Chinees Nieuwjaar wordt gevierd op de eerste tot en met de vijftiende dag van de eerste maand van de Chinese kalender. De eerste dag is de dag waarop de tweede (soms de derde) nieuwe maan na het winter-solstitium plaatsvindt. Niet alleen in China en Taiwan, maar ook in veel Chinatowns in de wereld wordt het gevierd. Tegelijkertijd vieren andere Oost-Aziaten, zoals Koreanen en Vietnamezen hun nieuwjaar. Ook Mongolen en Tibetanen (losar) vieren het op dezelfde datum.
Niet iedere nieuwjaarsdag valt op de tweede nieuwe maan na de winterwende. Nieuwjaar valt op de derde nieuwe maan wanneer er een elfde of twaalfde maand voor het nieuwe jaar valt.
Het Chinees Nieuwjaar wordt traditioneel gevierd met de drakendansen en leeuwendansen. De Chinese nieuwjaarsperiode eindigt met het lantaarnfeest, op de vijftiende dag van het nieuwe jaar. Tijdens de nieuwjaarsperiode verblijft men bij familie en bezoekt men familie, vrienden en/of kennissen in de buurt of in hun jiaxiang. Dit leidt tot grote migratiestromen. Ook liggen vele fabrieken aan de Chinese kustprovincies een week stil.[1] Ook gaat men vaak samen eten. Steeds vaker komt het voor dat families in een restaurant eten op de avond voor het nieuwe jaar. Het niet bij familie kunnen zijn met Nieuwjaar wordt als bijzonder jammer beschouwd, te vergelijken met het moeten overslaan van Kerstmis in het westen. Men probeert dan ook altijd om bij familie te kunnen zijn. De Chinese staatstelevisie zendt ieder jaar een festival uit met zang, dans, circusnummers en cabaret.
Volgens legenden was Nian (net als het Chinese woord voor 'jaar' uitgesproken als [njen]) een mensetend roofdier in het oude China, dat ongemerkt huizen kon binnendringen. Heel het jaar verbleef Nian in de diepe zee en kwam alleen bij de overgang van Oud- op Nieuwjaar tevoorschijn. Al gauw leerden de Chinezen dat Nian gevoelig was voor hard lawaai en de kleur rood, en zij verdreven hem met explosies, vuurwerk, Chinese leeuwen en veelvuldig gebruik van de kleur rood in het huis. Deze gebruiken leidden tot de eerste nieuwjaarsvieringen.
In Guangdong gaat men op de derde dag van het nieuwe jaar niet op familiebezoek (bainian), omdat ruzie op de loer ligt op deze dag.
In Guangzhou (Kanton) wordt het volgende volkswijsje gezongen: "op de 1e dag gaan mensen offeren aan de goden, op de 2e dag gaan mensen offeren aan mensen (bainian), op de 3e dag is het de dag der arme geesten, op de 4e dag bedelt men om rijst, op de 5e en 6e dag is het echt Nieuwjaar, op de 7e dag gaat men op zoek naar de lente, op de 8e dag komt acht niet terug, op de 9e dag zijn negen hoofden leeg, op de 10e dag slaat men de lente, op de 11e dag slaat men de zoon terug in huis, op de 12e dag bouwt men de lantaarnpodium, op de 13e dag gaan de mensen met lampionnen aan de slag, op de 14e dag branden de lampionnen, op de 15e dag bidt men bij de brandende lampionnen, het jeugdige plukken en zo de honderd ziektes verdrijven."
De data van het Lentefestival van 1996 tot 2019 (in de gregoriaanse kalender) staan hieronder aangegeven met pinyin-romanisatie voor de aardse takken geassocieerd met dieren, wat niet hun vertalingen zijn.