Cornelis Richard Anton van Bommel

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Bisschop Cornelis van Bommel

Cornelis Richard Anton van Bommel (Leiden, 5 april 1790 – Luik, 7 april 1852) was een Nederlands geestelijke en een bisschop van de Rooms-Katholieke Kerk, werkzaam in België.

Van Bommels jeugd werd getekend door de financiële problemen van zijn vader, een lakenhandelaar in Leiden. Hij werd op 8 juni 1816 priester gewijd in Münster, waar hij een Franse priesteropleiding had gevolgd. Terug in Nederland stichtte hij het kleinseminarie van Hageveld waar hij samen met andere studiegenoten uit Münster het onderwijs organiseerde. Hij kwam in contact met de zuidelijke provincies van de Verenigde Nederlanden door zijn protest tegen het verplichte Collegium Philosophicum in Leuven[1]. De Mechelse aartsbisschop de Méan de Beaurieux, de laatste prins-bisschop van Luik, was de grootste tegenstander van dit plan van koning Willem I.

In uitvoering van het concordaat tussen Willem I en de Rooms-Katholieke Kerk werd Van Bommel op 18 mei 1829 tot Luiks bisschop benoemd; zijn bisschopswijding vond plaats op 15 november 1829 door de bisschop van Namen, Nicolas-Alexis Ondernard. Hij maakte als bisschop het laatste jaar mee van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden en de Belgische Revolutie van 1830.

Van Bommel was de 84e bisschop van Luik en de tweede bisschop sinds de heroprichting in 1801 van het bisdom Luik na opheffing van het gelijknamige prins-bisdom.[2]

Van Bommel hield zich in het Luikse bezig met het katholiek onderwijs en de oprichting van katholieke scholen in het jonge België[3], op basis van zijn ervaring opgedaan in Hageveld.