Coronacrisis in Zweden

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Bevestigde COVID-19 gevallen, in verhouding tot bevolking, en per regio. Momentopname van 9 mei 2020.

De coronacrisis in Zweden was op 31 januari 2020 een feit, toen een vrouw die terugkeerde uit Wuhan positief testte. Op 26 februari, na uitbraken in Italië en Iran, doken er meerdere reisgerelateerde clusters op in Zweden. De eerste intern-Zweedse besmetting werd op 9 maart in de regio Stockholm bevestigd. Sedertdien hebben in elke län (provincie) mensen positief getest voor COVID-19. Het eerste overlijden werd gemeld op 11 maart in Stockholm, een geval van intern-Zweedse besmetting.

Zweden heeft, in tegenstelling tot veel andere landen, geen algemene lockdown opgelegd; vele sociale instellingen en functies bleven open. De Zweedse grondwet verbiedt immers ministeriële regelingen, en stelt dat het bevoegde overheidsorgaan, in dit geval het officiële volksgezondheidsagentschap (Zweeds: Folkhälsomyndigheten[1]) alle acties moet initiëren om het virus te bestrijden, in overeenstemming met de Zweedse wetgeving. Het Zweedse publiek wordt wel geacht de bindende voorschriften van dit agentschap te volgen. In de praktijk is daardoor “staatsepidemioloog” Anders Tegnell een centrale figuur in de crisis geworden.

Maatregelen[bewerken | brontekst bewerken]

De overheid volgt bijna altijd de aanbevelingen van het agentschap, bijvoorbeeld met wetgeving die de vrijheid van vergadering beperkte, tijdelijk bijeenkomsten van meer dan 50 personen verbood, bezoek in verpleeghuizen te verbieden, en middelbare scholen en universiteiten te sluiten. De basisscholen bleven open, deels om te vermijden dat gezondheidswerkers thuis zouden moeten blijven vanwege de kinderen. De overheid besloot ook tot het opschorten van de carensdag, de eerste dag zonder betaald ziekteverlof, en het aantal dagen van gewettigde afwezigheid zonder doktersbriefje te verhogen van 7 tot 21 dagen.

Het Folkhälsomyndigheten gaf als aanbevelingen:

  • thuiswerk waar mogelijk
  • onnodige binnenlandse reizen vermijden
  • sociale afstand te nemen
  • ouderen boven de 70 jaar, en personen met zelfs minimale symptomen, worden gevraagd zoveel mogelijk thuis te blijven.

Zweden past de strategie van groepsimmuniteit toe, in tegenstelling tot de meeste landen die de uiteindelijke eliminatie van de virus nastreven. Hierbij worden door grotendeels vrijwillige maatregelen de verspreiding zodanig geremd dat de zorgsysteem niet overbelast geraakt. Als er lokaal te veel besmettingen zijn, worden extra maatregelen genomen. Daarnaast wordt geprobeerd de kwetsbaren zoveel mogelijk te isoleren totdat de groepsimmuniteit bereikt wordt.

Besmettingen[bewerken | brontekst bewerken]

Na een eerste snelle stijging van de sterfgevallen is de stijging minder geworden. In vergelijking met de meeste landen is het sterftecijfer relatief hoog, maar nog ver onder de cijfers van bijvoorbeeld Italië. De spreiding van de besmettingen verliep echter erg ongelijk: het aantal besmettingen lag in april 2020 het hoogst in de nabij Stockholm gelegen provincies Södermanlands, Örebro en Stockholm zelf. De migrantengemeenschap in Zweden heeft moeite om de boodschap over de beschermingsmaatregelen over te nemen en toe te passen. Hierdoor zijn er meer besmettingen in deze gemeenschap.[2] Binnen Stockholm werden de migrantenwijken Rinkeby-Kista en Spånga-Tensta zwaarder getroffen,[3] hetgeen wordt toegeschreven aan de woonsituatie, en de socio-culturele kloof met de rest van de Zweedse maatschappij.[4][5]

Kritiek[bewerken | brontekst bewerken]

De Zweedse strategie kreeg wereldwijd veel kritiek.[6][7]

In eigen land riepen 2300 wetenschappers, onder wie viroloog Cecilia Söderberg van het Karolinska-instituut, de regering op tot strengere maatregelen. Marcus Carlsson, wiskundige aan de Universiteit van Lund spreekt van een Russische roulette-beleid: gokken op groepsimmuniteit zal volgens hem veel doden kosten, want ook landen met hoge aantallen patiënten bereikten nauwelijks een immuniteit van 10%. Overheidsstatistieken en nota’s noemt hij “wetenschappelijk erg selectief”, en hij wijst op de toenemende tekorten van ziekenhuisbedden voor niet-COVID-19-patiënten.[8][9]