Chlorella vulgaris

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Chlorella vulgaris
Chlorella vulgaris onder een microscoop
Chlorella vulgaris onder een microscoop
Taxonomische indeling
Rijk:Plantae
Stam:Chlorophyta
Klasse:Trebouxiophyceae
Orde:Chlorellales
Familie:Chlorellaceae
Geslacht:Chlorella
Soort
Chlorella vulgaris
Afbeeldingen Chlorella vulgaris op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Portaal  Portaalicoon   Biologie

Chlorella vulgaris is een microalg die onder andere kan worden gebruikt als biobrandstof of als voedingssupplement.

Introductie[bewerken | brontekst bewerken]

C. vulgaris is een eukaryote microalg van het geslacht Chlorella. De eencellige alg is ontdekt in 1890 door Martinus Willem Beijerinck.[1] In het begin van de jaren 1990, hebben Duitse wetenschappers ontdekt dat er veel eiwitten in C. vulgaris aanwezig zijn.[2]

Productie[bewerken | brontekst bewerken]

De jaarlijkse wereldwijde productie van verscheidene soorten van het geslacht Clorella in 2009 bedroeg 2000 ton (drooggewicht), vooral geproduceerd door Duitsland, Japan en Taiwan.[3] C. vulgaris is bij uitstek geschikt voor productie door zijn resistentie tegen ruige omstandigheden. Onder goede omstandigheden zal het eiwitgehalte stijgen.[4] Er zijn verscheidene groeimethodes die de autotrofe, heterotrofe en mixotrofe eigenschappen van C. vulgaris gebruiken. Meestal wordt de biomassa geoogst door centrifugatie, omdat deze methode erg efficiënt is.

Kweken[bewerken | brontekst bewerken]

Voor het kweken van C. vulgaris zijn er enkele specifieke opgeloste stoffen in het water nodig. De alg heeft onder andere nitraat en ijzer nodig. De verhoudingen voor alle belangrijke ionen staan in de tabel hieronder weergegeven voor 1 liter water. De restionen van de zouten die toegevoegd zijn maken niet veel uit, maar de zouten mogen geen kwik, chroom of bromide bevatten. Let op dat de gegeven massa's zonder restionen zijn gegeven.

Ionen in algencultuur
ionen g/L
ijzer(III)-ionen 3,0
magnesium-ionen 5,0
nitraat-ionen 3,5
sulfaat-ionen 4,0

Verder hebben de algen een licht zure omgeving nodig, met een pH tussen de 5 en 6,5. Het is makkelijk om deze pH te verkrijgen met zwavelzuur, omdat dit zuur sterk is en omdat het restion niet schadelijk is voor C. vulgaris. De alg is autotroof, dus er zijn geen organische moleculen nodig als voeding.

Toepassingen[bewerken | brontekst bewerken]

C. vulgaris zal in de toekomst gebruikt kunnen worden als biobrandstof. Het is een goed alternatief voor andere biobrandstoffen die op het moment worden gebruikt, zoals soja en koolzaad.[5] Dit komt doordat het kweken van algen over het algemeen compacter is. C. vulgaris maakt daarnaast ook veel vetten aan, meer dan de hedendaagse biobrandstoffen. Ook kan C. vulgaris worden gebruikt als voedsel. Het aandeel van eiwitten van het drooggewicht van C. vulgaris varieert tussen de 42 en de 58%.[6] [7][8][9][10] Deze eiwitten zijn ook van goede voedingskwaliteit. De algen produceren daarnaast ook vetten en koolhydraten, en enkele pigmenten.[11]

Referenties[bewerken | brontekst bewerken]

  1. Beijerinck, M. W. (1890). Culturversuche mit Zoochlorellen, Lichenengonidien und anderen niederen Algen. Bot. Zeitung, 48, 781-785.
  2. Safi, C., Zebib, B., Merah, O., Pontalier, P. Y., & Vaca-Garcia, C. (2014). Morphology, composition, production, processing and applications of Chlorella vulgaris: A review. Renewable & Sustainable Energy Reviews, 35, 265-278. doi: 10.1016/j.rser.2014.04.007
  3. Safi, C., Zebib, B., Merah, O., Pontalier, P. Y., & Vaca-Garcia, C. (2014). Morphology, composition, production, processing and applications of Chlorella vulgaris: A review. Renewable & Sustainable Energy Reviews, 35, 265-278. doi: 10.1016/j.rser.2014.04.007
  4. Chisti, Y. (2007). Biodiesel from microalgae. Biotechnol Adv, 25(3), 294-306. doi:10.1016/j.biotechadv.2007.02.001
  5. Singh, A., Nigam, P. S., & Murphy, J. D. (2011). Renewable fuels from algae: An answer to debatable land based fuels. Bioresource Technology, 102(1), 10-16. doi: 10.1016/j.biortech.2010.06.032
  6. Becker, E. W. (1994). Microalgae: biotechnology and microbiology (Vol. 10): Cambridge University Press.
  7. Morris, H. J., Almarales, A., Carrillo, O., & Bermúdez, R. C. (2008). Utilisation of Chlorella vulgaris cell biomass for the production of enzymatic protein hydrolysates. Bioresource Technology, 99(16), 7723-7729.
  8. Safi, C., Charton, M., Pignolet, O., Silvestre, F., Vaca-Garcia, C., & Pontalier, P.-Y. (2013). Influence of microalgae cell wall characteristics on protein extractability and determination of nitrogen-to-protein conversion factors. Journal of applied phycology, 25(2), 523-529.
  9. Servaites, J. C., Faeth, J. L., & Sidhu, S. S. (2012). A dye binding method for measurement of total protein in microalgae. Analytical biochemistry, 421(1), 75-80.
  10. Seyfabadi, J., Ramezanpour, Z., & Khoeyi, Z. A. (2011). Protein, fatty acid, and pigment content of Chlorella vulgaris under different light regimes. Journal of applied phycology, 23(4), 721-726.
  11. Gonzalez, L. E., & Bashan, Y. (2000). Increased growth of the microalga chlorella vulgariswhen coimmobilized and cocultured in alginate beads with the plant-growth-promoting bacterium Azospirillum brasilense. Applied and Environmental Microbiology, 66(4), 1527-1531.