Chlorose (plant)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Blad van de amberboom met chlorose

Chlorose is een gebreksziekte bij planten. Het woord is afkomstig van het Griekse χλωρός (Chlooros), dat geelgroen betekent. Het blad tussen de nerven kleurt door afbraak van bladgroen geelgroen tot geel, terwijl de nerven groen blijven.

Oorzaken[bewerken]

Chlorose kan het gevolg zijn van:

  • een stikstoftekort, wat tot chlorose in de oudere bladeren leidt
  • een zwaveltekort, wat tot chlorose in zowel de oudere als de jongere bladeren leidt
  • een kaliumtekort, waarbij chlorose optreedt welke tot necrose kan leiden
  • een magnesiumtekort, waarbij de chlorose vooral optreedt tussen de bladnerven
  • een ijzertekort, waarbij de jongere bladeren het hardst getroffen worden
  • een mineraaltekort in de grond
  • een verkeerde pH van de grond
  • een slechte doorlatendheid van de grond, waardoor er wateroverlast en een zuurstoftekort ontstaat. Hierdoor kunnen de wortels onvoldoende voedingsstoffen opnemen
  • het gebruik van een onkruidbestrijdingsmiddel
  • bij tomaten: besmetting met het tomatenchlorosevirus (ToCV) of
  • een combinatie van bovengenoemde oorzaken

Samenhang[bewerken]

Bij een te hoge pH kan ijzer minder goed worden opgenomen. Sommige planten kunnen mede daarom alleen op een zure grond groeien en vertonen chlorose op kalkrijke grond. Een tekort aan ijzer remt de vorming van chlorofyl.[1]

Behandeling[bewerken]

Chlorose ten gevolge van een mineraaltekort kan tegengegaan worden door bemesting met bijvoorbeeld afhankelijk van de oorzaak ijzer (ijzerchelaat), magnesium (kieseriet), mangaan (mangaansulfaat) of stikstof. De pH kan beïnvloed worden door het gebruik van organische stoffen, in het bijzonder turf en boombastvezels, door het bemesten met zwavelzure stikstof of eventueel door het bestuiven met zwavel. Dat laatste is moeilijk qua dosering en kan de planten gemakkelijk beschadigen.