Codex Eyckensis

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
afbeelding van een Evangelist in de Codex Eyckensis

De Codex Eyckensis is een evangeliarium uit de 8e eeuw en het oudste bewaard gebleven "boek" geproduceerd in de Lage Landen.

Geschiedenis[bewerken]

De codex werd oorspronkelijk bewaard in het intussen verdwenen klooster van Aldeneik, dat werd gebouwd in 719-721 door Adelhard, heer van Denain, Frankische edelman en tevens vader van de heilige Harlindis en Relindis. Pas in 728 werd de abdij ‘Eycke’ officieel ingewijd. Harlindis werd vervolgens gewijd door Sint-Willibrordus en Relindis door Sint-Bonifatius.

Manuscripten als de Codex Eyckensis werden aan religieuze instellingen geschonken om het woord van Christus te kunnen verspreiden. In de latere periodes zal dit handschrift ook voor de verspreiding van de christelijke leer onder de gewone bevolking en in de context van de cultusverering rond de heiligen Harlindis en Relindis worden gebruikt. De Codex Eyckensis wordt sinds 1571, na zijn eerste verblijfplaats in de abdij van Aldeneik, bewaard in de crypte van de Sint-Catharinakerk in Maaseik (Noord-Oost-België).

Het handschrift is een getuige van de status van het geschreven woord en een van de vroegste artistieke creaties in de vorm van een codex uit de laat Merovingische of vroeg Karolingische periode in onze gewesten.[1]

Het boek werd waarschijnlijk in de 8ste eeuw geschreven in het scriptorium van de Abdij van Echternach.[1] Het boek wordt afgesloten met een Latijnse tekst[2] waarin de scribent vraagt om voor hem te bidden. Uit die tekst blijkt dat de schrijver een man was en dus niet de zusters Harlindis en Relindis uit de overlevering. De Codex Eyckensis werd waarschijnlijk door Willibrordus meegebracht vanuit Echternach naar de Abdij van Aldeneik.[1] Dit soort manuscripten werden gebruikt om de christelijke leer te verspreiden onder de diverse gemeenschappen op het Europese vasteland.

Omschrijving[bewerken]

De codex is samengesteld uit resten van twee verschillende evangelieboeken uit ongeveer dezelfde periode. Ze werden waarschijnlijk in de 12de eeuw samengevoegd omdat ze onvolledig waren of omdat er delen verloren gegaan waren.[3]

In totaal bestond de codex uit 133 perkamenten folia van 244 bij 183 mm. De twee delen, Codex A en Codex B werden tussen 1989 en 1991 terug apart ingebonden.

Codex A bevat een evangelistenportret waarvan men aanneemt dat ze de beginminiatuur was voor het Mattheusevangelie. Men kan een Italiaans-Byzantijnse stijl in de figuur herkennen en het insulaire vlechtwerk rond de figuur is vergelijkbaar met dat op de incipit bladzijden van het Lindisfarne-evangeliarium.[3] Na de volbladminiatuur komen een reeks canontafels die weliswaar niet volledig zijn. Dit deel bevat buiten de canontafels geen geschreven tekst.

Codex B bevat een volledige canonreeks gevolgd door de vier evangelies. De evangelies zijn geschreven in een tekstblok van 26 lijnen in een insulair schrift. Er was slechts één scribent en hij gebruikte een ronde insulaire minuskel, een type tussen de hoge enkelvoudige insulaire minuskel gekend van het Book of Kells en het Lindisfarne-evangeliarium en een hoge aangepunte insulaire minuskel, die men gebruikte in niet-Bijbelse werken.[3] De tekst is een versie van het latijns Vulgaat van Hiëronymus (347-420).

Restauratie[bewerken]

Het manuscript werd in 1957 ongelukkig gerestaureerd door Karl Sievers, een amateurrestaurateur uit Düsseldorf, om het voor verval te behoeden. De oude rode boekband uit de 18e eeuw werd verwijderd en definitief vernietigd. Daarna kleefde hij Mipofolie op alle bladen van het handschrift. Mipofolie is een film van polyvinylchloride die extern geplastificeerd is met dioctylphtalaat. Bij het verouderen vormde deze folie zoutzuur dat het perkament aantastte en de folie zelf vergeelde. De transparantie en de kleur van het perkament konden veranderen en de polymeren opgelost in de folie konden in het perkament migreren en het geheel bros maken.[4] Tussen 1987 en 1991 werd de Mipofolie verwijderd en werd de codex gerestaureerd door een team van het KIK onder de leiding van Jan Wauters.

Digitalisatie[bewerken]

De codex werd in 2015 gedigitaliseerd onder de leiding van prof. Lieve Watteeuw door het Imaging Lab en Illuminare Leuven, het Studiecentrum voor Middeleeuwse Kunst van de KU Leuven. In samenwerking met LIBIS Heverlee werd de digitale versie van hogeresolutiescans raadpleegbaar met de Mirador viewer (zie weblinks: Online raadplegen).

Weblinks[bewerken]