Conservatief socialisme

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Conservatief socialisme, rechts socialisme, sociaal rechts of paternalistisch conservatisme is een politieke ideologie die traditionele normen en waarden (conservatisme) combineert met een streven naar (een vorm van) sociale rechtvaardigheid (socialisme) of in ieder geval opkomen voor de zwakkeren en minderbedeelden. Aanhangers van de stroming wijzen het individualisme en liberalisme af, maar accepteren niet zomaar het conservatisme dat in hun ogen heeft geleid tot de opkomt van het liberalisme en individualisme omdat de hoeders van de traditionele normen en waarden - de conservatieve elite - hun plichten jegens de minderbedeelden heeft nagelaten. Conservatief socialisten verwerpen de laissez faire economie van het ongebreidelde kapitalisme.

Eén van de eerste pleitbezorgers van een conservatief socialisme was de Oostenrijkse staatskanselier Klemens von Metternich die in 1847 sprak van een "vreedzaam, op klassenharmonie, kosmopolitische en tradities gerichte" en "monarchistische" vorm van conservatief socialisme.[1]

In zijn boeken Coningsby (1844) Sybil, or The Two Nations (1845) spreekt de latere conservatieve Britse premier Bejamin Disraeli zich uit voor een harmonieuze samenleving en ziet hij een belangrijke taak voor elite als beschermers en hoeders van de armen, gebaseerd op het uit de Middeleeuwen stammende concept van noblesse oblige ("adel verplicht"). Het denken van de jonge Disraeli heeft een belangrijke rol gespeeld in de vorming van de beweging Young England ("Jong Engeland") die bestond uit jonge, paternalistische en sociaal bewogen aristocraten die zich inzetten voor betere leefomstandigheden voor de armen en kwetsbaren. Zij waren daarvoor zelfs bereid om met de politieke radicalen samen te werken. Er bestond een overlap tussen hun opvattingen van een agrarische, feodaal socialistische samenleving en de radicaal-socialistische utopische bewegingen van die tijd (Owenites).

In het Communistisch Manifest, sectie III, spreekt Karl Marx zich negatief uit over het conservatief socialisme.[2] Volgens Marx zijn conservatieve of bourgeois socialisten gewoon rijke filantropen en hervormingsgezinde politici die wel van alles doen voor de werkende klasse, maar uiteindelijk niet streven naar de emancipatie van de arbeiders. De filosoof en aanhanger van de Oostenrijkse School (laissez faire economen), Jesús Huerta de Soto beweert in feite hetzelfde als Marx, maar streeft juist emancipatie van de lagere klassen na middels de vrije markteconomie.[3]

Hoewel verdedigers van het bezit, wijst men eventuele nationalisatie van natuurlijke hulpbronnen niet van de hand.

Vormen van conservatief socialisme[bewerken | brontekst bewerken]

Verwijzingen[bewerken | brontekst bewerken]

  1. Peter Viereck: Conservative thinkers: from John Adams to Winston Churchill, Transaction Publishers, 2006, New Brunswick, New Jersey, pp. 74-75
  2. K. Marx en F. Engels: Het Communistisch Manifest, Londen 1848
  3. J. Huerta de Soto: Socialism, Economic Calculation and Entrepreneurship, Northampton, Massachusetts, US: Edward Elgar Publishing, 20104

Zie ook[bewerken | brontekst bewerken]