Christoffel Lubieniecki

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Christoffel Lubieniecki
Zelfportret, jaren 1690
Zelfportret, jaren 1690
Persoonsgegevens
Volledige naam Krzysztof Lubieniecki
Geboren 1659, Szczecin
Overleden 1729, Amsterdam
Geboorteland Vlag van Polen Polen
Beroep(en) kunstschilder en graveur
Oriënterende gegevens
Stijl(en) barok
RKD-profiel
Portaal  Portaalicoon   Kunst & Cultuur

Christoffel (Krzysztof) Lubieniecki (Lubienietski, Lubienitzki, Lubienietzki) (Szczecin, 1659 – Amsterdam, 1729) was een Poolse kunstschilder van de barok die actief was als portretschilder in Amsterdam. Ook was hij graveur in mezzotint en schilderde hij genrestukken, fantasielandschappen en Bijbelse voorstellingen.[1] Zijn genrestukken tonen invloeden van Jan Steen en Adriaen van Ostade. Lubieniecki was trots op zijn Poolse afkomst, blijkens het feit dat hij zijn werk doorgaans signeerde met Eques Polonus ("Poolse ridder").[2]

De schilder Jan Maurits Quinkhard was in de jaren 1710 in de leer bij hem.[3]

Werk van Lubieniecki is te vinden in de collectie van onder meer het Rijksmuseum in Amsterdam, het Museum Catharijneconvent in Utrecht, het Nationaal Museum van Warschau en het Statens Museum for Kunst in Kopenhagen.

Levensloop[bewerken]

Christoffel Lubieniecki was afkomstig uit een Pools adellijk geslacht. Hij was een zoon van de theoloog en astronoom Stanislaus Lubieniecki (1623-1675). Hij en zijn broer Teodor Lubieniecki leerden schilderen en tekenen bij Johann Georg Stuhr in Hamburg. Na de dood van hun vader in 1675 vertrokken zij naar Amsterdam, waar Christoffel in de leer ging bij Adriaen Backer, terwijl Teodor leerling werd van Gerard de Lairesse. Mogelijk was ook Christoffel in de leer bij De Lairesse.[1][4][5] In de beginjaren verdiende hij niet genoeg als schilder en ging in militaire dienst om bij te verdienen.[2]

In 1682 verhuisde Teodor naar Hannover en van daaruit in 1706 weer terug naar Polen. Christoffel bleef tot zijn dood in Amsterdam.[5] In 1693 ging hij in ondertrouw met Helena de Rijp, en op 19 september 1694 werd hun dochter Wilmina gedoopt in de Remonstrantse gemeente. Een volgende dochter, Willemina, werd op 30 maart 1698 gedoopt.[1][2]

Afbeeldingen[bewerken]