Codificatie

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Codificatie, letterlijk 'het maken van een boek', is op schrift gesteld recht, waaraan de overheid uitsluitende gelding of exclusieve werking verleent. Door deze exclusiviteit verkrijgt de codificatie tevens de pretentie van volledigheid. Codificatie kan betrekking hebben op een bepaald rechtsgebied, bijvoorbeeld het privaatrecht. De term is afkomstig van Jeremy Bentham (1748-1832).

Codificatie moet rechterlijke willekeur voorkomen en de rechtszekerheid vergroten. Hieraan dragen het legaliteitsbeginsel, ne bis in idem (niet twee keer voor hetzelfde) en verjaring bij.

Codificatie heeft drie voorwaarden:

  • op schrift gesteld recht (ius ex scripto);
  • een overheid met gezag;
  • volledigheid van het recht.

Er werd wel gevreesd dat codificatie de rechtswetenschap overbodig zou maken en de rechtspraaak de handen zou binden. Naarmate de wetboeken ouder werden, veranderden de omstandigheden en waren wetenschap en rechtspraak juist de instrumenten om ze in de veranderde tijd te kunnen blijven gebruiken.

Codificatie komt al voor sinds de Oudheid. Tot de oudste codificaties behoren de Codex Hammurabi en de Leges duodecim tabularum (Wetten van de Twaalf Tafelen) in het Romeins recht. Het begrip verwijst ook naar bijvoorbeeld de napoleontische Code Civil en wetboeken die daarna tot stand zijn gekomen, zoals het Duitse Bürgerliches Gesetzbuch en de Burgerlijk Wetboeken van België en Nederland. De totstandkoming van dergelijke codificaties is onderwerp van rechtshistorisch onderzoek.

Gewoonterecht en natuurrecht zijn ongeschreven recht (ius ex non scripto) en vallen daarom niet onder gecodificeerd recht.