Constructiegrammatica

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Constructiegrammatica is de verzamelnaam voor een aantal verschillende theorieën en grammaticamodellen die gemeenschappelijk hebben dat ze grammaticale constructies - ofwel de relatie tussen vorm en betekenis - als de primaire basis voor de grammatica beschouwen, in plaats van de traditionele syntactische eenheden zoals constituenten. In de grammatica van een taal worden dergelijke grammaticaconstructies taxonomisch geordend.

De constructiegrammatica bevat enkele ideeën die oorspronkelijk deel uitmaakten van de generatieve semantiek, bijvoorbeeld met betrekking tot "transderivationaliteit" en het idee dat grammatica aan constraints onderhevig is. In de jaren '80 van de 20e eeuw werd de constructiegrammatica als aparte discipline ontwikkeld. Het doel was bepaalde problemen waar de generatieve grammatica geen antwoord op had het hoofd te bieden.

Constructiegrammatica wordt tegenwoordig vooral geassocieerd met cognitieve taalkunde, onder andere omdat deze beide disciplines gebaseerd zijn op dezelfde theoretische en filosofische principes.

Beschrijving[bewerken]

In de constructiegrammatica wordt niet uitgegaan van het idee dat grammatica bestaat uit de traditionele componentiële modellen zoals syntaxis, fonologie, semantiek en lexicon. In plaats daarvan worden - net als in het algemeen in de semiotiek - grammaticale constructies, dat wil zeggen vaste combinaties van een vorm en betekenis/functie, als de voornaamste bouwstenen van de grammatica gezien. De constructies zelf bestaan behalve uit "gewone" syntactische categorieën ook uit fonologische eenheden zoals fonemen en uit prosodische eenheden zoals intonatie en klemtoon. Omdat bijvoorbeeld syntaxis en lexicon op deze manier geen gescheiden modules meer vormen is door de constructiegrammatica het volgende continuüm voorgesteld (met uitsluiting van de onderhavige begrippen):

Op deze manier zijn dus niet alleen woorden (lexemen) grammaticale constructies, maar ook zinsdelen en zelfs morfemen. Ook argumentstructuur speelt in dit verband een belangrijke rol: constructies op zinsniveau worden verondersteld exact dezelfde opbouw te hebben als woorden.

Tussen vorm en betekenis is door Ronald Langacker een symbolische relatie voorgesteld. Dit komt er concreet op neer dat de relatie vorm/betekenis willekeurig is (onomatopeeën vormen hierop de uitzondering).