Codrington (stad)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Codrington
Codrington (Antigua en Barbuda)
Codrington
Coördinaten 17° 38′ NB, 61° 50′ WL
Algemeen
Inwoners (2001) 980
Portaal  Portaalicoon   Caraïben

Codrington is de enige plaats op het eiland Barbuda, binnen de eilandstaat Antigua en Barbuda. De plaats telde 980 inwoners bij de volkstelling van 2001, waarmee het ruim de helft van de bevolking van het eiland huisvestte. De plaats bevindt zich aan de westzijde van het eiland.

Geschiedenis[bewerken | brontekst bewerken]

De plaats werd in 1666 gesticht als hoofdwoonplaats op het eiland door de familie van de Britten Christopher Codrington (gouverneur) en John Codrington, die Barbuda voor 50 jaar in lease kregen vanaf 1685 in ruil voor "One fat sheep on demand" aan koning Karel II. Uiteindelijk zou de familie deze lease voortzetten tot 1870. Bij het dorp werd een rechthoekig stenen kasteel met wachttorens en schietgaten gebouwd door de familie als bescherming tegen aanvallen door indianen en de Fransen, maar tijdens een aardbeving in 1843 raakte het zwaar beschadigd en er is weinig van overgebleven.[1]

In 1904 woonden 700 mensen in Codrington, hetgeen in 1991 was opgelopen tot 1252, maar in 2001 weer was gedaald tot 980.

Slavenopstanden[bewerken | brontekst bewerken]

De familie bezat tot begin 19e eeuw vele slaven. In 1741 vond een slavenopstand plaats in Codrington, uit onvrede over het 'wrede en tirannieke' gedrag van slavenhouder Thomas Beach. Hierbij werden een aantal stuks vee geslacht, verwoestingen aangericht in Codrington en vluchtten een aantal slaven. In 1745 volgde een tweede opstand, waarbij slavenhouder McNish werd vermoord, nadat deze slaven die schapen en vee hadden gestolen had verminkt. Deze opstand leidde tot de inname van het kasteel, waarop het Britse garnizoen uit Antigua te hulp werd geroepen. Deze wist de opstand neer te slaan en liet twee opstandelingen op de brandstapel zetten. Er zouden echter nog meer opstanden volgen, waarvan die van 1834-35 de grootste was, toen een poging werd ondernomen door de slavenhouders om alle Barbudanen naar Antigua te verslepen en het leger wederom werd ingeschakeld. De opstand werd neergeslagen, maar de slaven werden vrijgelaten.[2]

Orkaan Irma[bewerken | brontekst bewerken]

In 2017 werd Barbuda zwaar getroffen door orkaan Irma. Premier Gaston Browne verklaarde dat 95% van de gebouwen op het eiland beschadigd tot verwoest waren door de categorie 5-orkaan, hierdoor werd Barbuda de facto onbewoonbaar.[3][4] Eén kind is omgekomen. Na Irma werd de volledige bevolking van het eiland (zo'n 1700 bewoners) geëvacueerd naar het naburige Antigua. Hierdoor woont er (tijdelijk?) voor het eerst in 300 jaar geen mens meer op Barbuda.[5]