Naar inhoud springen

Constantijn III van Rome

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Constantijn III van Rome
Gouden munt van Constantijn III
Gouden munt van Constantijn III
Sterfdatum 411
Tijdvak Dynastie van Theodosius
Periode 407 - 411
Voorganger Honorius
Opvolger Jovinus
Medekeizer Constans II (409-411)
Persoonlijke gegevens
Naam bij geboorte Flavius Claudius Constantinus
Vader van Constans II van Rome
Romeinse keizers
Portaal  Portaalicoon   Romeinse Rijk

Flavius Claudius Constantinus, beter bekend als Constantijn III (gestorven in 411) was van het voorjaar 407 tot 411 keizer in het West-Romeinse rijk. Hij kwam in opstand tegen de wettige keizer Honorius en wordt derhalve beschouwd als een usurpator.[1]

Over zijn afkomst is weinig met zekerheid bekend. Volgens de traditionele opvatting was Constantijn een soldaat van eenvoudige komaf. Hij had twee zonen: Constans II en Iulianus. De historicus Sanz-Huesma stelt echter dat Constantijn geen doorsnee soldaat was, maar eerder een bekwaam en invloedrijke figuur die de opstanden in Britannia, die hem aan de macht brachten, zorgvuldig had voorbereid.[2]

Op 31 december 406 staken diverse barbaarse stammen, waaronder Vandalen, Bourgondiërs, Alanen en Sueven de Rijn over bij Mainz. Zij doorbraken de Romeinse verdedigingswerken en slaagden erin het West-Romeinse Rijk binnen te dringen.[3]

Ten tijde van deze invasie verkeerde de provincie Britannia in grote onrust, waarbij leiders elkaar in hoog tempo opvolgden. Begin 407 werd Constantijn daar tot keizer uitgeroepen als opvolger van Gratianus.[4] Als militair leider handelde hij snel: hij stak over naar het continent en landde bij Bononia. Vermoedelijk nam hij het grootste deel van het Britse leger mee, waardoor Britannia onbeschermd achterbleef.[5]

Op het continent kreeg Constantijn te maken met tegenstand van troepen die loyaal waren gebleven aan Honorius. Zijn generaals Justitianus en (de Frankische) Nebiogastes, werden verslagen door Sarus, een bevelhebber van keizer Honorius. Nebiogastes werd gevangen genomen en later gedood. Constantijn reageerde door een nieuw leger te sturen onder leiding van Edobichus en Gerontius. Sarus zag zich daarop genoodzaakt zich terug te trekken naar Italië. Intussen wist Constantijn zijn positie te consolideren: hij herstelde de verdediging langs de Rijn en liet de bergpassen tussen Gallië en Italië bewaken. Uiterlijk in mei 408 had hij Arles tot hoofdstad gemaakt, waar Apollinaris, de grootvader van Sidonius Apollinaris, tot praetoriaans prefect werd benoemd.

Zie Sarus' veldtocht tegen Constantijn III voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Erkenning door Honorius

[bewerken | brontekst bewerken]
Situatie van het West-Romeinse rijk in 408, na de dood van Stilicho, de invasie in Italië en Gallië en de opstand van het leger onder Constantijn III controleerde deze spoedig de helft van het grondgebied van keizer Honorius

In de zomer van 408 hergroepeerden de Romeinse troepen van keizer Honorius zich met het oog op een tegenoffensief. Constantijn koos echter voor een preventieve strategie. Uit vrees voor een aanval vanuit Hispania door verwanten van Honorius, mogelijk ondersteund door troepen uit Italië onder bevel van Sarus en Stilicho besloot hij zelf het initiatief te nemen en Hispania binnen te vallen. In dat kader verhief hij zijn zoon Constans tot Caesar. Constans werd samen met de generaal Gerontius naar Spanje gezonden. De campagne verliep aanvankelijk succesvol: Didymus en Verinianus, de verwanten van Honorius werden verslagen en gevangengenomen.

Zie Verzet van Honorius' neven voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Na dit succes liet Constans zijn gezin achter in Zaragoza onder de hoede van Gerontius en keerde zelf terug naar Arles. In de tussentijd veranderde de bredere politieke en militaire situatie ingrijpend. Op 13 augustus 408 brak in Ticinum (Italië) een muiterij uit onder Honorius’ troepen, die uitmondde in de executie van Stilicho op 22 augustus. In de nasleep hiervan deserteerde Sarus met zijn troepen, waardoor Honorius nagenoeg zonder militaire steun kwam te zitten in Ravenna. Gelijktijdig werd Italië bedreigd door een Gotisch leger onder Alarik I, dat in Etrurië verbleef.

Vanaf 409 werd ook de positie van Constantijn precairder. Hij verloor geleidelijk zijn controle over Britannia en noordwest Gallië. Hier braken opstanden uit als gevolg van plunderingen en het ontbreken van voldoende militaire steun, terwijl de belastingdruk hoog lag.[6] Desondanks zag Honorius die eveneens geconfronteerd werd met meerdere crises, genoodzaakt Constantijn voorlopig als medeheerser te erkennen; beide traden op als consul in 409. Deze erkenning bleef echter beperkt tot het Westen: de Oost-Romeins keizer Theodosius II weigerde Constantijn te erkennen.[7]

Constantijn besloot begin 410 tot een riskante onderneming. In de problemen waar Honorius mee geconfronteerd werd, zag hij mogelijkheden om deze ten val te brengen. [8] Echter, er waren in Hispania ook problemen ontstaan, doordat Gerontius zich van hem had afgekeerd en door de komst van barbaarse stammen. In september 409 bereikten de barbaarse stammen, die eerder de Rijngrens hadden doorbroken en plunderend door Gallië trokken, de Pyreneeën. De bergpassen werden niet bewaakt en zij konden Hispania binnentrekken. Mogelijk werden zij hiertoe aangezet door Gerontius die uit de gratie was geraakt.[9] Om het gevaar te keren had Constantius zijn zoon met een leger naar Hispania gestuurd.

Constantijn onderschatte het risico dat hij liep nu zijn leger was opgesplitst, want hij voerde zelf de troepen aan toen hij ten strijde trok tegen Honorius in Italië. Hij rekende daarbij op steun van een van Honorius’ senior generaals Allobich. Toen hij de rivier de Po bereikte, hoorde hij ten onrechte dat Allobich dood was, waardoor hij zijn missie opgaf en zich terugtrok naar Arles.

De situatie verslechterde vervolgens snel. De campagne die Constans in Hispania voerde eindigde in een debacle. Begin 411 keerde hij onverrichter zake terug met het restant van zijn leger, want een groot deel van zijn troepen was gedeserteerd naar Gerontius. Bovendien rukte deze nu op naar Gallië. In alle haast werden troepen ingezet, doch zij leden halverwege 411 een nederlaag bij Vienne, waar Constans gevangen werd genomen en geëxecuteerd. Hierna sloot Gerontius Constantijn in bij Arles en belegerde de stad.

Overgave en dood

[bewerken | brontekst bewerken]
Zie slag bij Arles (411) voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Vanuit Italië was ondertussen een leger van Honorius op weg naar Gallië. Dit leger werd aangevoerde door een nieuwe bevelhebber Constantius en wist Gerontius te verdrijven en nam vervolgens zelf het beleg van Arles over. Gerontius pleegde kort daarna zelfmoord, terwijl zijn troepen grotendeels naar Constantius overliepen.[10]

Constantijn bleef zich aanvankelijk verzetten, in de hoop dat het leger van zijn generaal Edobichus, die vanuit Noord-Gallië met extra troepen onderweg was, hem zou ontzetten. Bij zijn terugkeer werd Edobichus echter verslagen, waarmee Constantijns laatste hoop vervloog. Toen bovendien zijn Rijnlegers deserteerden en zich aansloten bij Jovinus, zag hij zich genoodzaakt zich over te geven.[11] Ondanks de belofte van een veilige aftocht werd hij door Constantius gevangengenomen, en werd hij in augustus of september 411 onthoofd.[12]

Constantijn wordt in de Historia Regum Britanniae van Geoffrey van Monmouth genoemd als koning van Brittannië als opvolger van Gracianus Municeps, die was vermoord. Dit wordt bevestigd door de kronieken van Wales. Vanwege zijn tirannie zou het 'gewone volk' Gratianus hebben vermoord. Maar toen Wanius en Melga, de koningen van respectievelijk de Hunnen en de Picten, dit ter ore kwam, verlieten ze Ierland met Schotten, Denen en Noren om het Britse koninkrijk te brandschatten.

Monmouth stelt dat na de dood van Gracianus de hulp van Rome werd ingeroepen en er een legioen werd gestuurd. Het legioen verdreef de vijanden opnieuw naar Ierland. Maar de hulp was van korte duur en de Britten werd geadviseerd om van kust tot kust tussen Alban en Deira een muur op te werpen. Toen deze was gerealiseerd vertrokken de Romeinen. Daar 'Maximianus' (Magnus Maximus) eerder alle Britse krijgers naar het vasteland had overgebracht en in Armorica (Bretagne) had overgeplant, waren het boeren en handwerkers die de wachtposten moesten bemannen. Toen de vijanden uit Ierland terugkwamen waren zij niet in staat hen tegen te houden. Agitius, driemaal consul, werd nog gevraagd om hulp, maar er kwam geen antwoord.

Er werd besloten dat de aartsbisschop van Londen, Guithelin de hulp van Bretagne moest inroepen. De koning van Bretagne, Aldroenus, de vierde koning sinds Conan Meriadocus, wilde niet heersen over twee koninkrijken, en stuurde zijn broer Constantijn met 2000 man naar Brittannië. Hierin wijkt Monmouth af van Beda, die Constantijn had weggezet als 'een gewoon soldaat zonder verdienste'. Constantijn versloeg de Picten en Hunnen, werd in Silchester tot koning gekroond, kreeg een vrouw uit edele familie (die persoonlijk door Guithelin was grootgebracht) en werd vader van drie zonen: Constans, Ambrosius Aurelianus en Uther Pendragon. Hij stuurde Constans, de oudste, naar het klooster van de Kerk van Amphybalus in Winchester en bracht zijn andere zonen onder bij Guithelin. Tien jaar later verzocht een Pict om een persoonlijk onderhoud met de koning en toen Constantijn in een bos van zijn gezelschap was gescheiden, stak de Pict hem neer.

Vortigern (Welsh: Gwrtheyrn) ging naar de monnik Constans en bood hem in ruil voor macht en bezit de kroon van zijn vader Constantijn aan. Guithelin was inmiddels gestorven en Vortigern kroonde Constans zelf. Constans had als koning niets in te brengen en Vortigern verzon een list om zelf koning te worden: hij bracht 100 Picten in Constans hofhouding en zette hen geleidelijk aan om Constans te doden. Toen ze hem Constans' hoofd in Londen brachten, liet hij hen terechtstellen. Toen brachten bewakers Constantijns overgebleven twee zonen in veiligheid in Bretagne. De Saksen Hengest en Horsa kwamen van overzee en werden machtig in Brittannië. St. Germanus van Auxerre en Lupus van Troyes kwamen om de 'ketterij' van Pelagius uit te roeien. Later werden vierhonderdzestig Britse edelen door Saksen vermoord (het Verraad van de Lange Messen).

Aurelius Ambrosius en Uther Pendragon waren in Bretagne volwassen geworden en kwamen terug naar Brittannië om wraak te nemen op Vortigern voor de moord op Constantijn en Constans en het binnenlaten van heidense Saksen in het land, die het christendom in het land bijna hadden uitgeroeid. Aurelius werd tot koning gekroond en hij dreef Vortigern in het nauw in het kasteel van Genoreu in Erging in Wales aan de rivier Wye op de heuvel Cloartius. Het kasteel werd in brand gestoken en Vortigern kwam daarbij om. Later werd Hengest door Eldol, de hertog van Gloucester onthoofd. Uther volgde zijn broer Aurelius op en na hem kwam Uthers zoon koning Arthur op de troon.

Dit verhaal is in tegenspraak met de geschiedenis zoals we die nu kennen.

  • C.E. Stevens, "Marcus, Gratian, Constantine", Athenaeum, 35 (1957), 316-47
  • E.A. Thompson, "Britain, A.D. 406-410", Britannia, 8 (1977), 303-318.
[bewerken | brontekst bewerken]