Consistoriekamer

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

De consistoriekamer of consistorie is in protestantse kerken de ruimte waarin de kerkenraad (de ouderlingen en diakenen) vergadert, of ook wel van de kerkenraad zelf. In de protestantse kerk is de kerkenraad het hoogste orgaan van de plaatselijke en in principe zelfstandige kerkgemeente.

Vanouds was de consistorie meer dan de kamer waar de kerkenraad vergadert. In Geneve werd onder Johannes Calvijn de boetepraktijk van de Rooms-Katholieke Kerk opnieuw geïntroduceerd. De stad Geneve werd verdeeld in wijken, die ressorteerden onder een wijkouderling. Indien de leden van de wijk een leven leidden dat niet passend was, of afwijkingen vertoonden in de leer van de kerk, werd dit gemeld aan de wijkouderling. Desbetreffend lid werd dan onder de Kerkelijke tucht geplaatst. Hierdoor was deelname aan de Sacramenten, de Heilige Doop en het Heilig Avondmaal niet mogelijk. Om vrij te raken van de tucht, moest het gemeentelid tot inkeer komen en schuldbelijdenis doen bij de kerkenraad. De kerkenraad keek naar het innerlijk van deze persoon, vandaar de naam 'consistorie'.

Zie ook[bewerken]