Confrerie Pictura

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
De Boterwaag aan de Prinsegracht in Den Haag. Het linkerdeel was het originele gebouw uit 1650 (met de zwaan boven de deur).
Zicht op de Prinsessegracht in Den Haag, door Joris van der Haagen en Ludolf Leendertsz de Jongh.

Confrerie Pictura was een genootschap van kunstenaars dat van 1656 tot 1849 bestond in Den Haag.

Geschiedenis[bewerken]

Het Sint-Lucasgilde in Den Haag bestond al in de 15e eeuw. Net als in de meeste grote Nederlandse steden, richtte het zich niet alleen op kunstschilders, maar ook op glazeniers, graveurs, beeldhouwers, goudsmeden, drukkers en boekhandelaars. In die dagen hadden de gilden in kerken hun eigen altaren. In het geval van het gilde van de schilders, was er regelmatig sprake van sponsoring door de kerk. Leden van het gilde verzekerden zich soms zelfs van een inkomen van de kerk door het Lucasaltaar te benutten om hun werk te presenteren. Na de reformatie veranderde dit en speelden de kerken geen rol meer in het gildeleven. Voorheen waren de altaarstukken als het ware uithangborden voor het werk van de kunstenaars. Nu werd gezocht naar een nieuw manier om het werk aan de man te brengen.

Daarnaast waren de gildemeesters, met de toevloed van begaafde schilders vanuit de Zuidelijke Nederlanden, van mening dat er maatregelen noodzakelijk waren tegen concurrentie. Toen het Lucasgilde omvoldoende in staat bleek de juiste maatregelen te nemen, richtten 48 ontevreden schilders de Confrèrie ('broederschap') Pictura op. Onder de stichters waren Alexander le Petit, Anthonie Jansz. van der Croos, Willem Doudijns, Jacob van der Does, Johannes Mijtens, Adriaen Pietersz. van de Venne, Dirck van der Lisse, Theodoor van der Schuer, Joris van der Haagen, Augustinus Terwesten en Jan Antonisz. van Ravesteyn. Eerste deken was Adriaen Hanneman.

De leden van Confrèrie Pictura kwamen bijeen in het Boterhuis aan de Prinsegracht. Zij betaalden huur door schilderijen aan het stadsbestuur te schenken. De Confrèrie werd bestuurd door een deken, drie hoofdmannen en een secretaris, die om de twee jaar door de Magistraat van Den Haag werden gekozen. Rond 1680 verhuisde de Confrèrie naar het Koorenhuis, ook aan de Prinsengracht. In 1849 werd het broederschap opgeheven. Twee jaar eerder was in Den Haag een nieuw schildersgenootschap opgericht onder de naam Pulchri Studio.

Handvest (1656)[bewerken]

Het doel van Confrêrie Pictura was tweeledig: enerzijds wilde men de belangen van de Haagse schilders beschermen, de kwaliteit van de schilders bewaken en oneerlijke concurrentie voorkomen en anderzijds wenste men de onderlinge banden tussen zijn leden te versterken. Iedereen die als schilder in Den Haag werkte was verplicht om lid van de Confrèrie te worden. Er werden strikte regels opgesteld om te beperken wat als oneerlijke handel werd gezien, maar ook verplichtten de leden zich om de begrafenissen van andere leden bij te wonen en een jaarlijkse contributie te betalen. Het handvest, opgesteld in 1656, bevat 28 regels. Een belangrijke regel is dat de leden verplicht waren om hun werken in de vergaderruimte van Pictura permanent tentoon te stellen en om - zodra een werk was verkocht - een nieuw vervangend werk op te hangen.

Haagsche Teekenacademie[bewerken]

De Haagsche Teekenacademie in 1751. Jan van Gool (1685–1763)

De Haagsche Teekenacademie werd in 1682 door de schilders Doudijns, Mijtens, Terwesten en Duval, allen leden van de Confrêrie, opgericht.[1] Zij was net als Pictura aanvankelijk nog gevestigd in het Koorenhuis en groeide uiteindelijk in meer dan 330 jaar uit tot de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten.

Bekende leden[bewerken]

Sponsors Mauritshuis[bewerken]

Confrèrie Pictura is tegenwoordig de naam van een (inter)nationaal platform van bedrijven die zich als sponsor verbonden hebben aan museum het Mauritshuis.