Cotoneaster kullensis

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Cotoneaster kullensis
Taxonomische indeling
Rijk:Plantae (Planten)
Stam:Magnoliophyta (Bloemplanten)
Klasse:Liliopsida
Clade:Bedektzadigen
Clade:'nieuwe' Tweezaadlobbigen
Clade:Fabiden
Orde:Rosales
Familie:Rosaceae (Rozenfamilie)
Geslacht:Cotoneaster (Dwergmispel)
Soort
Cotoneaster kullensis
B.Hylmö (1993)
Portaal  Portaalicoon   Biologie

Cotoneaster kullensis is een plant uit het geslacht Cotoneaster (dwergmispel) die endemisch is voor Skåne in Zuid-Zweden.

De plant werd pas in 1993 als aparte soort beschreven, voorheen werd ze als een wilde dwergmispel (C. integerrimus) beschouwd.

Naamgeving en etymologie[bewerken]

  • Synoniem: Cotoneaster integerrimus Medik. 1793
  • Zweeds: Skånskt oxbär

De botanische naam Cotoneaster is afgeleid van het Latijnse cotone (kweepeer) en -aster, (lijkend op), naar de gelijkenis van de bessen met kleine kweeperen. De soortaanduiding kullensis verwijst naar de vindplaats Kullen.

Kenmerken[bewerken]

Cotoneaster kullensis is een tot 1,5 m hoge bladverliezende struik met opgaande takken met roodbruine schors. De helder groene, soms rood aangelopen bladeren zijn bijna rond tot eirond, met spitse top, 2 tot 7 cm lang, behaard op de bovenzijde.

De bloemen zijn wit en roze gevlekt, en staan meestal in schermpjes van twee. De vrucht is een tot 10 mm grote, bolronde, donkerrode pitvrucht.

C. kullensis kan onderscheiden worden van Cotoneaster canescens die meestal meer bloemen in een scherm heeft, en van Cotoneaster scandinavicus met onbehaarde bladeren en lichter rode bessen.

De plant bloeit van april tot juni, de bessen rijpen in juli/augustus.

Habitat en verspreiding[bewerken]

Cotoneaster kullensis heeft een voorkeur voor rotsen, muren en graslanden op stenige bodems aan de kust, in de buurt van het strand.

Het is een endemische soort voor het noordwesten van het landschap Skåne in het uiterste zuiden van Zweden, waar hij vooral te vinden is in het natuurgebied Kullaberg op het schiereiland Kullen, op het eiland Halland Väderö en op het Bjäre-schiereiland.