Christian Klar

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Christian Georg Alfred Klar (Freiburg im Breisgau, 20 mei 1952) is een voormalige Duits terrorist. Hij was een vooraanstaand lid van de zogenaamde "tweede generatie" van de links-terroristische Rote Armee Fraktion (RAF) die tussen einde 1970 en begin 1980 actief was. Klar werd in 1985 tot een levenslange gevangenisstraf veroordeeld en zat daarna vast in de gevangenis in Bruchsal. Op 24 november 2008 besloot het hoger gerechtshof in Stuttgart dat hij op 3 januari 2009 vervroegd vrij zou worden gelaten. [1][2][3] Uiteindelijk is hij op 19 december 2008 vrijgekomen.[4]

Jeugd[bewerken]

Hij was zoon van een leraar. Klar ging naar school in Lörrach, en studeerde in 1972 in Ettlingen. Hij studeerde geschiedenis en filosofie in Heidelberg en was, gedurende korte tijd, lid van de democratische jeugdafdeling.[5]

In 1973 verhuisde hij met zijn vriendin naar een flat in Karlsruhe[6] samen met Adelheid Schulz, Günter Sonnenberg en Knut Folkerts (allen RAF terroristen). In 1974 nam hij deel aan de bezetting van het kantoor van Amnesty International in Hamburg tegen de arrestatie van RAF gevangenen. [7]

Terrorisme[bewerken]

Rond 1976 trad Klar toe tot de RAF en werd al snel een vooraanstaand lid van de tweede generatie. In november 1982 werd hij gearresteerd in een wapendepot in Friedrichsruhe, net als collega-terrorist Brigitte Mohnhaupt. Hij kreeg een collectieve straf voor alle belangrijke RAF misdaden sinds 1977. Deze omvatten:

Hij werd ook belast met::

Gevangenisstraf[bewerken]

In 1985 werd Klar veroordeeld tot vijf keer levenslang wegens negen moorden. In het begin van 2007 heeft hij een gratieverzoek ingediend bij de bondspresident van Duitsland, Horst Köhler, maar dit werd geweigerd. Op 19 december 2008 werd hij vrijgelaten. Klar zat het langste gevangen van alle RAF-terroristen.

In september 2009 besloot de Duitse minister van Binnenlandse Zaken Wolfgang Schäuble (CDU) dat de rapportage van de Duitse inlichtingendienst over de moord op Siegfried Buback niet mocht worden vrijgegeven, hetgeen leidde tot fel protest van diens nabestaanden.

Bronnen