Cohesie (natuurkunde)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Cohesie is de onderlinge aantrekkingskracht tussen moleculen binnen een vaste stof of in een vloeistof zonder dat er sprake is van een chemische binding. Tussen de moleculen zijn vanderwaalskrachten werkzaam, waarbij moleculen elkaar aantrekken. De sterkte van de cohesieve vanderwaalskrachten, ofwel de onderlinge aantrekkingskrachten tussen de moleculen van een gegeven stof, zijn bepalend voor de aggregatietoestand van die stof bij gegeven temperatuur (bijvoorbeeld bij kamertemperatuur). Bij de faseovergang van vaste stof naar vloeistof worden de vanderwaalskrachten (en daarmee de cohesie) minder; een vloeistof, buiten een vat, vervloeit. Een willekeurig vloeistofdruppeltje bevat echter altijd nog miljoenen moleculen. Binnen een gas is geen sprake van vanderwaalskrachten: slechts een gesloten ruimte kan gasmoleculen bij elkaar houden.

Wanneer, in het geval van een vloeistof in een capillair, de som van de onderlinge aantrekkingskrachten ('cohesie') tussen de vloeistofmoleculen groter is dan de som van de aantrekkingskrachten ('adhesie') tussen de moleculen van capillair en vloeistof, zal de meniscus bol zijn en de vloeistof omlaag worden gedrukt. Wanneer de resulterende cohesieve (vanderwaals)kracht kleiner is dan de resulterende adhesieve (vanderwaals)kracht zal in een capillair de meniscus hol zijn en de vloeistof omhoog worden getrokken.

Watermoleculen worden, behalve door vanderwaalskrachten, ook bij elkaar gehouden door waterstofbruggen. Water heeft daardoor een relatief hoog smelt- en kookpunt.


Adhesie-Cohesie.jpg

Zie ook[bewerken]