Centrale Crisis Controle Dienst

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De Centrale Crisis Controle Dienst (CCCD), later Crisis Controle Dienst (CCD), was een Nederlandse overheidsdienst die in 1934 werd opgericht en, onder verschillende naamvariaties, tot 1954 bleef bestaan. Ze hield vooral toezicht op de handel in schaarse goederen. Gedurende de bezetting van Nederland door de Duitsers in de Tweede Wereldoorlog had de dienst onder meer de taak om de wijdverbreide zwarte handel te bestrijden. Strenge controles werden door de CCD uitgevoerd tijdens het binnenhalen van de oogst. Wie betrapt werd op zwarte handel kon op een zware straf rekenen. Men schat dat er enkele honderden Nederlanders zijn omgekomen in concentratiekampen nadat zij waren opgepakt wegens zwarte handel.

Hongertochten[bewerken]

Beambten van de dienst werden ook ingezet om de voedseltochten van de noodlijdende bevolking vanuit West-Nederland te controleren. Het op het platteland verkregen voedsel, zoals aardappels, spek of kaas, was niet in het kader van de voedseldistributie aangeschaft en werd daarom vaak in beslag genomen. De CCD werd hierbij bijgestaan door de Nederlandse Landwacht, ofwel Jan-Hagel. CCD-controleposten waren te herkennen aan een bord met de tekst: "Halt CCD".

Illegaliteit[bewerken]

Sommige controleurs van de dienst deden ook illegaal werk. Zo maakten ze bijvoorbeeld illegale voedselbevoorrading van verzetsgroepen en in het interneringskamp te St.Michielsgestel verblijvenden mogelijk. Er zijn na de oorlog CCD-controleurs onderscheiden voor de door hen verrichte ondersteuning.[bron?]