Chris van Abkoude

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Chris van Abkoude
Christiaan Frederik van Abkoude
Portretfoto van Chris van Abkoude uit 1925 te New York, USA
Portretfoto van Chris van Abkoude uit 1925 te New York, USA
Algemene informatie
Geboren 6 november 1880
Overleden 2 januari 1960
Land Nederland
Verenigde Staten
Werk
Jaren actief 1903-1936
Uitgeverij Kluitman
Portaal  Portaalicoon   Literatuur

Christiaan Frederik (Chris) van Abkoude, later Charles Winters (Rotterdam, 6 november 1880Portland (Oregon), 2 januari 1960), was een Nederlands- Amerikaanse onderwijzer, journalist, schrijver, oorlogscabaretier en kinderentertainer. Hij was grondlegger van het Nederlandse kindercabaret en ruim veertig jaar actief als verhalenverteller, zanger, musicus, poppenkastspeler, buikspreker en goochelaar.

In Nederland is hij vooral befaamd als auteur van ruim veertig kinderboeken, waarvan de bekendste Kruimeltje en de Pietje Bell-reeks zijn.

Levensloop[bewerken]

Jeugdjaren[bewerken]

Foto uit 1881 van Chris van Abkoude en zijn 16 jaar oudere halfzuster Ida Margaretha

Christiaan Frederik (Chris) van Abkoude wordt op 6 november 1880 geboren als zoon van de Rotterdamse middenstander Pieter van Abkoude. Van Abkoude heeft samen met zijn echtgenote een modezaak/ kinderkledingwinkel aan Jonker Fransstraat 123 in de Rotterdamse wijk Crooswijk. Moeder Anna Geertruida Hössen sterft in het kraambed, twee weken na Chris' geboorte. Het is de derde echtgenote die vader Pieter moet begraven. De opvoeding van Chris komt grotendeels op het conto van zijn zestien jaar oudere halfzus Ida Margaretha, die later model staat voor Martha, de oudere zus van Pietje Bell. Het gezin beschikt over voldoende middelen om Chris naar een particuliere school te sturen, de christelijke dag- en kostschool Van Beek aan de Nieuwehaven 67. De school leidt op voor de hbs en het gymnasium. Daarna wil Chris graag een studie in de letteren gaan volgen, maar zijn zakelijk aangelegde vader ziet hier geen brood in en doet hem in opleiding bij een graanhandel en vervolgens bij een expeditiebureau. Van Abkoude blijkt echter niet in de wieg gelegd voor het bedrijfsleven. Als compromis wordt daarna besloten Chris naar de normaalschool (of kweekschool) te sturen om onderwijzer te worden. De studie wordt onderbroken voor militaire dienst bij het Garderegiment Grenadiers en Jagers te Den Haag, waar Van Abkoude afzwaait als korporaal. Op 11 mei 1901 behaalt hij zijn onderwijsakte.

1901 - 1910[bewerken]

Onderwijzer en journalist[bewerken]

Van 1901 tot 1910 is Van Abkoude leerkracht op de Openbare school nr. 10, een volksschool aan de Koepelstraat in de Rotterdamse wijk Crooswijk. Van Abkoude krijgt als snel veel moeite met de verouderde pedagogische opvattingen die gemeengoed zijn op deze school en gaat in 1903 naast het lesgeven zich ook met journalistiek bezighouden. Hij wordt redacteur van Het Rotterdammertje, een lokaal weekblaadje dat wordt uitgegeven door de boekhandelaar/ drukker D. Brouwer. Voor dit blad schrijft de sociaal bewogen jonge onderwijzer vlammende artikelen over misstanden in Rotterdam, waaronder de armoede onder de Rotterdamse jeugd. Voor dit thema trekt Van Abkoude de sloppenwijken van zijn geboortestad in. Deze artikelen krijgen landelijk aandacht in de media en worden in 1904 door D. Brouwer met de titel Droevig kinderleven in Rotterdam - Een onderzoek naar den toestand van behoeftige schoolkinderen als brochure uitgegeven.

Literaire ambities[bewerken]

Begin 1904 staakt Van Abkoude zijn werkzaamheden voor Het Rotterdammertje en onderneemt pogingen naam te vestigen als literair schrijver. Al in 1902 had hij de bekende dichter Willem Kloos in een brief om beoordeling van zijn werk gevraagd. Uitgeverij Holkema en Warendorff publiceert in 1904 en 1905 twee novellen van zijn hand die deels een autobiografisch karakter hebben. Zowel in de novelle De bruiloft van Henri Terborgh (1904) als in Een strijd tegen domheid (1905) spelen problemen door standverschillen tussen twee geliefden een belangrijke rol. Van Abkoude heeft dit aan den lijve ondervonden en het thema zal regelmatig terugkomen in zijn werk. Zelfs vijftien jaar later, in De vlegeljaren van Pietje Bell uit 1920, schrijft Van Abkoude nog over een opbloeiende romance tussen Pietje en een rijk meisje die in de kiem wordt gesmoord.

In 1905 trouwt Van Abkoude met de Rotterdamse Johanna Alida van Wijk, een buurtgenootje. Twee maanden later wordt hun zoon Pieter geboren, in 1907 volgt zoon Dirk en twee jaar later zoon Christiaan, roepnaam Bob. Ze staan in 1922 model voor de hoofdpersonen van het boek De zonen van Pietje Bell.

Kinderschrijver[bewerken]

Wegens gebrek aan succes besluit Van Abkoude in 1906 zijn pogingen voet aan literaire grond te krijgen te laten varen en hij richt zich vanaf dat moment uitsluitend op kinderen. Hij richt dat jaar het Rotterdamse kinderkoor Jong Holland op. Daarnaast begint hij met het schrijven voor kinderen. In 1907 verschijnen zijn eerste twee kinderboeken, Bert en Bram en Hollandsche jongens, beide uitgegeven door de Alkmaarse uitgeverij Kluitman. Een jaar later volgt Hein Stavast, het eerste boek van Chris van Abkoude dat geïllustreerd is door Jan Rinke, de illustrator die later Pietje Bell van zijn beroemde knipoog zal voorzien. Tot zijn dood in 1922 blijft Jan Rinke de vaste illustrator van het werk van Chris van Abkoude en raakt ook persoonlijk met de schrijver bevriend.

De Gids[bewerken]

In 1908 wordt Van Abkoude opnieuw redacteur van een lokaal weekblad. Voor De Gids, weekblad voor het Noorden, een uitgave van de Rotterdamse boekhandelaar T. van Beerschooten, verzorgt hij onder de naam 'Oom Chris' een kinderrubriek, die de populariteit van dit blad al snel tot ongekende hoogte laat stijgen. Van Abkoude richt vervolgens via dit blad De Gidsclub op, een vereniging voor kinderen waarvoor hij regelmatig grote kinderfeesten gaat organiseren, bestaande uit voordrachten uit zijn kinderboeken, poppenkastvoorstellingen en liedjes die de schrijver aan de piano ten gehore brengt. Zijn succesvolle poppenspel tijdens deze feesten brengt hem op het idee om met een poppenkast op reis te gaan.

Met de poppenkast op reis[bewerken]

In 1907 hadden de verslaggevers Jean-Louis Pisuisse en Max Blokzijl van het Algemeen Handelsblad als Italiaanse straatzangers een reis gemaakt, en hierover onder pseudoniem reportages geschreven in de krant. Dit soort undercover journalistiek is begin van de Twintigste eeuw erg populair. Ook de journalisten M.J. Brusse en Israël Querido gaan in deze periode incognito op pad. Van Abkoude trekt in de zomervakantie van 1909 samen met twee kennissen, journalist J. Pekop de Haas en onderwijzer P. van Leening als arme poppenkastspelers door het Zuiden van Nederland. Ook zij bedienen zich hierbij van een pseudoniem. Van Abkoude gebruikt de naam 'Jacques Helmer', Pekop de Haas gaat als 'Karel Mullens' en Van Leening draagt de naam 'Victor de Koster'. Ze gebruiken vervalste aanbevelingen om optredens te regelen. Vier jaar later pleegt de inmiddels ontslagen journalist J. Pekop de Haas een minder onschuldige vorm van oplichterij. Hij wordt in 1913 tot drie jaar cel veroordeeld wegens het vervalsen van kwitanties.

In de maanden juli 1909 tot oktober 1909 publiceert Het Rotterdamsch Dagblad wekelijks artikelen die Van Abkoude over deze reis schrijft. Deze verslagen zijn dusdanig succesvol dat de drie mannen na terugkomst op uitnodiging tot ver buiten Rotterdam op tournee gaan met hun poppenkast en liedjes.

Afscheid van het onderwijs[bewerken]

Het groeiende succes als kinderentertainer doet Van Abkoude eind 1909 besluiten het onderwijs vaarwel te zeggen en zijn brood te gaan verdienen als schrijver en kinderartiest.

In 1910 geeft uitgeverij Scheltens & Giltay met als titel Met de poppenkast op reis. Avontuurlijke lotgevallen van drie journalisten de reisverslagen uit Het Rotterdamsch Dagblad in boekvorm uit. Dezelfde uitgever publiceert dat jaar onder de titel Schoolmannen, een roman over de onderwijswereld een grotendeels autobiografische roman, waarin Van Abkoude onder het pseudoniem Bernhard Verhoef zijn frustraties over standsverschillen en zijn tijd als onderwijzer verwerkt. Ook schrijft hij dat jaar enkele kinderboeken, waaronder Het jongenskamp, een bewerking van een roman van de Duitser Walter Heichen. Dit boek beschrijft belevenissen van kinderen uit grote steden die de zomervakantie doorbrengen zonder toezicht van ouders, onderwijzers of leiders. Tot dat moment had Van Abkoude kinderboeken geschreven die voldeden aan de pedagogische opvattingen van zijn tijdsgenoten. Dit werk is een eerste signaal van de vrijere opvattingen van de voormalige onderwijzer. Ook als kinderboekenauteur begint Van Abkoude de bakens te verzetten.

1911 - 1915[bewerken]

Kinderartiest en schrijver[bewerken]

De lezingen die Chris van Abkoude combineert met poppenkastspel en eigen liedjes zijn zodanig succesvol dat hij al snel uit alle hoeken van het land uitnodigingen krijgt voorstellingen te komen geven. De organisatie is veelal in handen van lokale dagbladen. Er wordt vol lof over deze nieuwe vorm van kinderentertainment geschreven. Feitelijk is Chris van Abkoude de eerste kinderschrijver die op een dergelijke informele wijze met zijn jeugdig lezerspubliek contact maakt. Tijdgenoten als de onderwijzer Cornelis Johannes Kieviet, schrijver van de beroemde schelmenroman Dik Trom lezen hun werk ook wel voor aan kinderen, maar dat blijft veelal beperkt tot het klaslokaal. Van Abkoude komt met een compleet programma van muziek, verhalen en poppenspel. Hij kan daarmee beschouwd worden als de grondlegger van het Nederlandse kindercabaret. Tot het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog medio 1914 verzorgt Chris van Abkoude ruim duizend optredens voor kinderen. In een reclamefolder die Van Abkoude veel later gebruikt voor zijn optredens schrijft hij in deze periode ook te hebben opgetreden voor een jonge prinses Juliana.

Ondertussen blijft Van Abkoude ook erg productief als schrijver. Jaarlijks verschijnen meerdere kinderboeken van zijn hand, waaronder het in 1912 door Bruna uitgegeven boek De padvinders van Duinwijk, een van de eerste boeken over de padvinderij. Het is opnieuw een poging Van Chris van Abkoude bepaalde pedagogische opvattingen voor het voetlicht te brengen. Zijn productiviteit als schrijver en entertainer kan niet voorkomen dat het financieel geen vetpot is en 1913 besluit hij naar Laren te verhuizen, waar hij een zomerwoning huurt. Zijn vrouw en zoons vinden onderdak bij een gezin. Afgezonderd van zijn gezin kan hij al zijn tijd en energie gebruiken voor het schrijven en optreden.

Jolige Liedjes voor de jeugd[bewerken]

In november 1913 komt uitgeverij Scheltens & Giltay met de uitgave Jolige liedjes voor de Jeugd. Het betreft een door Jan Rinke geïllustreerde bundel van vijfentwintig zeer succesvolle liedjes die Van Abkoude tijdens zijn optredens voor de jeugd gebruikt. De muziek is van de componist Henri Zagwijn, een voormalig collega van Chris van Abkoude op de school aan de Koepelstraat. Door het ondeugende karakter van de tekst zorgt de publicatie voor een landelijk protest van pedagogen en opvoedkundigen. Een door een commissie van notabelen ingezonden stuk getiteld "EEN WAARSCHUWING" wordt door een groot aantal kranten, o.a. De Telegraaf en Algemeen Handelsblad, overgenomen en door de redactie voorzien van adhesiebetuigingen. Er wordt een banvloek uitgesproken over Chris van Abkoude en zijn werk die decennialang zal voortduren.

Pietje Bell[bewerken]

Pietje Bell op weg naar school. Afgebeeld door Jan Rinke in Pietje Bell of de lotgevallen van een ondeugenden jongen uit 1914

Begin 1914 huurt Van Abkoude een woning aan de Schoolstraat in Baarn en wordt hij herenigd met zijn gezin. Daar schrijft hij het boek Pietje Bell, met als oorspronkelijke titel Pietje Bell of de lotgevallen van een ondeugenden jongen. Het is een verhalende versie van de kwajongensstreken uit de liedbundel Jolige liedjes en bevat voorts een aantal autobiografische elementen. Het boek is geïllustreerd door Jan Rinke, die Pietje steevast van een knipoog voorziet. Zijn inspiratie ontleent Rinke aan de verdediging van Chris van Abkoude op alle kritiek rondom de liedbundel. Van Abkoude schrijft in Het Volk: dagblad voor de arbeiderspartij dat men de liedjes niet zo serieus moet nemen, omdat deze met een knipoogje (dienen te) worden voorgedragen. Het boek is direct een enorm succes onder de jeugd. De pedagogische bezwaren tegen de liedbundel zullen in latere jaren ook op dit bekendste werk van Chris van Abkoude van toepassing worden verklaard.

Oorlogscabaretier[bewerken]

Vooralsnog blijft kritiek op het boek over Pietje Bell achterwege. Reden is dat in augustus 1914, kort na publicatie van het boek, de Eerste Wereldoorlog uitbreekt. Chris van Abkoude wordt onder de wapenen geroepen en dient van augustus 1914 tot mei 1916 als korporaal bij de landweer. Van Abkoude schrijft in militaire dienst een aantal zogenoemde Landweerrijmen. Het zijn komische stukken over zijn belevenissen bij de landweer, die hij gebruikt als tekst voor een serie ansichtkaarten die de soldaten kunnen kopen om naar huis te sturen. Ook verwerkt hij de teksten in optredens die hij als cabaretier geeft voor de soldaten. Ook in deze vorm van amusement blijkt hij zeer vaardig en eind 1914 krijgt hij van de legerleiding toestemming met zijn cabaretvoorstelling op tournee te gaan naar de forten gelegen aan de Nieuwe Hollandse Waterlinie, de verdedigingslinie van het neutraal gebleven Nederland. Gedurende de wintermaanden van 1914 en 1915 oogst Chris van Abkoude landelijk veel succes met zijn vele optredens als oorlogscabaretier.

Jaap Snoek van Volendam[bewerken]

In 1915 verschijnt bij Kluitman het boek Jaap Snoek van Volendam. Kort voor het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog brachten Van Abkoude en Jan Rinke enige tijd door in Volendam. In het boek wordt Jan Rinke ten tonele gevoerd als de schilder Breedenvoorde. Van Abkoude schrijft zichzelf in het boek als 'Bernard Verhoef', het pseudoniem dat hij in 1910 gebruikte voor de autobiografische roman Schoolmannen. In 1936 wordt in de Verenigde Staten bij Barrows Musey te New York een vertaling van dit boek uitgegeven met als titel 'Brown sails and silver guilders'. De Amerikaanse vertaling van dit boek is niet succesvol.

1916 - 1930[bewerken]

Emigratie[bewerken]

Tijdens zijn tweede tournee als oorlogscabaretier leert Van Abkoude de tien jaar jongere zangeres Elisabeth (Betty) Poulus kennen, die evenals Van Abkoude optredens verzorgt voor de soldaten. Vanaf eind 1915 gaan Van Abkoude en Betty Poulus samen optreden. In het voorjaar van 1916 krijgt Van Abkoude toestemming de militaire dienst voortijdig te verlaten. Reden is een voorgenomen emigratie naar de Verenigde Staten.

Al in 1910 had Van Abkoude in het boek Tim en Tom met veel enthousiasme geschreven over de Holland-Amerika Lijn en ook in Jan Boenders of hoe een Hollandsche jongen in Amerika rijk werd(1913) had hij al iets van zijn bewondering voor de Nieuwe Wereld losgelaten. Tijdens optredens in 1913 verteld hij zijn jeugdig publiek dat hij het voornemen heeft zijn vleugels uit te slaan. Het is niet onwaarschijnlijk dat ook de storm van kritiek die eind 1913 is losgebarsten over zijn werk een rol heeft gespeeld bij het besluit te gaan emigreren.

Op woensdag 7 juni 1916 vertrekt Chris van Abkoude met de SS Noordam van de Holland-Amerika Lijn naar de Verenigde Staten. Hij reist samen met Betty Poulus, die van plan is in Amerika een muzikale carriere op te bouwen. De bedoeling is dat vrouw en kinderen de overtocht maken nadat Van Abkoude werk en huisvesting heeft gevonden. Van Abkoude huurt een woning in Hackensack, New Jersey en kan in die plaats aan de slag als pianist voor stomme films bij het Eureka Theatre. Omdat Amerikanen moeite hebben met het uitspreken van zijn Nederlandse naam, veranderd hij deze in Charles Winters. Met uitzondering van zijn tweede zoon Dirk hebben zijn overige kinderen de oorspronkelijke familienaam Van Abkoude aangehouden.

Familiegeheim[bewerken]

Bij uitgeverij Kluitman verschijnt in het najaar van 1916 het boek De zonnige jeugd van Frits van Duuren. Evenals Pietje Bell heeft hoofdpersoon Frits een oudere zus, hier Bep genoemd. Betty Poulus staat voor haar model en stuurt na publicatie vol trots een exemplaar naar een nichtje in Nederland. Vanwege de oorlog duurt het ruim een jaar voordat de overige leden van het gezin de overtocht kunnen maken en gedurende dit jaar krijgt Van Abkoude een verhouding met Betty Poulus. Op vrijdag 6 juli 1917 breekt eindelijk het moment aan dat zijn vrouw en kinderen de oversteek kunnen maken. Drie dagen later bevalt Betty Poulus van een dochter van Chris van Abkoude, genaamd Mary Christine. Ook na aankomst van het gezin van Chris van Abkoude duurt de relatie voort. Nog geen twee jaar later, op 25 maart 1919, bevalt Betty Poulus van een tweede kind van de schrijver, een zoon genaamd Frederik Christiaan. De wijze waarop alle betrokkenen gedurende deze jaren met deze complexe situatie omgaan is onbekend. Het bestaan van beide kinderen blijft tot ver na de dood van Chris van Abkoude en Betty Poulus een goed bewaard familiegeheim. In correspondentie met Nederland worden beide kinderen stelselmatig verzwegen.

De vlegeljaren van Pietje Bell[bewerken]

In 1920 komt uitgeverij Kluitman met een vervolg op het succesvolle boek Pietje Bell. In De vlegeljaren van Pietje Bell is de hoofdpersoon 16 jaar. Van Abkoude vlecht wederom een aantal autobiografische elementen door het verhaal. Na afronding van zijn schooltijd gaat ook Pietje aan de slag bij een graanhandel om vervolgens te gaan werken als journalist, waarvoor hij, net als Van Abkoude tijdens zijn jaren als redacteur van Het Rotterdammertje, allerlei buurtactiviteiten beschrijft. Evenals Van Abkoude vertrekt Pietje aan het eind van het boek met de Holland Amerika lijn naar het beloofde land.

De zonen van Pietje Bell[bewerken]

Twee jaar later denkt van Abkoude de belevenissen van Pietje Bell af te kunnen ronden met het boek De zonen van Pietje Bell (1922), waarin zijn drie oudste kinderen de hoofdrol krijgen. Niet uitsluitend de namen, maar ook het uiterlijk en de karakterkenmerken van de jongens komen overeen met de eigen zoons van Chris van Abkoude.

Kruimeltje[bewerken]

Datzelfde jaar wordt het besluit genomen dat Mary en Fred, de kinderen van Betty Poulus en Chris van Abkoude, bij het gezin van Chris van Abkoude gaan wonen. Op deze wijze heeft Betty haar handen vrij voor haar muzikale carriere. Deze ingrijpende keuze verwerkt Van Abkoude in zijn nieuwste boek. In 1923 verschijnt Kruimeltje, de belevenissen van een straatjongen die is afgestaan door zijn moeder, de pianiste Vera DiBorboni. In de oorspronkelijk uitgave van Kruimeltje geeft Chris van Abkoude als Charles Winters een verklaring van de beslissing van de moeder van Kruimeltje afstand te doen van haar kind: "De moeder van Kruimeltje, voor zoover ik uit uw verhaal heb kunnen opmaken, was een slachtoffer der omstandigheden. Als ze niets meer van zich heeft laten hooren, zal ze daarvoor wel redenen gehad hebben". Betty Poulus heeft daadwerkelijk nooit meer contact opgenomen met haar beide kinderen. Als klassiek zangeres oogstte ze in de jaren dertig in Amerika grote successen.

Het boek Kruimeltje evenaart al snel het succes van de boeken over Pietje Bell. Al een jaar na publicatie wordt er een toneelvoorstelling van gemaakt.

Pietje Bell's goocheltoeren[bewerken]

De twee jonge kinderen die nu deel uitmaken van het gezin inspireren Chris van Abkoude in 1924 tot het schrijven van een nieuw Pietje Bell boek. In Pietje Bell's goocheltoeren keert Van Abkoude terug naar de beginjaren van Pietje Bell. Pietje is in dit deel weer zes jaar en zet als vanouds de boel op stelten.

Heckscher Theatre[bewerken]

In 1926 gaat Van Abkoude voor de New Yorkse liefdadigheidsorganisatie The Heckscher Foundation for Children werken als 'Children's Director'. Hij krijgt daarbij de leiding over 'The Heckscher Theatre', een theater met het formaat van een gemiddeld Broadway schouwburg. Naast optreden is zijn taak het organiseren van grootschalige activiteiten voor kinderen. In die hoedanigheid verzorgt hij o.a. optredens met poppenkastvoorstellingen, richt een kinderkoor op en komt met een 'kindervariété': een show met danseressen en een compleet orkest. The Heckscher Foundation for Children is ook eigenaar van 'The Heckscher Playground', een gedeelte van Central Park. Hier organiseert Van Abkoude activiteiten waaraan duizenden kinderen tegelijk deelnemen. Tijdens deze periode bekwaamt Van Abkoude zich ook als goochelaar en buikspreker.

Chris van Abkoude blijkt een zeer veelzijdig en getalenteerde entertainer. Het Amerikaanse tijdschrift Daily Review plaatst op 10 november 1974 een interview met de Amerikaanse goochelaar Paul Burleson, die in zijn jonge jaren nog met Van Abkoude heeft samengewerkt. Volgens Burleson kon Van Abkoude het toneel opkomen met alleen een bezem en daarmee meer lachers op zijn hand krijgen dan ieder ander met een vrachtwagen vol attributen.

1930 - 1934[bewerken]

Great Depression[bewerken]

Eind 1929 verschijnt Pietje Bell in Amerika het vijfde deel van de reeks Pietje Bell-boeken. Het is feitelijk een vervolg op het tweede boek. Na afronding van de reeks Pietje Bell boeken zal uitgeverij Kluitman de delen in een andere, chronologische volgorde gaan aanbieden. Het gaat de naar Amerika afgereisde Pietje Bell behoorlijk voor de wind, terwijl de auteur in die periode met forse tegenslag te kampen heeft. Na de beurskrach van oktober 1929 op Wall Street ontstaat in de Verenigde Staten de grootste economische crisis van de twintigste eeuw. Het gevolg is een steeds grotere werkloosheid. Medio 1930 krijgt ook Van Abkoude te horen dat er geen werk meer voor hem is. Van Abkoude kan hierdoor de huur van zijn appartement in New York niet meer opbrengen en moet noodgedwongen verhuizen.

Danbury[bewerken]

Een collega van de Heckscher Foundation biedt als tijdelijke oplossing een zomerhuisje in Danbury in Connecticut aan, waar Van Abkoude dankbaar gebruik van maakt. Een jaar later kan Van Abkoude in de omgeving een deel van een boerderij huren.

Van Abkoude probeert met broodschrijven zijn hoofd boven water te houden. Hij stuurt regelmatig artikelen naar Nederlandse kranten en tijdschriften en komt met een aantal nieuwe boeken, waaronder twee nieuwe delen in de Pietje Bell reeks : Nieuwe avonturen van Pietje Bell(1931) en Pietje Bell is weer aan de gang (1934). De boeken over Pietje Bell zijn nog wel redelijk succesvol, maar het overige werk slaat niet meer aan bij het jeugdige publiek. Van Abkoude is inmiddels ruim 15 jaar weg uit Nederland waardoor het schrijven voor de Nederlandse jeugd hem steeds moeilijker afgaat. Vanwege de recessie slaagt hij er ook niet in optredens te regelen. De crisis laat hard toe bij de familie Van Abkoude.

Op reis met een woonwagen[bewerken]

De woonwagen waarmee Chris van Abkoude door de USA trok

In het voorjaar van 1934 bouwt Van Abkoude op een onderstel van een sloopauto een woonwagen, met als doel af te reizen naar de westkust van de Verenigde Staten. Deze regio is minder getroffen door de crisis en Van Abkoude hoopt daar met optredens zijn brood te kunnen verdienen. De woonwagen biedt net genoeg ruimte aan Van Abkoude en zijn vrouw. De drie oudste zonen zijn al het huis uit. De jongste kinderen Fred en Mary moeten tijdens het reizen overnachten in een tent. De woonwagen wordt door Van Abkoude beschilderd met Hollandse taferelen als molens en boeren en boerinnen op klompen. Tijdens de reis, die duurt van juni tot september 1934, weet Van Abkoude met veel pijn en moeite optredens te regelen waarmee hij levensonderhoud en benzine kan betalen.

1935 - 1960[bewerken]

Laatste publicaties[bewerken]

Het gezin verblijft ca. een jaar in Portland, Oregon, waar zoon Fred vanwege studie achterblijft. Dat jaar weet Van Abkoude met enige moeite nog een manuscript te verkopen aan Uitgeverij Van Holkema & Warendorf, die dit in 1936 met de titel Het verlaten huis uitbrengt. Datzelfde jaar verschijnt bij Uitgeverij Kluitman Pietje Bell gaat vliegen. Ondanks dat Chris van Abkoude als auteur staat vermeld is dit laatste deel uit de Pietje Bell reeks niet van zijn hand. Het boek is met zijn toestemming door de Amsterdamse journalist en kinderboekenschrijver N.J.P. (Nico) Smith geschreven. Van Abkoude stopt vervolgens met het schrijven van kinderboeken voor Nederland. "He got tired of it", is de verklaring van zijn zoon Fred.

Van Abkoude met zijn vrouw en dochter Mary vertrekken in het najaar van 1935 naar Californië. Gedurende een aantal jaren weet Van Abkoude hier als rondtrekkend kinderartiest de kost te verdienen. Dit met wisselend succes. Financieel leeft hij van dag tot dag en een royalty-cheque van Uitgeverij Kluitman voor een herdruk van een van zijn boeken geeft vaak uitkomst.

Alameda[bewerken]

Na zeven jaar met een woonwagen op pad te zijn geweest vestigt Van Abkoude zich medio 1941 in de aan San Francisco grenzende havenplaats Alameda. Tot zijn 70ste jaar blijft Van Abkoude regelmatig optredens voor kinderen verzorgen. Zijn ouderdomsuitkering weet hij in Alameda enige tijd aan te vullen met een baantje bij The Curtis Company, waarbij hij de taak heeft de organisatie van de verspreiding van tijdschriften in Alameda door de lokale jeugd te organiseren. De garage van zijn kleine woning dient als opslagplaats.

In 1950 komt zijn vrouw Johanna te overlijden. Van Abkoude verdrijft daarna de eenzaamheid met schilderen. Zijn bont beschilderde woning wordt een geliefde pleisterplaats voor de jeugd van Alameda, die bij de oude kindervriend prachtige verhalen en een luisterend oor vindt. De bejaarde entertainer haalt in 1951 nog een laatste huzarenstukje uit door het oprichten van een kindertheater in Alameda. Voor het Altarena Little Theatre is hij zowel decorbouwer, producent, schrijver, componist als regisseur. Eind 1952 wordt hij getroffen door een beroerte en moet hij stoppen met zijn werkzaamheden. In de daaropvolgende drie jaar neemt zijn gezondheid dusdanig af dat zoon Dirk hem medio 1955 naar Portland haalt, waar hij zijn laatste levensjaren doorbrengt in een verzorgingstehuis.

Chris van Abkoude is nooit naar Nederland teruggekeerd.

Bibliografie[bewerken]

  • 1903 Droevig Kinderleven in Rotterdam. Een onderzoek naar den toestand van behoeftige schoolkinderen, A. Brouwer, Rotterdam, 1903/4
  • 1904 De Bruiloft van Henri Terborgh, Van Holkema & Warendorf, Amsterdam
  • 1905 Een Strijd tegen Domheid, Van Holkema & Warendorf, Amsterdam
  • 1907 Bert en Bram, P. Kluitman, Alkmaar
  • 1907 Hollandsche Jongens, P. Kluitman, Alkmaar
  • 1908 Hein Stavast, P. Kluitman, Alkmaar
  • 1910 Willems Verjaarsgeschenk., P. Kluitman, Alkmaar
  • 1910 Het Jongenskamp, Gebr. Kluitman, Alkmaar
  • 1910 Met de poppenkast op reis, avontuurlijke lotgevallen van drie journalisten, Scheltens & Giltay, Amsterdam
  • 1910 Een Ongeluksvogel, Gebr. Kluitman, Alkmaar
  • 1910 Schoolmannen. Een roman uit de onderwijswereld, Scheltens & Giltay, Amsterdam, 1910 (Onder Pseudoniem B. Verhoef)
  • 1910 Tim en Tom, Gebr. Kluitman, Alkmaar
  • 1911 Bob-zonder-zorg, Gebr. Kluitman, Alkmaar
  • 1911 De Fietsclub “Alle Vijf”, Gebr. Kluitman, Alkmaar
  • 1912 Het Boek van Luilekkerland, De Groot & Dijkhoffz, ’s Gravenhage
  • 1912 Het Boek van de Tien kleine Dreumesjes, De Groot & Dijkhoffz, ’s Gravenhage
  • 1912 De man met de Poppenkast, Gebr. Kluitman, Alkmaar
  • 1912 De Otters, Gebr. Kluitman, Alkmaar
  • 1912 De Padvinders van Duinwijk, A.W. Bruna & Zoon, Utrecht
  • 1912 Piet Parker, Gebr. Kluitman, Alkmaar
  • 1913 Jan Boenders: hoe een echt Hollandsche jongen in Amerika rijk werd, Scheltens & Giltay, Amsterdam
  • 1913 Jolige liedjes voor de Jeugd, Scheltens & Giltay, Amsterdam
  • 1913 De Pinkertonnetjes, A.W. Bruna & Zoon, Utrecht
  • 1913 De Voetbalclub, Gebr. Kluitman, Alkmaar
  • 1914 Instituut Sparrenheide, Gebr. Kluitman, Alkmaar
  • 1914 Pietje Bell, of De lotgevallen van een ondeugenden jongen, Gebr. Kluitman, Alkmaar
  • 1914 Jaap Snoek van Volendam, Gebr. Kluitman, Alkmaar
  • 1915 De Waterratten, Gebr. Kluitman, Alkmaar [vanaf tweede druk: Het Waterkamp]
  • 1916 Jolig Strandleven, Gebr. Kluitman, Alkmaar
  • 1916 De zonnige jeugd van Frits van Duuren, Gebr. Kluitman, Alkmaar
  • 1917 Hoe Jaap Bekkers een fiets kreeg, Gebr. Kluitman, Alkmaar
  • 1920 De vlegeljaren van Pietje Bell, Gebr. Kluitman, Alkmaar
  • 1921 Dickie Pool, of Hoe twee gymnasiasten automobiel-fabrikant werden, Gebr. Kluitman, Alkmaar
  • 1922 De Zonen van Pietje Bell, Gebr. Kluitman, Alkmaar
  • 1923 Kruimeltje, Gebr. Kluitman, Alkmaar
  • 1924 Pietje Bell’s Goocheltoeren, Gebr. Kluitman, Alkmaar
  • 1926 De Circusclown, of De lotgevallen van Daantje, Gebr. Kluitman, Alkmaar
  • 1926 Dwergneus, Gebr. Kluitman, Alkmaar
  • 1929 Pietje Bell in Amerika, Gebr. Kluitman, Alkmaar
  • 1930 In het land van Uncle Sam, Gebr. Kluitman, Alkmaar
  • 1931 Hoe Fred aviateur werd, Gebr. Kluitman, Alkmaar
  • 1932 Nieuwe avonturen van Pietje Bell, Gebr. Kluitman, Alkmaar
  • 1932 Peppie, Gebr. Kluitman, Alkmaar
  • 1934 Pietje Bell is weer aan den Gang, Gebr. Kluitman, Alkmaar
  • 1936 Pietje Bell gaat Vliegen, Gebr. Kluitman, Alkmaar (schaduwschrijver N.J.P. Smith)
  • 1936 Het Verlaten huis, Van Holkema & Warendorf, Amsterdam

Bronvermelding[bewerken]

  • Dát is Pietje Bell! - Het Geheime Leven van Chris van Abkoude, Jan Maliepaard en Jan Oudenaarden, Pepper Books, Alkmaar, 2017