Congolese regenwouden

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

De Congolese regenwouden vormen een brede band van tropische laagland- en moerasbossen in het rivierbekken van de Kongo en haar zijrivieren. Het gebied beslaat het zuidoosten van Kameroen, het oosten van Gabon, het noorden en midden van Congo-Brazzaville, het noorden en midden van Congo-Kinshasa en het zuiden en zuidwesten van de Centraal-Afrikaanse Republiek.

De Congolese regenwouden zijn verdeeld in vijf ecoregio's, die het grootste deel van de regenwouden in het Kongobekken bevatten. Het bekken bevat daarnaast nog drie overige ecoregio's, die zowel regenwouden als savannes bevatten.

Ecologie[bewerken]

De regenwouden van het Kongobekken vormen het grootste aaneengesloten regenwoud na het Amazoneregenwoud. Ze bevatten een kwart van de resterende regenwouden op Aarde. Gedurende de jaren 2000 verloor het gebied 0,3% van haar bos-oppervlak.[1] Hiermee heeft de regio het laagste ontbossingsgehalte van alle belangrijke tropische bosgebieden.[2]

Een groot deel van het bosgebied staat permanent of tijdens de regenseizoenen onder water. Veel van deze gebieden worden zelden door menselijke activiteiten verstoord en zijn daardoor relatief ongerept. Met name de moerasbossen hebben de reputatie vrijwel ondoordringbaar te zijn.[3]

De Congolese regenwouden kennen een hoge biodiversiteit met een hoog endemisch gehalte. Men schat dat er zo'n 10.000 plantensoorten vertegenwoordigd zijn. De wouden huisvesten een groot aantal bedreigde diersoorten, waaronder de bosolifant, okapi, bongo, westelijke laaglandgorilla, chimpansee en bonobo.

Ecoregio's[bewerken]

Het World Wide Fund for Nature verdeelt de Congolese regenwouden in vijf afzonderlijke ecoregio's: