Cognitieve gedragstherapie

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Cognitieve gedragstherapie (cgt)[1] is een combinatie van gedragstherapie met interventies die ontwikkeld zijn vanuit de cognitieve psychologie. De kern is de veronderstelling dat zogenaamde irrationele cognities (gedachten) zorgen voor disfunctioneel gedrag, zoals vermijdingsgedrag of agressie. De technieken die gebruikt worden in de cognitieve gedragstherapie richten zich op het veranderen van de inhoud van deze irrationele cognities. Grondleggers van cgt zijn Aaron Beck en Albert Ellis. Daarnaast wordt gewerkt met technieken uit de klassieke gedragstherapie. Deze staan bij cgt echter ten dienste van het veranderen van cognities.

Werking in de praktijk[bewerken]

Cognitieve gedragstherapie is een psychotherapie die mensen — voornamelijk door oefeningen — leert om anders tegen problematische situaties aan te kijken en er anders mee om te gaan. In cgt wordt het gedrag en de gedachten die de problemen in stand houden, besproken en behandeld. De effectiviteit ervan is gebleken uit wetenschappelijk onderzoek (zie onder werkzaamheid). Behandelingen zijn klacht- of probleemgericht en duren over het algemeen kort.

Cgt gaat vooral over moeilijkheden die nu spelen en veel minder over problemen die in het verleden hebben bestaan. De meeste behandelingen bestaan uit 10 tot 25 bijeenkomsten. Bij wekelijkse of tweewekelijkse bijeenkomsten duurt de therapie gemiddeld een halfjaar tot anderhalf jaar. Bij ernstigere problemen neemt het aantal bijeenkomsten uiteraard toe. De patiënt spreekt met de therapeut de duur van de therapie af.

Samen met een therapeut gaat de patiënt kijken in hoeverre zijn angst reëel is. Vervolgens stelt de patiënt een lijst op met voor hem angstige situaties in oplopende moeilijkheid. Daarna gaat hij/zij stap voor stap deze situaties opzoeken om zo zijn/haar angst te leren overwinnen.

Voor het slagen van de therapie is het belangrijk dat hij/zij vertrouwen heeft in de therapeut. Bij cognitieve gedragstherapie gaat het om een open en gelijkwaardige relatie. De therapeut werkt nauw met de patiënt samen om tot verbetering van de klachten te komen. Hij of zij probeert zo direct en zo concreet mogelijk aan te sluiten bij de problemen en laat de patiënt er zelf aan werken met huiswerkopdrachten.

Problematiek en doelgroepen[bewerken]

Cognitieve gedragstherapie is geschikt voor bijna alle mensen met psychische problemen. Het is in de meeste officiële richtlijnen [2] de voorkeursbehandeling voor psychische problemen. Zoals voor:

Ook kinderen kunnen baat hebben bij cgt. Zoals bij:

Werkzaamheid[bewerken]

Naar de effecten van cognitieve gedragstherapie is veel onderzoek gedaan. Vaak blijkt deze methode een zeer effectieve psychotherapie te zijn. Vaak effectiever dan medicijnen, zeker op de langere termijn. (Zie hieronder voor dit alles.)

Dit wil echter niet zeggen dat alle patiënten baat hebben bij cognitieve gedragstherapie. De effecten zijn per persoon verschillend. Soms kunnen ook andere psychologische behandelingen werkzaam zijn voor bepaalde problemen bij bepaalde patiënten. Het onderzoek naar het verder verfijnen en uitbreiden van psychologische behandelmethoden voor psychische stoornissen gaat dan ook verder.

Veel herstel[bewerken]

Cgt helpt mensen te herstellen van psychische problemen: 50 tot 75 procent van de met cgt behandelde cliënten heeft er baat bij [3]:

  • Ruim 50 procent van de volwassenen en jeugdigen met angststoornissen herstelt door cgt. [4]
  • Circa 65 procent van de jeugdigen met een dwangstoornis herstelt door cgt. [5]
  • Circa 50 procent van de volwassenen met een depressie herstelt door cgt. [6]
  • Circa 60 procent van de jeugdigen met een depressie herstelt door cgt. [7]
  • Ruim 50 procent van de volwassenen met een alcoholprobleem herstelt door cgt. [8]

Minder psychische en lichamelijke problemen[bewerken]

Cgt vermindert de kans op terugkeer van psychische en lichamelijke problemen:

  • Cgt halveert de kans op terugval na depressie of angststoornissen.[9]
  • Cgt vermindert de kans op terugkeer van hart- en vaatziekten met circa 20 procent.[10]

Effectiever dan medicatie[bewerken]

Cgt is effectiever en heeft minder bijwerkingen dan medicatie:

  • Cgt leert mensen anders denken en doen, dit leidt vaker – anders dan medicatie – tot een blijvend resultaat. [11]
  • Mensen met slaapproblemen gebruiken na cgt minder slaapmedicatie.[12]
  • Cgt heeft in vergelijking tot medicatie minder bijwerkingen.

Theorie[bewerken]

De basis van cgt wordt gevormd door het cognitieve model. In dit model wordt beschreven hoe gedachten over een situatie tot gedrag en gevoelens leiden. Dit wordt schematisch weergegeven in een zogenaamd ABC-schema, ook wel G-schema genoemd:

A. Gebeurtenis: hiermee wordt de objectieve gebeurtenis bedoeld, beschreven alsof je door een camera kijkt
B. Gedachten: hiermee worden de specifieke gedachten bedoeld die je hebt bij de bij A genoemde gebeurtenis
C. Gevoel/Gedrag: welk gevoel of gedrag is het gevolg van deze gedachten?

Zo kan iemand die depressief is bij het (A) tegenkomen van zijn baas denken (B) "O nee hè, ik krijg weer een slechte beoordeling straks" en zich daardoor (C) depressief gaan voelen en zijn baas proberen te vermijden, waardoor hij in de problemen raakt. Een andere theorie is dat cgt zich richt op het activeren van stimuli in het cognitieve netwerk van de cliënt die niet compatibel zijn met irrationele cognities en schema's.[13]

Interventies[bewerken]

De interventies van cgt richten zich primair op het veranderen van de B in het ABC schema, wanneer blijkt dat deze gedachte irrationeel of niet-helpend is. Dit kan gebeuren door middel van een groot aantal technieken, waaronder:

  • de Socratische dialoog
  • meerdimensionaal inschalen
  • taarttechnieken
  • gedragsexperimenten
  • exposure
  • counterconditionering

Er bestaan verschillende vormen van cgt:

Onderzoek[bewerken]

Cgt is op dit moment waarschijnlijk de meest toegepaste vorm van psychotherapie. Uit veel onderzoek blijkt dat cgt effectief is in het bestrijden van symptomen bij verschillende vormen van psychopathologie.[15]

Kritiek[bewerken]

Behavioristische therapeuten en onderzoekers wijzen erop dat uit studies blijkt dat cognitieve interventies niet bijdragen aan de werkzaamheid van cgt, maar dat de werkzaamheid wel afhangt van gedragsmatige interventies.[16] Bovendien is er kritiek op de aanspraak die cgt doet op de ratio, het analytische denkvermogen van de cliënt. Dit heeft geleid tot de ontwikkeling van bijvoorbeeld Acceptance and Commitment Therapy (ACT)[17] en andere vormen van de derdegeneratiegedragstherapie.

Externe links[bewerken]