Naar inhoud springen

Chronosoort

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
In de paleontologie is het bewijs voor soorten en evolutie voornamelijk afkomstig van de vergelijkende anatomie van fossielen. Een chronosoort wordt gedefinieerd als een enkele afstammingslijn (ononderbroken lijn) waarvan de morfologie in de loop van de tijd verandert. Op een bepaald moment oordelen paleontologen dat er voldoende verandering heeft plaatsgevonden om te concluderen dat er ooit twee vormen (A en B) hebben bestaan, gescheiden in tijd en anatomie. Als er slechts sporadische voorbeelden van elk in het fossielenbestand bewaard zijn gebleven, zullen de vormen scherp van elkaar verschillen.

Een chronosoort of chronospecies is een soort die voortkomt uit een sequentieel ontwikkelingspatroon met continue en uniforme veranderingen vanuit een uitgestorven voorouderlijke vorm op een evolutionaire schaal. De reeks veranderingen leidt uiteindelijk tot een populatie die fysiek, morfologisch en/of genetisch verschilt van de oorspronkelijke voorouders. Gedurende de hele verandering is er op elk moment slechts één soort in de afstammingslijn, in tegenstelling tot gevallen waarin divergente evolutie hedendaagse soorten met een gemeenschappelijke voorouder voortbrengt.

De verwante term paleosoort of paleospecies duidt op een uitgestorven soort die alleen is geïdentificeerd aan de hand van fossiel materiaal. Die identificatie is gebaseerd op duidelijke overeenkomsten tussen de vroegere fossiele exemplaren en een voorgestelde afstammeling, hoewel de exacte relatie tot de latere soort niet altijd is vastgesteld. In het bijzonder overschrijdt de variatiebreedte binnen alle vroegere fossiele exemplaren niet de waargenomen variatiebreedte die bestaat in de latere soort.

Een paleo-ondersoort of paleosubsoort identificeert een uitgestorven ondersoort die is geëvolueerd tot de huidige vorm. De connectie met relatief recente variaties, meestal uit het Laat-Pleistoceen, is vaak gebaseerd op de aanvullende informatie die beschikbaar is in subfossiel materiaal. De meeste huidige soorten zijn in grootte veranderd en hebben zich zo aangepast aan de klimaatveranderingen tijdens de laatste ijstijd (zie de regel van Bergmann).

De verdere identificatie van fossiele exemplaren als onderdeel van een chronosoort berust op aanvullende overeenkomsten die een specifieke relatie met een bekende soort sterker aangeven. Zo kunnen bijvoorbeeld relatief recente exemplaren, honderdduizenden tot enkele miljoenen jaren oud, met consistente variaties als een levende soort (zoals altijd kleiner maar met dezelfde verhoudingen) de laatste stap in een chronosoort vertegenwoordigen. De mogelijke identificatie van de directe voorouder van het levende taxon kan ook gebaseerd zijn op stratigrafische informatie om de ouderdom van de exemplaren vast te stellen.

Het concept van chronosoorten is verwant aan het fylogenetische gradualisme-model van evolutie en is eveneens gebaseerd op een uitgebreid fossielenbestand, aangezien morfologische veranderingen zich in de loop der tijd ophopen en twee zeer verschillende organismen via een reeks tussenvormen met elkaar verbonden kunnen zijn.