Codex Eyckensis

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
afbeelding van een Evangelist in de Codex Eyckensis

De Codex Eyckensis is een evangeliarium uit de 8e eeuw en het oudste bewaard gebleven "boek" geproduceerd in de Lage Landen. Het maakt sinds 1571 deel uit van de kerkschat van de Catharinakerk te Maaseik. De codex werd oorspronkelijk bewaard in het intussen verdwenen klooster van Aldeneik en kreeg daarvan zijn naam. Het handschrift is een getuige van de status van het geschreven woord en een van de vroegste artistieke creaties in de vorm van een codex uit de laat Merovingische of vroeg Karolingische periode in onze gewesten.[1]

Het boek werd waarschijnlijk omstreeks 760 geschreven in het scriptorium van de Abdij van Echternach.[1] Het boek wordt afgesloten met een Latijnse tekst[2] waarin de scribent vraagt om voor hem te bidden. Uit die tekst blijkt dat de schrijver een man was en niet de twee heilige zusters Harlindis en Relindis van Aldeneik zoals een legende zou vertellen. Van Echternach werd de codex waarschijnlijk meegebracht naar de Abdij van Aldeneik door Willibrordus.[1]

Omschrijving[bewerken]

De codex is samengesteld uit resten van twee verschillende evangelieboeken uit ongeveer dezelfde periode. Ze werden waarschijnlijk samengevoegd omdat ze onvolledig waren of dat er delen verloren gegaan waren, maar ze vulden mekaar goed aan zodoende dat men besloot er één boek van te maken. Wanneer dit gebeurde is niet bekend maar men vermoedt dat het in de12e eeuw was.[3]

In totaal bestond de codex uit 133 perkamenten folia van 244 bij 183 mm. De twee delen, Codex A en Codex B zijn nu terug apart ingebonden.

Codex A bevat een evangelistenportret waarvan men aanneemt dat ze de beginminiatuur was voor het Mattheusevangelie. Men kan een Italiaans-Byzantijnse stijl in de figuur herkennen en het insulaire vlechtwerk rond de figuur is vergelijkbaar met dat op de incipit bladzijden van het Lindisfarne-evangeliarium.[3] Na de volbladminiatuur komen een reeks canontafels die weliswaar niet volledig zijn. Dit deel bevat buiten de canontafels geen geschreven tekst.

Codex B bevat een volledige canonreeks gevolgd door de vier evangelies. De evangelies zijn geschreven in een tekstblok van 26 lijnen in een insulair schrift. Er was slechte één scribent en hij gebruikte een ronde insulaire minuskel, een type tussen de hoge enkelvoudige insulaire minuskel gekend van het Book of Kells en het Lindisfarne-evangeliarium en een hoge aangepunte insulaire minuskel, die men gebruikte in niet-bijbelse werken.[3] De tekst komt uit de Vulgaat van Hiëronymus.

Restauratie[bewerken]

Het werk werd in 1957 onder handen genomen door Karl Sievers een restaurateur uit Düsseldorf om het voor verval te behoeden. De oude rode boekband uit de 18e eeuw werd verwijderd en definitief vernietigd. Daarna kleefde hij Mipofolie op een aantal bladen van het handschrift. Mipofolie is een film van polyvinylchloride die extern geplastificeert was met dioctylphatalaat. Bij het verouderen vormde deze folie zoutzuur dat het perkament aantast en de folie zelf vergeelde, de transparantie en de kleur van het perkament konden veranderen en de polymeren opgelost in de folie, konden in het perkament migreren en het geheel bros maken.[4] Tussen 1987 en 1991 werd de Mipofolie verwijderd en werd de codex gerestaureerd door een team van het KIK onder de leiding van Jan Wauters.

Digitalisatie[bewerken]

De codex werd recent gedigitaliseerd onder de leiding van prof. Lieve Watteeuw door het Imaging Lab en Illuminare Leuven, het Studiecentrum voor Middeleeuwse Kunst van de KU Leuven. De digitale versie met hogeresolutiescans is sedert december 2015 raadpleegbaar met de Mirador viewer (zie weblinks: Online raadplegen).

Weblinks[bewerken]