Citroenkruid

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Citroenkruid
Citroenkruid
Citroenkruid
Taxonomische indeling
Rijk: Plantae (Planten)
Stam: Embryophyta (Landplanten)
Klasse: Spermatopsida (Zaadplanten)
Clade: Bedektzadigen
Clade: 'nieuwe' Tweezaadlobbigen
Clade: Campanuliden
Orde: Asterales
Familie: Asteraceae (Composietenfamilie)
Onderfamilie: Asteroideae
Geslachtengroep: Anthemideae
Geslacht: Artemisia (Alsem)
Soort
Artemisia abrotanum
L. (1753)
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Andere planten die soms met deze naam worden aangeduid zijn: citroenmelisse (Melissa officinalis L.) en citroengras of sereh (Cymbopogon citratus (DC.) Stapf).

Citroenkruid (Artemisia abrotanum L.) is een bossig struikje, dat tot de composietenfamilie behoort. De plant komt van nature voor in Zuid-Europa en is in grote delen van de meer noordelijk gelegen gebieden van Europa geïntroduceerd.

De struik wordt 100-130 cm hoog. De grijsgroene, 5 cm lange bladeren zijn smal en sterk veerdelig. De kleine bloemen zijn geel. De plant kan vermeerderd worden door stekken van zowel de stengels als de wortels.

Keukenkruid[bewerken]

Citroenkruid wordt tegenwoordig niet meer algemeen in de keuken gebruikt. In de Middeleeuwen werden vette gerechten wel gekruid met citroenkruid, zoals tegenwoordig wel met bijvoet (Artemisia vulgaris L.) gebeurt. De bladeren van gewoon citroenkruid smaken bitter. De scheuten van de kweekvorm Artemisia abrotanum 'Cola' ruiken en smaken echter naar cola, waarom deze plant ook wel "Coca Colastruik" genoemd wordt.

Medicinaal en kwakzalverijgebruik[bewerken]

Citroenkruid bevat etherische olie, bitter- en looistoffen en zou maagversterkend zijn en de spijsvertering bevorderen. Ook zou het kruid wormafdrijvend zijn, de menstruatie bevorderen en een antiseptische werking hebben. Op jenever gezet zou citroenkruid helpen tegen hoofdpijn. Dit zijn echter alle onbewezen claims.

De Romeinen bereidden het parfum Abrotenum uit deze plant. Naast parfum werd het ook gebruikt voor het reinigen en ontgeuren van wonden, voor de behandeling van krampen en astma en als verzachtende balsem.[1]

In de zeventiende eeuw schreef de Engelse kruidenarts Nicholas Culpeper citroenkruid voor als middel tegen kaalhoofdigheid. As van citroenkruid moest daartoe in oude slaolie worden gemengd waarna het smeersel op het kale hoofd moest worden gesmeerd, waarna het hoofdhaar of de baard weer zouden gaan groeien. Dat er desondanks veel kale mannen zijn, bewijst de waarde van deze claim.

Thee van citroenkruid zou het immuunsysteem versterken. Overigens ook een onbewezen claim.

Verfstof[bewerken]

Er kan een gele verfstof uit de plant gewonnen worden.

Bijgeloof[bewerken]

De Engelse volksnaam voor de plant is "maiden's ruin" ("maagdenverderf"), wat duidt op de veronderstelde werking als afrodisiacum.

Wie de liefde van een meisje wilde winnen, moest heimelijk een takje citroenkruid onder de band van haar schort steken. Daar de liefde echter alleen door betovering verkregen werd, hield deze maar een jaar stand om daarna in het tegendeel om te slaan. Misschien heet de plant daarom ook in het Engels "Kiss-me-quick-and-go" (Kus-me-vlug-en-ga).

Tijdens de zondagse kerkpreek zou een takje citroenkruid door de geur iemand wakker houden.