Coregonus autumnalis

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Coregonus autumnalis
IUCN-status: Niet bedreigd[1] (2008)
Coregonus autumnalis
Coregonus autumnalis
Taxonomische indeling
Rijk: Animalia (Dieren)
Stam: Chordata (Chordadieren)
Klasse: Actinopterygii (Straalvinnigen)
Orde: Salmoniformes (Zalmen (orde))
Familie: Salmonidae (Zalmen)
Geslacht: Coregonus
Soort
Coregonus autumnalis
(Pallas, 1776)
Afbeeldingen Coregonus autumnalis op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Vissen

Coregonus autumnalis of de Arctische houting (Russisch: омуль: omulˈ, Engels: Arctic Cisco, Inupiat: qaaqtaq ) is een straalvinnige vissensoort uit de familie van zalmen (Salmonidae).[2] De wetenschappelijke naam van de soort is voor het eerst geldig gepubliceerd in 1776 door Pallas.

De soort staat op de Rode Lijst van de IUCN als niet bedreigd, beoordelingsjaar 2008.[1]

De vis wordt soms bezongen door fijnproevers en geassocieerd met het Baikalmeer. Dat laatste klopt niet helemaal. De Arctische houting is een anadrome vis die voorkomt langs de kusten van de Noordelijke IJszee. In het Baikalmeer leeft een vis die soms als een ondersoort, soms ook -in toenemende mate op genetische gronden- als een aparte soort beschouwd wordt. Zelf komt deze houting voor in de kustgebieden en trekt om te paaien de rivieren op, vanaf de rivier de Wel't (ten westen van de Petsjora) tot de rivieren van Alaska en het noorden van Canada. [3] Zoals de tugun heeft deze soort een eindstandige mond, maar met meer (tot 51) kieuwstekels. Op deze grote vis (tot 64 cm in lengte en 3 kg zwaar) richt zich de visserij op alle Siberische rivieren, met uitzondering van de Ob, die om wat voor reden ook er niet door betreden wordt, hoewel de soort wel in de Obboezem voorkomt. Er wordt onderscheid gemaakt tussen zomervis (juni-juli) en de vis die in de herfst gevangen worden. De vissen die wat laat in het seizoen zijn, planten zich in de regel pas het volgende jaar voort.

Ze worden geslachtsrijp rond de acht of negen jaar. Hun natuurlijke vijanden zijn zeezoogdieren, grote zeevogels en grote roofvissen.Ze komen ook voor op de kust van de Beaufort Zee, maar paaien niet in Alaska, [4] Ze paaien waarschijnlijk wel in de Mackenzie.[5] Deze houting voedt zich in zee met grote schaaldieren zoals vlokreeften, aasgarnalen, maar ook jonge grondels, spiering en Arctische kabeljauw. Maar op plaatsen met een hoge concentratie van plankton schakelt hij daarop over. Net als andere witvissen paaien deze houtingen in de herfst. De Arctische houting paart als er al ijs op het water ligt en daalt dan af naar aanzienlijke dieptes in de meren (tot 300 m) om te overwinteren. Intensieve bevissing heeft het bestand aanzienlijk verminderd, zodat er nu kunstmatig gekweekt wordt. [3]

De Baikalhouting, (Coregonus autumnalis migratorius) de (onder)soort die in het Baikalmeer voorkomt, voedt zich in de uitgestrektheid van dat meer, waar zijn voedsel meestal uit eenoogkreeftjes van het geslacht Epischura bestaat.

In Ierland komt een soort voor, de pollan Coregonus pollan, die soms ook als ondersoort beschouwd wordt.