Constant Montald

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Jump to search
Constant Montald
Foto genomen op 27/08/1930
Foto genomen op 27/08/1930
Persoonsgegevens
Geboren Gent, 4 december 1862
Overleden Brussel, 5 maart 1944
Geboorteland Vlag van België België
Beroep(en) Kunstschilder, docent Academie Brussel
Oriënterende gegevens
Stijl(en) Symbolisme en Art Nouveau
Portaal  Portaalicoon   Kunst & Cultuur

Constant Montald (Gent, 4 december 1862 - Brussel, 5 maart 1944) was een Belgische kunstschilder die grote mate doeken en muurschilderingen realiseerde. Hij heeft ook gebeeldhouwd.

Constant Montald, met echtgenote Gabriëlle Canivet en nicht Margareta Montald in zijn tuin, anno 1930

Terwijl hij overdag lessen decoratief schilderen in de technische school van Gent volgde, was Montald vanaf 1874 ingeschreven voor de avondcursussen van de Academie voor Schone Kunsten van Gent. Daar won hij de Grote Prijs en kreeg hij een studiebeurs van de stad. Samen met de schilder en afficheontwerper Privat-Livemont verbleef hij vanaf 1885 in Parijs als leerling van de Ecole des Beaux-Arts. In Parijs schilderde hij dat jaar nog zijn eerste monumentale doek, "De menselijke strijd" (5 x 10 m), dat hij later aan zijn geboortestad Gent schonk. Daar werd het voorbestemd voor de grote hal, de 'Salle des pas-perdus', van het Paleis van Justitie in de binnenstad. Het siert sindsdien en nog steeds (nu april 2016) een muur van de zaal waar het Hof van Beroep zetelt. Montald won de Belgische Prix de Rome in 1886 met zijn "Diagoras in triomf meegedragen door zijn zonen, overwinnaars van de Olympische Spelen van het Oude Griekenland". Naar aanleiding hiervan werd Montald in zijn geboortestad Gent uitgebreid gevierd. Hij ontving tevens een onderscheiding en medaille van de "Maatschappij ter bevordering van Nijverheid en Wetenschappen" (zie foto's van deze medaille).

Daarop maakte hij zijn grote Italiëreis, waar hij onder de indruk kwam van de Sixtijnse Kapel en van Giotto. Hij doorkruiste het hele land tot hij zich in Florence vestigde waar hij de voorstudies maakte voor een groot werk dat hij uiteindelijk in Rome voltooide. Dit grote werk, "Sociale tegenstellingen", bevond zich opgerold in de kelders van de Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis in Brussel sinds het daar in 1890 werd tentoongesteld als inzending uit Rome. In zijn Romeinse atelier schilderde hij in 1889 nog een monumentaal decoratief werk met als titel "De Eolische harpen" (nu in het depot van de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België te Brussel), dat op de Salon van Gent van 1892 werd tentoongesteld. In 1891 keerde Montald dan naar België terug, na een reis naar Egypte. Op 9 augustus 1892 trouwt hij met Gabriëlle Canivet (1867-1942), eveneens een kunstenares; zij had zich gespecialiseerd in decoratieve composities voor stoffen.

De medaille toont de uitgever, nl. "De Maatschappij ter bevordering van Nijverheid en Wetenschappen-Gent"
Aan de achterzijde is te lezen "Aan den Heer C.Montald, overwinnaar in den prijskamp van Rome, 1886"

In 1894 nam hij met Jean Delville, Auguste Donnay en Léon Frédéric deel aan een tentoonstelling in Brussel, georganiseerd door de esoterische studiegroep Kumris.

In 1896 eindigde Montald als eerste in de proef voor docent aan de Academie voor Schone Kunsten te Brussel, richting decoratieve kunsten.

"De boot van het ideaal" (1907)

In hetzelfde jaar 1896 nam hij deel aan het Premier Salon d'Art Idéaliste van Jean Delville. Ook Victor Rousseau en Léon Frédéric stelden daar tentoon. Hij ontwierp ook de decoratie van het timpaan in de gevel van de Koninklijke Nederlandse Schouwburg van Gent, een gebouw van architect Eduard De Vigne. Het is in deze periode dat de kunst van Montald een omwenteling onderging. In de esoterische kringen waarin hij zich toen bewoog, wilde men 'de kunst proberen te verheffen boven de werkelijkheid om de idee uit te drukken'. Na onder de indruk te zijn gekomen van de geheimzinnige en overweldigende San-Marcobasiliek in Venetië, stond de kunstenaar open voor de sterke interactie die de gouden achtergronden van de schilderijen die hij daar zag op de kleur hadden. Onder deze invloed schilderde hij omstreeks 1907 werken als "De boot van het ideaal" en "De fontein van de inspiratie" (in bruikleen aan de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België te Brussel), die hij oorspronkelijk voor de grote forumzaal van het Brusselse museum bestemd had, maar die pas na vele omzwervingen uiteindelijk in dit museum belandden. Vervolgens schilderde hij "De gewijde boom". Toen hij deze drie schilderijen in Brussel in 1906 tentoonstelde, leverde hem dit een gouden medaille op. Stond het eerste van deze werken nog sterk onder invloed van de Prerafaëlieten, gaandeweg richtte de kunstenaar zich op een verdere integratie van de menselijke figuren in hun vegetale omgeving : bomen met kronkelende takken, gordijnen van bloemen en heesters en grasperken bezaaid met een irreële begroeiing namen de overhand op de mens die gereduceerd werd tot een onbetekenende figurant. Het betrof hier een Elyzese droomwereld van parken en fonteinen uitgevoerd in een ornamentele tekening, met nadruk op gouden en blauwe tinten van byzantijnse oorsprong, gedragen door een sereen ritme. Het is schilderkunst als visuele muziek.

Villa Montald, Sint-Lambrechts-Woluwe, gebouwd in 1909. Hier ontving de schilder vrienden zoals Emile Verhaeren en Stefan Zweig. Ook H.M.Koningin Elisabeth (1876-1965) van België kwam er op bezoek.
Emile Verhaeren

In 1909 laat Montald zich een villa in Sint-Lambrechts-Woluwe bouwen. Die wordt dra een ontmoetingsplaats voor een uitgelezen intellectuele elite, onder wie vrienden als Emile Verhaeren (die hij voor het eerst in 1898 had leren kennen in het atelier van beeldhouwer Charles Van der Stappen) en Stefan Zweig. Van Emile Verhaeren maakte Montald overigens verschillende portretten. In het Provinciaal Museum Emile Verhaeren wordt van 17.06.2018 tot 14.10.2018 een tentoonstelling ingericht met het accent op de vriendschap, de kunst en de poëzie tussen beide kunstenaars.

"Tuin in de sneeuw" (1916)

De Eerste Wereldoorlog belette Montald monumentale werken te blijven schilderen. Hij richtte zich nu op het schilderen op een ezel, met name van landschappen in de omgeving van zijn villa in Sint-Lambrechts-Woluwe.

Met onder meer - wat de schilders betreft - Jean Delville, Emile Fabry, Albert Ciamberlani, Emile Vloors en Omer Dierickx was Montald in 1920 medeoprichter van de groep L'art monumental, die - tot lering en stichting van de bevolking - een decoratieve monumentale, met de architectuur verbonden kunst voorstond. Hun meest opmerkelijke project is ontegenzeglijk de decoratie van de halfcirkelvormige noordelijke en zuidelijke gaanderijen van het gebouwencomplex in het Jubelpark. Montald tekende zes ontwerpen voor dit project, dat in 1926 een gespecialiseerd bedrijf vervolgens in mozaïek uitvoerde. In 1922, schilderde Montald nog een monumentaal doek: "Frankrijk en België laven hun kinderen aan de bron van het Goed en het Recht". Gedreven door een warm gevoel van sympathie voor de bondgenoot in de Eerste Wereldoorlog, schonk de kunstenaar dit werk grootmoedig aan Frankrijk. In 1925 werd hij overigens Ridder in het Franse Ordre national de la Légion d'honneur.

Fries bovenaan het toneel van het auditorium van de schouwburg te Leuven "Apollo en de Muzen" en "Orpheus die Eurydice beweent"

In 1934 schilderde hij voor het auditorium van de vernieuwde schouwburg te Leuven twee decoratieve doeken. Eén doek (diam. 9,25m) is opgehangen tegen het plafond, het andere doek (11,5m lang en 2,25m hoog) prijkt als fries boven het toneel (zie afbeelding links). Deze fries is een tweedelige voorstelling met enerzijds "Apollo en de Muzen" en anderzijds "Orpheus die Eurydice beweent".

Gedurende 37 jaar (tot 1932) had Montald aanzienlijk wat invloed als docent aan de Academie voor Schone Kunsten te Brussel. Onder zijn talrijke leerlingen telde hij onder meer René Magritte, Paul Delvaux, Jan De Cooman, Edgard Tytgat en Paul Hermans. In 1937 wordt hij directeur van zijn klas.

Op 7 juli 1934 wordt hij lid van de Koninklijke Academie van België. Zijn laatste grote decoratieve project, de muurschilderingen voor de kerkhofmuur van de abdij van Orval, werd vervolgens door zijn leerling Anto Carte voltooid.

Mozaïk Timpaan naar schilderwerk van Montald, Koninklijke Nederlandse Schouwburg, Gent, 1899

Constant Montald, sedert 1942 weduwnaar, stierf op 5 maart 1944 aan een beroerte bij het verlaten van de tram. Bij testament wordt in 1944 een 2-jaarlijkse prijs voor monumentale schilderkunst ingesteld. Zijn erfgenaam en testamentuitvoerder, Jean Goffin, neef van zijn vrouw, zou het eigendom (villa, park en tuinen inbegrepen) verkopen aan de gemeente Sint-Lambrechts-Woluwe.

Andere werken:

  • "Het nest" (1893) (Museum voor Moderne Kunst te Brussel).
  • Sneeuwgezichten, boeren en baadsters.
  • Schilderwerken, tekeningen en portretten van Emile Verhaeren.
  • Muurschilderingen.
  • Beelden, ontwerpen voor affiches, illustraties voor de legende van Tijl Uilenspiegel, diploma's, postzegels, telegrammen en bankbiljetten.
  • Glasramen (1889) (Museum voor Sierkunst en Vormgeving te Gent).

Situering van de kunstenaar[bewerken]

Constant Montald onderging de invloed van het Symbolisme en de Art Nouveau. Een deel van Montalds vroege werk is niet denkbaar zonder die invloeden. Indien in het symbolisme echter het schilderij als beeld zelf symbool is - en wel van iets dat onuitgesproken blijft - dan is de allegorie de expliciete, analytische en conventionele afbeelding van een abstract, vooraf geconcipieerd idee. Net als zijn compagnons de route, Emile Fabry en Albert Ciamberlani, evolueerde hij nu net in deze richting waarmee hij een vorm van superieure schilderkunst wilde bereiken; een decoratieve allegorische schilderkunst. Die had haar bijdrage moeten leveren tot het ideaal van het humanitair socialisme dat de kunstenaars in die kringen toen voorstonden.

Bibliografie[bewerken]

  • L'art monumental en Belgique, à l'occassion de la décoration du cinquantenaire à Bruxelles, in Gand artistique, art et esthétique, blz. 260-263, nº 11, 1 november 1924
  • Numéro spécial Emiel Verhaeren et Constant Montald, in : La Nervie, Bruxelles/Braine-le-Comte, nº 5, mei 1925
  • G. Van Herreweghe, Le peintre idéaliste Constant Montald, Gent, 1954
  • Francine-Clare Legrand, Le symbolisme en Belgique, blz. 93-95, belgique, art du temps/Laconti s.a., Brussel, 1971
  • Françoise Levie en Denise Thiel-Hennaux, Constant Montald, 1862 - 1944: une vie, une oeuvre, une amitié, museumcatalogus (1982), Médiatine Malou.
  • Benoît Schoonbroodt, Art Nouveau Kunstenaars in België 1890-1914, Lannoo/Dexia, ISBN 978-90-209-8083-7.

Externe links[bewerken]