 3,8L V6 motor, die 110 pk leverde. Dit was nodig doordat Californië strengere milieu-eisen had. De 1980 Caprice reed 12L per 100 km in de stad en 8.1L per 100 km op de snelweg.

De stationwagens kregen (m.u.v. Californië) een 4.4L small block motor die 115 pk leverde. Deze motor was niet legaal in Californië omdat het een dubbele carburateur had. Om dit probleem op te lossen kwam er een nieuwe 5.0L motor die vier carburateurs had en 155 pk kon leveren. Verder werd de 5,7L V8 motor alleen beschikbaar voor de politieversie. Wel kwam een Oldsmobile 5.7L dieselmotor beschikbaar op de stationwagens.

Het 1981 model kreeg weinig aanpassingen. De grille werd iets groter en er de voorremmen werden opnieuw ontworpen. Verder kreeg de cruisecontrol een speciale optie waarbij het niet steeds opnieuw moest worden ingesteld. Ook kregen de motoren een Computer Command Control (CCC) systeem die aangesloten was op een elektrische carburateur. Dit was nodig vanwege de Californische eisen uit 1987. Ook werd de Oldsmobile V8 Diesel motor als optie toegevoegd aan de sedans en coupé's.

Het 1982 model kreeg ook weinig aanpassingen. Er kwam een nieuwe viertraps automaat en de Landau Coupé niet meer geproduceerd.

In 1983 werden de coupé's tijdelijk uit productie gehaald. Ook werd de 4.4L Small Block V8 motor uit productie gehaald. Tevens maakten de Canadezen de Pontiac Parisienne, die geheel identiek aan de Caprice was. De Parisienne bleef in productie tot 1987. De 1983 Chevrolet Caprice was genomineerd door Car and Driver voor de tien beste auto's

In 1984 keerde de coupé en het Landau pakket weer terug. Verder bleven alle modellen onveranderd. Wel werd de ruitenwisser bediening verplaatst naar de richtingaanwijzer bediening.

Het 1985 model ontving een update voor het interieur. De houtafwerking in het dashboard werd vervangen door een zilveren metallic afwerking en er kwam een modernere radio. Verder kwam er een nieuwe bediening voor de koplampen en de climatecontrol. Ook werden alle instrumenten herzien om het een wat meer moderner uiterlijk te geven. Ook werd de 3.8L V6 motor vervangen door een 4.3L V6 motor met 130 pk. Deze motor werd standaard geleverd op alle coupé's en sedans. Deze motor werd standaard geleverd met een drietraps automaat, maar er was ook een viertraps automaat beschikbaar.

1987 Chevrolet Caprice Stationwagen

1986-1990[bewerken | brontekst bewerken]

Het 1986 model kreeg de eerste grote herstyling sinds 1980. Tussen 1986 en 1990 was de Chevrolet Caprice het enige model dat nog gebruik maakte van het GM B-body platform. Alle andere GM modellen die gebruik maakten van het B-platform, werden opgeheven of verplaatst naar het smallere voorwielaandrijving's H-platform.

De herstyling omvatte een herziene voorkant, dat de auto meer aërodynamisch maakte, een nieuwe grille en gereviseerde achterlichten. Ook werd de Caprice niet meer Caprice Classic genoemd, maar gewoon Caprice. Wel waren er nog Caprice Classic modellen beschikbaar en er kwam ook een Brougham versie op de markt. De Brougham omvatte 55/45 voorstoelen (de stoel van de bestuurder was breder) met armsteunen, hout- en tapijtafwerking, een leeslamp en zachte stoelen in verschillende kleuren.

De standaard motor voor de coupé's en sedans (4.3L V6) kreeg 10 pk extra en de stationwagens kregen een grotere Oldsmobile motor. De nieuwe motor werd toegepast om de productie makkelijker te maken en had 140 pk.

Ook kwam er in 1986 een politievariant van de Caprice op de markt, de Chevrolet Caprice 9C1. De Caprice 9C1 diende als vervanger van de Chevrolet Impala 9C1. 9C1 was de productiecode van General Motors voor alle voertuigen die als politiewagen zouden dienen.

Het 1987 model kreeg kleine aanpassingen, waaronder nieuwe koplampen en een dakrail op stationwagens. Ook kwamen er nieuwe varianten uit, namelijk een basis Caprice stationwagen voor 8 personen en een Caprice Classic Brougham LS vierdeurs sedan. De Caprice Classic Brougham LS had alle Brougham opties plus een vinyl dak en verlichting in de C-dakstijlen. De Brougham en Brougham LS sedans konden met leer bekleed worden en kreeg ook zachte stoelen en een armsteun in de achterbank. De Brougham LS werd alleen maar in het wit, zwart, bordeauxrood, donker blauw en donker grijs geleverd. In 1987 waren er vier varianten van de Caprice: Caprice, Caprice Classic, Caprice Classic Brougham en Caprice Classic Brougham LS.

In 1988 werd de coupé uit productie gehaald vanwege lage verkoopcijfers. Ook werd de zespersoons stationwagen uit productie gehaald, waardoor alleen de acht-persoons stationwagen overbleef. De motoren bleven ongewijzigd en kregen alleen maar een viertraps automaat als transmissie. Nieuwe snufjes in de auto waren getint glas, automatische koplampen, een besturing voor de buitenspiegels en een AM/FM stereo. Ook kwam er een politieversie van de stationwagen op de markt.

In 1989 kwamen de eerste modellen op de markt met een V8 motor die een elektrische brandstofinjectie had. Dit systeem was al in 1987 toegepast op de Chevrolet/GMC pick-ups en busjes. Door deze nieuwe aanpassingen werd de Caprice zuiniger en kon het beter functioneren tijdens slecht en koud weer. Ook werden de rij-eigenschappen verbeterd. Verder werd de 4.3L V6 niet meer verkocht aan particulieren en werd alleen maar toegepast op taxi's en politiewagens. De achterbanken kregen een volwaardige gordel (schouder en middel) en airco's kwamen standaard in alle varianten.

In 1990 werden er geen aanpassingen meer aan de auto gedaan. Dit jaar was een Carry-over jaar en was het laatste jaar voor deze generatie. Wel kwamen er nieuwe kleurschema's en waterbescherming aan het interieur.

Vierde generatie (1991-1996)[bewerken | brontekst bewerken]

Chevrolet Caprice
Caprice uit 1991-92.
Algemeen
Merk Chevrolet
Vlag van de Verenigde Staten Verenigde Staten
Type Caprice IV
Productiejaren 1991-1996
Koetswerkstijl
vierdeurs sedan
vierdeurs stationwagen
Verwant
Technisch
Motor
4,3 - 5,7 L V8
Vermogen in pk 170 - 260
Vermogen in kW 127 - 194
Overbrenging
automaat: vier versnellingen
Maten
Wielbasis 2.944 mm
Massa 2.343 kg
Portaal  Portaalicoon   Auto

In April 1990 werd de nieuwe Chevrolet Caprice geïntroduceerd voor 1991[5]. De nieuwe Caprice had nu ronde, aerodynamische vormen. Al in 1980, de introductie van de derde generatie, had General Motors al besloten dat de vierde generatie in 1990 geïntroduceerd moest worden en GM produceerde in 1987 al het eerste prototype.

Hoewel de Caprice er nu compleet anders uitzag, kreeg hij wel de chassis, aandrijving en transmissie van zijn voorganger, de derde generatie Caprice. De stalen brandstoftank werd vervangen door een polyethyleen tank, waarbij de inhoud van 91L naar 87L verminderd werd en er kwam standaard een antiblokkeersysteem in de auto.

Ook de motoren bleven vrijwel ongewijzigd en vrijwel alle modellen werden uitgerust met een 5.0L small block V8 motor. De politiewagens werden uitgerust met een 5.7L small block V8 motor. Deze motor kwam in 1993 ook beschikbaar voor particulieren. De taxi's kregen een 4.3 LB4 V6 motor, aangezien taxibedrijven graag zuinigere auto's wilden.

Chevrolet Caprice van de Michigan State Patrol

Bij de introductie van de nieuwe Caprice, werd het voertuig meteen door Motor Trend magazine uitgroepen tot beste auto van het jaar. De Caprice werd geleverd in twee varianten: Caprice en Caprice Classic. General Motors hoopte dat de Caprice weer een van de best verkochte auto's zou worden, maar dit lukte niet vanwege de grote kritieken op de auto.

Zou werdt de auto vaak een 'zwangere walvis' of 'omgekeerde badkuip' genoemd, vanwege kappen over de achterwielen.

In 1993 werden de kappen bij de sedans verwijderd, de stationwagens behielden wel de kappen over de achterwielen. De laatste aanpassing werd in 1995 gedaan; toen werden er nieuwe ramen tussen de achterdeuren en c-dakstijlen geplaatst en de buitenspiegels werden inklapbaar.

In 1994 kwam er ook een 5.7L LT1 V8 motor die 260 pk produceerde. Deze motor kwam van de Chevrolet Corvette en werd voornamelijk toepast op de Chevrolet Caprice 9C1 die in landelijke gebieden en op snelwegen gebruikt zou worden. Ook verkocht Chevrolet de Caprice 1A2, dit was een speciale type van de 9C1 en werd voornamelijk gebruikt door supervisors, rechercheurs, onopvallende politiewagens en door brandweerkorpsen. Ook kreeg de 1994 Caprice een nieuwe instrumentenpaneel met een Camaro-stuur en een digitale snelheidsmeter.

In 1995 en 1996 werd de Chevrolet Impala SS in het Midden-Oosten verkocht als Caprice SS.

De Chevrolet Caprice 9C1 met de LT1 V8 motor werd een van de snelste en populairste politievoertuig in de jaren '90. Het voertuig was immers zo populair dat veel politiekorpsen na het stopzetten van de Caprice productie, de voertuigen sterk onderhielden. Hierdoor bleef de Chevrolet Caprice 9C1 vaak langer in gebruik dat gewoonlijk.[6] In 2006 kwam de Dodge Charger Police Interceptor op de markt en diende als de indirecte vervanger van de Chevrolet Caprice 9C1.

In 1996 kwam er een einde aan de Chevrolet Caprice. General Motors besloot de productie te staken door de enorme concurrentie van de kleinere Chevrolet Lumina, financiële problemen en het feit dat SUV's meer populairder werden bij gezinnen dan stationwagens. De Chevrolet Lumina nam de rol over van de Caprice als gezinssedan.

In totaal zijn er maar 689.257 vierde generatie Caprice’s gebouwd. Er waren plannen om de Caprice weer te herintroduceren in 2000 in Amerika, maar de herintroductie kwam niet verder dan het Midden-Oosten. Daar heette het voertuig Holden Caprice.

Vijfde generatie (1999-2006)[bewerken | brontekst bewerken]

Vijfde generatie
Chevrolet Caprice uit 2003
Algemeen
Merk Holden
Type Caprice V
Productiejaren 1996-2006
Koetswerkstijl
vierdeurs sedan
Verwant
Holden Commodore/VX/VY/VZ
Holden Caprice/Statesman
Opel Omega
Cadillac Catera
Pontiac GTO
Chevrolet Lumina
Chevrolet Omega
Afmetingen
Wielbasis 2.789 mm
Portaal  Portaalicoon   Auto

In 1999 besloot General Motors de naam Chevrolet Caprice weer toe te passen op auto's. Alle Holden Caprice/Statesman's die naar het Midden-Oosten en Zuid-Amerika werden geëxporteerd, kregen Chevrolet Caprice naamplaatjes. Deze modellen werden door het Australische Holden geproduceerd en waren een verlengde versie van de Holden Commodore, die op de Opel Omega was gebaseerd. De Holden Caprice was het eerste model die met een stuur links en een stuur rechts geproduceerd werden. Dit was nodig om de auto's te kunnen exporteren. Dit gebeurde uiteindelijk ook bij de Holden Commodore, die in het Midden-Oosten als Chevrolet Impala op de markt werd gebracht.

1999-2003 Chevrolet Caprice SS sedan

De Caprice werd in het Midden-Oosten in vier varianten op de markt gebracht: Base LS, Mid-Range LTZ, SS en Royale. De verschillen tussen de varianten waren voornamelijk andere uitrustingen en verscheidende aanpassingen. Zo werd de Base LS uitgerust met een zuinige 3.8L V6 motor, de Mid-Range LTZ uitgerust met een 5.7L V8 motor met 295 pk en de SS en Royale met een 5.7L V8 motor die 325 pk leverde.

In 2003 kregen de Caprice en Statesman een facelift. Hierbij kreeg de Caprice een volledig nieuw front en achterzijde en een compleet nieuw interieur.

General Motors wou deze generatie ook weer op de Amerikaanse markt brengen, waarbij er ook direct een vervanger zou komen voor de oude Chevrolet Caprice 9C1. Dit gebeurde uiteindelijk niet, maar er kwam wel een 9C1 versie van de volgende generatie Caprice.

Zesde generatie (2006-2017)[bewerken | brontekst bewerken]

Zesde generatie
2006 Chevrolet Caprice
Algemeen
Merk Holden
Type Caprice VI
Productiejaren 2006-2017 (Midden-Oosten)
2010-2017 (Verenigde Staten)
Koetswerkstijl
vierdeurs sedan
Verwant
Chevrolet Camaro
Chevrolet Lumina
Chevrolet SS
Holden VE
Holden VF
Holden Ute
Pontiac G8
Vauxhall VXR8
Afmetingen
Wielbasis 3.010 mm
Portaal  Portaalicoon   Auto

In 2006 werd de nieuwe Chevrolet Caprice geïntroduceerd, die wederom was gebaseerd op de Holden WM/Caprice/Statesman. De vier varianten van de vorige generatie (Base LS, Mid-Range LTZ, SS en Royale) werden ook toegepast op deze generatie, die ook de oude V6 motoren kregen. Er kwam wel een nieuwe motor, namelijk een 6.0L L98 V8 motor die 360 pk kon leveren.

De LS, LTZ en Royale deelden dezelfde voorbumper als de Holden WM Statesman, maar de LS kreeg niet de mistlampen die wel op de WM zaten. De SS kreeg de oude Caprice voorbumper, alleen werden de parkeersensoren weggelaten. De LS kreeg het interieur van de Holden VE Commodore Omega, terwijl de rest het interieur kreeg van de Holden VE Commodore V. Er waren wel verschillen tussen de LTZ, SS en Range. Zo kreeg de LTZ geen LCD-schermen in de hoofdsteunen en ook geen DVD speler. De SS en Range kregen dit wel. Ook kreeg de SS de optie op een gekleurde grille en een spoiler te installeren.

2008 Chevrolet Caprice

Bij het 2011 model werd de chromen band met de Caprice naam, die op de achterbak zat, vervangen door een normale Caprice naamplaatje. De V6 motoren werden voor LS en de LTZ uitgefaseerd, waardoor alleen de V8 motor voor die modellen overbleef. Ook kreeg de Royale een achteruitrijcamera.

In 2013 kwam er een nieuwe update uit waarbij de Range een nieuwe voorbumper kreeg, namelijk die van de Holden WM/WN. Verder kwamen er kleine veranderingen aan het interieur en de opties. De SS kreeg ook een achteruitrijcamera, die voorheen alleen maar op de Range zat.

De Holden Caprice LS werd in het Midden-Oosten voornamelijk ingezet als politievoertuig. De grootste gebruikers waren de politiekorpsen van Saoedi-Arabië, het politiekorps van Dubai, het politiekorps van Abu Dhabi en de politie van Oman. Nadat de Eerste Libische Burgeroorlog was geëindigd, doneerde Abu Dhabi 100 Holden Caprice's, samen met uniformen. Hierbij werd Libië het enige Afrikaanse land dat politievoertuigen van Holden gebruikte.

Terugkeer in Noord-Amerika[bewerken | brontekst bewerken]

Promotiemodel van de Chevrolet Caprice PPV (9C1)

Op 5 oktober 2009 maakte General Motors bekend dat de Chevrolet Caprice weer zou terugkeren naar de Verenigde Staten. De Caprice zou alleen verkocht worden aan politiekorpsen in de Verenigde Staten. Toch kwamen verscheidende particulieren aan een Chevrolet Caprice. Meestal waren dit oude promotievoertuigen en onverkochte modellen.

De Chevrolet Caprice was een importvoertuig uit de Holden Caprice WM serie. De Caprice deelde het Zeta-platform met de Holden VE, die in Australië als politievoertuig werd gebruikt. Voor de Caprice PPV kon er gekozen worden tussen een 6.0L L77 AFM V8 motor en een 3.6L LTT SIDI V6 motor. Beide motoren waren geschikt voor E85 brandstof.

Het conceptvoertuig van de Caprice PPV, was afgeleid van de Holden Caprice LS, die in het Midden-Oosten als politievoertuig werd gebruikt. De PPV had een dubbele uitlaat, een versnellingspook in de console, een scheidingswand tussen de agenten en gevangenen, houders voor een shotgun en een automatisch geweer, aansluitingen voor zwaailichten, sirenes en een radio, en een touchscreen.

Verder kwamen er ook andere aanpassingen voor de PPV. Zo kwamen er speciale stoelen voor de agenten, zodat die comfortabel konden zitten, zonder dat de wapenriem in de weg zit. Verder kwam er een speciale vering en wielophanging om het weggedrag te verbeteren.

De Chevrolet Caprice PPV kreeg veel positieve reacties, en na een test die door de Los Angeles County Sheriff's Department was uitgevoerd, kwamen er nog meer positieve reacties. Het enige kritiek was dat de stabiliteit controle te gevoelig was.

In 2017 kwam er een einde aan de Chevrolet Caprice PPV, en de overige Chevrolet Caprice's. De fabriek in Elizabeth, Zuid-Australië werd gesloten. Na de opheffing van de Chevrolet Impala PPV, was de Chevrolet Caprice de laatste politiesedan die door Chevrolet is geproduceerd.

Zie ook[bewerken | brontekst bewerken]

Commons heeft mediabestanden in de categorie Chevrolet Caprice.