Coalitie

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Een coalitie is een verbond of samenwerkingsverband tussen verschillende groepen of partijen. De term wordt vooral gebruikt in de politiek en in internationale betrekkingen.

Politiek[bewerken]

In de politiek is een coalitie een samenwerking tussen verschillende politieke partijen. Hierdoor wordt het mogelijk een regering te formeren, die door een deel van de volksvertegenwoordiging wordt ondersteund. Er bestaan verschillende soorten coalities, zo heb je een minderheidscoalitie en een meerderheidscoalitie. Bij de minderheidscoalitie heeft de coalitie geen meerderheid in het parlement, bij een meerderheidscoalitie is dit wel het geval. Minderheidscoalities komen vaak voor in Scandinavische landen (bijvoorbeeld Denemarken), meerderheidscoalities kan men vinden in kiesstelsels in West-Europa (Nederland, België), maar ook in bijvoorbeeld Israël. Een minderheidscoalitie is meestal toepasbaar in landen waar een grote centrumpartij de oppositie in twee deelt. Hierdoor is er geen alternatief mogelijk en heeft een minderheidscoalitie meestal kans van slagen. Empirisch onderzoek heeft ook aangetoond dat minderheidscoalities vaker voorkomen in landen waar het parlement geen wet moet aannemen waarmee het de regering accepteert.

In de politiek staat tegenover de coalitie de oppositie. De oppositie heeft geen aandeel in de regering. Een oppositie is het vaak dan ook niet eens met de besluiten van de regering. De oppositie kan in een meerderheidscoalitie weinig weerstand bieden aangezien de meerderheid van de volksvertegenwoordiging achter de regering staat. In een minderheidscoalitie zal de regering echter wel rekening moeten houden met de wensen van het parlement.

Nederland[bewerken]

In Nederland wordt evenredige vertegenwoordiging (elke stem telt even zwaar) toegepast. Hierdoor is het vrijwel onmogelijk voor één politieke partij om een absolute meerderheid te behalen. In de Nederlandse politiek is een coalitie onvermijdelijk en gewoon. Voordeel is dat een meerderheid van de kiezers vertegenwoordigd wordt; nadeel is echter dat er veel gediscussieerd moet worden tussen de partijen van de coalitie. Dit kan een vertraging van de politieke besluitvorming opleveren.

Incidenten[bewerken]

In Nederland was er een paar keer sprake van een minderheidscoalitie.

  • 1. Het Kabinet-Den Uyl was een extraparlementair kabinet dat gedoogsteun kreeg van de partijen KVP en ARP, die toestonden dat partijleden minister werden. De facto was het daarom een minderheidskabinet.
  • 2. LPF-lijsttrekker Mat Herben gaf aan dat hij een kabinet van CDA en VVD zou "gedogen" in 2002 als deze een minderheid zouden vormen na de verkiezingen. De LPF-voorman vertelde dit, in een onderonsje met VVD-lijsttrekker Zalm, maar Herben had niet door dat zijn microfoontje aanstond, waarna het nieuws alsnog bekend werd.
  • 3. Diverse malen regeerde een kabinet door na een aangenomen motie van wantrouwen tegen een afzonderlijke minister of het gehele kabinet. Zo'n kabinet is volgens gewoonte een zakenkabinet dat geen controversiële zaken meer behandelt. Het Kabinet-Balkenende III lijkt aan deze laatste traditie een einde te willen maken door per wetsvoorstel op een wisselmeerderheid van enerzijds de regeringspartijen CDA en VVD en anderzijds de ChristenUnie en/of de SGP dan wel de LPF dan wel D66 te rekenen.

Militair[bewerken]

Een coalitie kan ook gevormd worden tussen landen op militair gebied. Zo was er in de Tweede Wereldoorlog een as Berlijn-Rome-Tokyo (Duitsland, Italië en Japan) - de asmogendheden. Dat kan gezien worden als een coalitie. De beroemdste coalitie is echter die tussen de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk en de Sovjet-Unie, de geallieerden, eveneens tijdens de Tweede Wereldoorlog. Hiertoe behoorden wel meerdere landen, zoals Frankrijk. In een militair verband wordt een coalitie ook wel eens aangeduid als alliantie.

Spel[bewerken]

Een alledaags voorbeeld van coalities doet zich voor in een gezelschapsspel met drie of meer spelers. Bijvoorbeeld bij mens-erger-je-niet. Als Bram op het punt staat om te winnen, dan zullen spelers Henk, Loes en Truus elkaar er niet uitgooien. Ze zullen elkaar sparen zodat ze samen Bram kunnen bestrijden. Elke speler werkt daarmee voor zijn eigen voordeel. De gedachtegang van Henk is: "Als Bram wint, verlies ik. Als ik Loes en Truus spaar, zullen zij misschien Bram eruit gooien, zodat ik nog een kansje heb om te winnen." Als het gevaar van Bram geweken is, worden de drie overige spelers weer vijanden. Bij sommige spellen is het volgens de regels geoorloofd met elkaar te overleggen, bij andere niet.