Coincidentia oppositorum

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Coincidentia oppositorum is een religieus en filosofisch begrip dat 'samenvallen van tegengestelden' betekent. In de fysieke en rationele wereld bestaat dualiteit, zoals warm–koud en dag–nacht, maar de coincidentia oppositorum verwijst naar een veronderstelde suprarationele (goddelijke) werkelijkheid waarin alle tegenstellingen samenvallen. Als zodanig is het begrip voornamelijk bekend geworden via kardinaal Nicolaas van Cusa (1401-1461). Het geloof in een uiteindelijke eenheid der tegendelen is onderdeel van de filosofie van onder meer Heraclitus, het hermetisme, Giordano Bruno, Jakob Boehme en Emanuel Swedenborg.[1][2]

Zie ook[bewerken]

Bronnen[bewerken]

  1. Mircea Eliade, The Two and the One, New York: Harper Torchbooks, 1965, p. 80. Noel L. Brann, 'Trithemius, Cusanus, and the Will to the Infinite: A Pre-Faustian Paradigm', in: Aries, jaargang 2, nr. 2, p. 161.
  2. Noel L. Brann, 'Trithemius, Cusanus, and the Will to the Infinite: A Pre-Faustian Paradigm', in: Aries, jaargang 2, nr. 2, p. 161.