Contractiestelling van Banach

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De Contractiestelling van Banach is een belangrijk hulpmiddel in de theorie van de metrische ruimtes; het garandeert het bestaan en de uniciteit van dekpunten van zekere afbeeldingen van metrische ruimtes naar zichzelf, en biedt een constructieve methode om die punten te vinden. De theorie is vernoemd naar Stefan Banach (1892–1945). Het is de bekendste en meest toegepaste dekpuntstelling, mede vanwege de erbij geleverde constructieve wijze waarmee het unieke dekpunt kan worden gevonden.

Stelling[bewerken]

Als I een gesloten interval is van R en f: I → I en voor alle x,y∈ I is |f(x)-f(y)| ≤ α |x-y| voor zekere α met 0<α<1, dan heeft f precies één dekpunt, dat wil zeggen, er is precies één u∈ I met f(u)=u.

Opmerking[bewerken]

Als met de Contractiestelling van Banach bewezen is dat er een dekpunt bestaat, dan kan het gevonden worden als limiet van het rijtje

f(x),f(f(x)),f(f(f(x))),...,

waarbij x een willekeurig gekozen startwaarde is.
Een veel gemaakte fout is dat men slechts aantoont dat voor alle x,y \in \mathbb{I} geldt dat

|f(x)-f(y)| < |x-y|.

Deze eigenschap is onvoldoende om tot het bestaan van een dekpunt te kunnen besluiten.
Ook is het belangrijk dat het definitiegebied een gesloten interval is.

Algemenere formulering[bewerken]

Laat (M,d) een volledige metrische ruimte zijn en f:M → M een afbeelding met de volgende eigenschap:
Er is een α met 0<α<1, zo dat voor alle x,y∈ M geldt d(f(x).f(y))≤ αd(x,y).
Dan heeft f een dekpunt, en wel precies één.

Voorbeeld[bewerken]

We bewijzen de volgende stelling:
Als

g: [a,b] \times \mathbb{R} \to \mathbb{R}, x_0 \in [a,b] en c \in \mathbb{R},

dan heeft de differentiaalvergelijking


\begin{cases}
f'(x) = g(x,f(x))\\
f(x_0) = c
\end{cases}

precies één oplossing op [a,b] als g voldoet aan de zogenaamde Lipschitzvoorwaarde

|g(x,y)-g(x,z)|\le k|y-z|

voor alle

x\in [a,b], y,z \in \mathbb{R}\mbox{ en zekere }k<1

Bewijs[bewerken]

We schrijven de differentiaalvergelijking + randvoorwaarde in de volgende vorm:

f(x) = c + \int_{x_0}^x g(t,f(t))\ dt

Beschouw nu de afbeelding U die aan een continue functie f toevoegt de functie Uf, gedefinieerd door

Uf(x) = c + \int_{x_0}^x g(t,f(t))\ dt

We zoeken dus naar het dekpunt van U: C[a,b] \to C[a,b].
(C[a,b] is de Banachruimte van continue functies op [a,b] met de supremumnorm).

|(Uf_1)(x)-(Uf_2)(x)| \le \int_{x_0}^x |g(t,f_1(t)) - g(t,f_2(t))|\ dt \le (b-a)\max_{t\in [a,b]} |g(t,f_1(t)) - g(t,f_2(t))| \le (b-a)k\max_{t\in [a,b]} |f_1(t) - f_2(t)|.

Dus

||Af_1-Af_2|| \le (b-a)k||f_1-f_2||

Als

(b-a)k < 1,

dan volgt uit de contractiestelling bovenstaande stelling.
Deze eis kan worden weggelaten door het segment [a,b] te partitioneren in kleine deelsegmentjes [an, an+1] waarvoor geldt

k(a_{n+1}-a_n)<1.

Op elke van die segmentjes krijgen we een oplossing, die we uiteindelijk kunnen samenvoegen tot één globale oplossing op [a,b].