Composiet (materiaal)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Verschillende manieren of structuren van de plaatsing van de versterkende vulstoffen in een composieten-matrix
A. Korrels
B. Gebroken vezels
C. Éénassige vezels
D. Lamellair
E. Geweven
F. Honingraat
De composiet Glare wordt onder meer verwerkt in de Airbus A380
Een luidspreker met een conus van een composiet versterkt met kevlar.
Novotex, een plaatmateriaal van vezels in een matrix van bakeliet.

Een composiet is een samengesteld materiaal dat is opgebouwd uit verschillende componenten. Vaak worden hiermee vezelversterkte kunststoffen bedoeld, maar composieten kunnen ook worden gemaakt met bijvoorbeeld metalen, keramieken of glazen componenten. In essentie is een composiet een soort hybride-materiaal bestaande uit twee of meer componenten van materialen, die samen zorgen voor de gewenste materiaaleigenschappen. Het gaat hier vaak om vezels, korrels of lamellae ingebed in een matrix, die deze vulstoffen bij elkaar houdt. Rond 1950 begon de opkomst van de composieten voor hoge prestatie toepassingen en sindsdien worden deze in rap tempo verbeterd en ontwikkeld.[1]

Geschiedenis[bewerken | brontekst bewerken]

Het oudst bekende gebruik van composieten dateert uit het Oude Egypte. Op oude graftombes zijn schilderingen gevonden waarbij bakstenen werden geproduceerd uit een composiet van modder en stro. De eerste kunststof composiet werd ontdekt in een laboratorium in de VS toen iemand per ongeluk bakeliet op zijn kleding gemorst had. Hij liet de vlek aanvankelijk zitten, om hem na het werk te verwijderen. Later bleek dat de vlek keihard was geworden en helemaal niet meer te verwijderen viel. Met deze wetenschap werden de eerste proeven gedaan. Printplaten van bakeliet werden als eerste versterkt met linnenweefsel (bruine printplaten) en pertinax.

Toepassingen[bewerken | brontekst bewerken]

Vezelversterkte kunststoffen[bewerken | brontekst bewerken]

De meest bekende composieten zijn de vezelversterkte kunststoffen. De vezels zorgen voor het overbrengen van trekkrachten en de matrix (vaak een kunststof) houdt de vezels samen en zorgt voor het overbrengen van drukkrachten en schuifspanningen. Bekende vezels die in composieten verwerkt worden zijn glasvezel, aramide (twaron en kevlar), koolstofvezel en recent ook nanotubes. Daarnaast worden ook natuurlijke vezels als vlas of hennep in composieten toegepast.

Voorbeelden[bewerken | brontekst bewerken]

Voorbeelden van toepassingen van composieten zijn:

Nederland kent een kenniscentrum voor composieten, het Kennis-CirculatieCentrum Composieten (K3C), dat betrokken is bij de oprichting van een Europees Virtueel Instituut voor Composieten.

Milieu[bewerken | brontekst bewerken]

Composietmaterialen zijn door hun gemengde samenstelling vaak moeilijk te recycleren. Met name materialen op basis van thermohardende kunststoffen kunnen nauwelijks nuttig hergebruikt worden. In het beste geval kunnen ze als vulmateriaal dienen, bijvoorbeeld in een nieuwe composiet, maar dan zonder er veel sterkte aan te verlenen. Het gebruik van natuurlijke vezels verandert hier niets aan.

Zie ook[bewerken | brontekst bewerken]

Zie de categorie Composieten van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.