Christenanarchisme

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
ANARCHISME
Symbool anarchisme
Maatschappijvormen

Anarchocommunisme
Collectief-anarchisme
Mutualisme
Individualistisch anarchisme
Anarchokapitalisme
Anarchoprimitivisme

Tactische en Filosofische Opvattingen

Anarchafeminisme
Anarchopacifisme
Anarchosyndicalisme
Autonomisme
Christenanarchisme
Ecoanarchisme
Illegalisme
Voluntarisme

Verzameltermen

Libertair socialisme
Sociaal-anarchisme

Christenanarchisme is het streven naar anarchisme, d.w.z. een samenleving zonder afgedwongen externe autoriteiten, gebaseerd op (elementen van) het christendom.

Christenanarchisten beroepen zich vaak op voorgangers uit de geschiedenis van het christendom, onder verwijzing niet alleen maar wel vaak van passages uit Jesaja en Micha en met beroep op de Bergrede. Omdat het eigenlijk pas zinvol is te spreken van anarchisme in verband met de moderne staat kan men dit ook het best met betrekking tot het christen-anarchisme zeggen.

De term is geïntroduceerd door de specialist in de gnosis, Eugen Heinrich Schmitt, in verband met Leo Tolstoj.

Een lijstje namen van mensen die de afgelopen twee eeuwen christendom en anarchisme of afwijzing van de staat op enigerlei wijze gecombineerd hebben:

Negentiende eeuw[bewerken]

Adin Ballou (1803-1890) was een Amerikaans predikant en pacifist die afwijzend stond ten opzichte van de staat.[1] Tegelijkertijd verzette hij zich tegen revolutionaire agitatie en bepleitte geweldloos verzet tegen de overheid (in de vorm van petities, vergaderingen en geschriften). Hij noemde zichzelf nadrukkelijk geen anarchist. Anarchisme staat voor hem voor chaos en wetteloosheid.[2] Hij stichtte in 1842 een kolonie in Massachusetts die hij de naam Hopedale Community gaf en waar geen sprake was van dwang, geweld en onderdrukking. De bewoners van de kolonie waren tegen mede-eigenaar van het onroerend goed. Hopedale ging in 1855 ter ziele. Ballou noemde zijn politieke denkbeelden Practical Christian Socialism (Praktisch Christelijk-Socialisme) en Christian Non-Resistance (Christelijke Weerloosheid). In het laatste jaar van zijn leven correspondeerde Ballou met de Russische schrijver Lev Tolstoj.

William Batchelder Greene (1819-1878) was een Amerikaans predikant die behoorde tot de unitarische kerk. Greene geloofde dat alle mensen gelijk waren en was tegen iedere vorm van privileges. Hij behoorde tot de anarchistische stroming die men het mutualisme noemt. Mutualisten dringen aan op samenwerking tussen individuen om een bepaald doel (meestal economisch) te bereiken waar beide partijen voordeel aan hebben. Hij was een groot voorstander van privébezit, maar vond dat te weinig mensen over bezittingen beschikten. Hij vond dat kleine coöperatieve banken personen geld moesten lenen om hen in staat te stellen om onroerend goed aan te schaffen. De rente moest zeer laag zijn en woeker werd door hem afgewezen.[3] Als iedereen of ieder gezin beschikte over een stuk grond of een eigen huis (mogelijk gemaakt door Mutual Banks) en vervolgens in zijn eigen onderhoud kan voorzien en vrije handel kan drijven zonder overdreven winstbejag wordt de wereld volgens Greene een prettiger plek om te wonen. Hoewel voorstander van privébezit, was hij tegenstander van bezitsvermeerdering en bekritiseerde hij monopolies en was tegen kapitaalvergroting zonder daar arbeid voor te hebben verricht (Money is a medium of exchange, and should be allowed to increase only through labor.) Zijn opvattingen, neergeschreven in verschillende boeken en pamfletten, noemde hij Christian Mutualism en is sterk moralistisch gekleurd. Naast het feit dat hij zich bij het uitwerken van zijn leerstellingen beriep op de Bijbel, stond hij sterk onder invloed van de Franse anarchist Pierre-Joseph Proudhon.

Søren Kierkegaard (1813-1855) was een Deens filosoof en de grondlegger van het existentialisme. Hij was een overtuigd christen maar stond zeer afwijzend ten opzichte van kerkelijke autoriteiten. De kerk, als gezagsinstantie, was vooral bezig met het in stand houden van allerlei privileges en stond in zijn ogen ver af van de boodschap van Jezus Christus. Zijn kritiek betrof niet alleen de kerk, maar allerlei gezagsinstanties, waaronder de overheid. Door de kerk en de overheid op een voetstuk te plaatsen (te vergoddelijken) bleef er weinig ruimte over voor het individu en diens existentiële vragen.[4] Kierkegaard stond indifferent tegenover de kerk en de staat. Beide instituten vormen een belemmering in het navolgen van Christus.[5]

Leo Tolstoj (1828-1910) was een Russisch schrijver en wordt gezien als één van de voornaamste vertegenwoordigers van het christelijk anarchopacifisme. Op grond van de Bergrede was Tolstoj tot de conclusie gekomen dat iedere vorm van geweld moest worden afgewezen. Omdat de christen zijns inziens op geen enkele wijze betrokken mocht zijn bij gewelddadige acties, kon hij zich maar het beste afzijdig houden van iedere vorm van wereldlijke politiek. Net als Kierkegaard stond Tolstoj ook afwijzend ten opzichte van de kerk als instituut en in 1901 werd hij vanwege zijn heterodoxe standpunten als lid van de Russisch-Orthodoxe Kerk geëxcommuniceerd. Hoewel van adellijke komaf en wonend op een landgoed, bepleitte Tolstoj een uiterst sobere levensstijl waarin iedereen zich door middel van handarbeid in zijn of haar noden kan voorzien. Hij wees het leven in de grote stad af en was voorstander van kleine egalitaire gemeenschappen waar mensen met elkaar samen zouden werken. Anders dan zijn grote voorbeeld Ballou (zie boven) stond hij sceptisch tegenover privébezit. Hij verwierp het label anarchist, omdat hij alle politieke ideologieën verwierp. Hij beschouwde zichzelf gewoon als christen. Zijn boek Het Koninkrijk Gods is binnen uw bereik (1894) geldt als één van de belangrijkste documenten binnen het christenanarchisme. Zijn visie op het christendom en levenswandel laat zich in vijf punten vatten:

1. Heb uw vijanden lief (Matt. 5)
2. Wees niet kwaadaardig (of boos) (Matt. 5)
3. Vergeld geen kwaad voor kwaad, overwin het kwaad door het goede te doen (Matt. 5, Rom. 12)
4. Wees niet wellustig (Matt. 5)
5. Leg geen eed af (Matt. 5)

Tolstoj was geïnspireerd door de Doechoboren die op hun beurt weer door hem gesteund werden. Tijdens de grote hongersnood in Rusland in 1891-1892 organiseerde hij een alternatieve hulporganisatie om de hongerigen te voeden. De term Tolstojaanse Beweging is de naam die gegeven wordt voor aanhangers met het gedachtegoed van Russische schrijver. Naast pacifist, aanhanger van de soberheidsgedachte en anarchist was Tolstoj ook een vegetariër.

Van de Engelse tolstojaanse stroming rond het blad New Order is Ebenezer Howard ongetwijfeld de bekendste schrijver. Hij was de theoreticus van de tuinstad.

In Nederland was het protestantse christenanarchisme oorspronkelijk georganiseerd in de Internationale Broederschap en rond het blad Vrede. Enkele namen:

Twintigste eeuw[bewerken]

Nederland[bewerken]

Felix Ortt (1866-1959) was een aanhanger van het pacifisme van Tolstoj maar noemde zich geen tolstojaan, maar "christen-anarchist". Ortt was net als Tolstoj een vegetariër. Daarnaast was hij medestichter van een anarchistische kolonie in Blaricum en werkte hij voor het blad Vrede. Hij was betrokken bij de Rein Leven Beweging die streefde naar een nieuw, ethische mens die afzag van het gebruik van genotsmiddelen, werelds genot, geweld en geslachtsverkeer anders dan voor de voortplanting. Hij was fel tegenstander van vivisectie en pleitbezorger van natuurgeneeskunde. Ortt behoorde tot de vrijzinnige Nederlandse Protestantenbond en had ook interesse in oosterse religies. Wat Ortt onder christenanarchisme verstond schreef hij neer in het boekje Denkbeelden van een Christen-anarchist (19173): "Het ware anarchisme komt overeen met begrip 'broederschap', omdat broederschap onderstelt: vriendschap op den voet van wederkeerige gelijkheid. En 't komt ook overeen met het begrip 'socialisme', omdat dit bedoelt 'samenwerking'; en met 'communisme', omdat dit wil zeggen 'gemeenschapsleven'" (p. 49). Zijn verzet tegen de Staat beschrijft hij op bladzijde 53 van zijn boekje: "Daarom ook ligt het voor de hand, dat wij ons om staatsvorm, om politieken strijd en dergelijke niet bekommeren. Deze kan van belang zijn voor hen, die zich nog voelen in de sfeer van het egoïsme, maar voor wie daar buiten staat heeft dit alles geen beteekenis. (...) Zo is naar mijn meening de aangewezen verhouding tegenover den Staat: 1e. het organiseerend vermogen van den Staat overlaten, die zich daartoe aangetrokken voelen, met waardeering daarvan, voor zoover het inderdaad het welzijn van allen beoogt; 2e. het staatsbestuur, politiek, wetten-maken enz. overlaten aan degenen, die zich nog rangschikken onder de sfeer van het egoïsme, en die meenen, dat een andere sfeer voor den menschheid onbereikbaar is. 3e. tegen het dwingend gezag van den Staat, waar dit onze gewetensvrijheid belemmert, te protesteeren met alle kracht en zoo noodig ons daartegen lijdelijk verzetten, dat is: handelen alsof zulk een gezag niet bestaat" (p. 53). Vooral dit laatste punt is kenmerkend voor christelijk anarchopacifisten.

Lodewijk van Mierop (1870-1930) was evenals Ortt een tolstojaan en maakte ook deel uit van de kolonie te Blaricum. Ook was hij betrokken bij het antimilitaristische blad Vrede. Dit gold ook voor de vrijzinnige dominee Louis Adriën Bähler (1867-1941) die na een conflict in 1911 zijn predikantschap naast zich neerlegde. Hij bleef echter gedurende zijn verdere leven een overtuigd anarchist. Net als Ortt had hij grote belangstelling voor oosterse godsdiensten (met name het boeddhisme) en alternatieve geneeswijzen. Bähler maakte ook deel uit van de Rein Leven Beweging. Hij werd waarschijnlijk ook sterk beïnvloed door zijn vader die sympathiseerde met de piëtistische heiligingsbeweging.

Salomon "Sam" van den Berg (Jan Boezeroen) (1874-1923) was een zowel christenanarchist als anarchosyndicalist.[6] Hij was van joodse afkomst[7] en anders dan voorgaande anarchisten, met wie hij overigens nauw in contact stond, was Sam van den Berg afkomstig uit het arbeidersmilieu. Hij was werkzaam in de Rotterdamse haven en actief binnen de anarchistische vakbond. In 1907 was hij één van stakingsleiders tijdens de zogenaamde "elevatoren staking" waar havenarbeiders zich keerden tegen de invoering van grote zuigmachines waarmee heel snel en met weinig mensen een graanschip gelost kon worden. Door de ingebruikname van deze "graanelevatoren" zouden honderden arbeiders hun baan verliezen.[8] Uiteindelijk haalde de staking niets uit, de graanelevatoren kwamen er gewoon. Hij schreef onder het pseudoniem Jan Boezeroen voor het christenanarchistische blad Vrede.[9]

Bart de Ligt (1883-1938), predikant, was aanvankelijk christen-socialist maar brak in 1919 met de georganiseerde godsdienst en ontwikkelde zich tot anarchist. Hij was toen echter al geen christen meer. Zijn pacifisme en antimilitarisme die hij ontwikkelde tijdens zijn periode als christen-socialist bleef hij echter altijd trouw.

Andere Nederlandse christenanarchisten en christenanarchistische organisaties waren:

Internationaal[bewerken]

In de Verenigde Staten kwam in de jaren dertig van de twintigste eeuw de Catholic Worker-beweging op. Deze combineert trouw aan de kerkelijke roomse hiërarchie met uitgesproken anarchisme. Enkele namen:

Catholic Radicalism

Dorothy Day (1897-1980) en Peter Maurin (1877-1949) waren in 1933 de grondleggers van de Catholic Worker Movement. Deze beweging vermengd libertair socialisme met distributisme en staat een vorm van christen-anarchisme voor.[10] Day en Maurin, die beide sterk werden beïnvloed door het personalisme beschouwden zichzelf ook als anarchist. Kenmerkend voor Day en Maurin, maar ook voor hun volgelingen, is hun pacifisme. Dorothy Day was daarin ook erg activistisch: zij was tegen deelname van de Verenigde Staten van Amerika aan de Tweede Wereldoorlog en tegen de Amerikaanse interventie tijdens de Vietnam Oorlog. Daarnaast was zij tegen iedere vorm van staatsinmenging in het persoonlijke leven, maar ook tegen een verplicht sociaal stelsel. Zij weigerde soms om federale inkomstenbelasting te betalen en maakte nimmer gebruik van haar stemrecht.[11][12] Zowel Day als Maurin lieten zich inspireren door Proudhon (mutualisme) en Kropotkin (anarchocommunisme). Anders dan de laatste waren zij niet tegen privé-eigendom ("Property is proper to man"). Hun opvattingen worden wel omschreven als anarchodistributisme dat vooral verwant is aan het mutualisme.[13]

Verwant: de Ploughshare-beweging onder wie:

Enkele verschillende losse denkers:

Van Karl Barth, de grootste protestantse theoloog van de twintigste eeuw, wordt wel gezegd dat zijn politiek-maatschappelijke oriëntatie naar het anarchisme neigde. De ontwikkeling van zijn theologie maakt het echter onmogelijk hem verder in verband te brengen met een van de eerder genoemden.